Er zijn heel veel vrouwen die zich dik en lelijk voelen

schrijft in Libelle over haar privéleven

Columniste Femke Sterken: „Ik schrijf niet dat ik ladderzat voor de deur lig. De Libellelezer zit daar niet op te wachten.”

‘Toen ik zwanger was, had ik geschreven dat ik geen seks meer had met Reinier, omdat ik mezelf dik en lelijk vond. Toen was ik op bezoek en zei mijn schoonvader: soms moet je maar zin maken. Had ik opeens een gesprek over mijn seksleven met mijn schoonouders. Daar schrok ik wel even van.’

Femke Sterken (32) is redacteur van Libelle. Voor hetzelfde blad schrijft ze sinds 2008 wekelijks een column over haar leven. Sterken schuwt de grote thema’s niet. Ze schreef over haar depressie, haar huwelijksdag, een miskraam. Maar ook over het geruzie met haar man, en hoe de ruzies na de geboorte van hun zoon Max ineens compleet verdwenen lijken.

Een goede columnist doet zich volgens Sterken niet toffer voor dan ze is. „Laat je een beetje in je ziel kijken. Dat jij ook een mens bent die depressies heeft en vreemdgaat. Ik vind dat je je bijna nergens voor zou moeten schamen. Niks menselijks is mij vreemd.”

Ze denkt bij het schrijven erg na over haar publiek, zegt ze. „Er zijn héél véél vrouwen die zich dik en lelijk voelen als ze zwanger zijn. Die voelen dan een beetje bevestiging.”

Moet u, omdat u voor Libelle schrijft, een bepaalde toon aanhouden?

„Ik moet wel binnen het Libellepubliek passen. Als ik voor Linda zou schrijven, zou ik nog waarschijnlijk verder gaan. Wat korter door de bocht, wat baldadiger. Ik pas me aan aan mijn lezergroep, ik kom daar vandaan. Ik weet precies wat wel en niet kan. Als ik bij mijn ouders in Harderwijk kom, leest iedereen die column. Mijn moeder wordt er dagelijks op aangesproken in het ziekenhuis waar zij werkt.”

Waarin past u zich dan aan?

„Ik let bijvoorbeeld op dat ik niet te veel over Amsterdam schrijf. Niet te veel over zuipen, ladderzat hier voor de deur liggen. Omdat ik weet dat mensen, vooral nu ik een kind heb, daar heel erg tegen gaan ageren. De Libellelezeres zit daar niet op te wachten.”

Hoopte de redactie dat u een kind zou krijgen, zodat u in de doelgroep past?

„Daar zijn ze echt wel blij mee ja. Maar het moet ook weer niet té veel over de baby gaan, vindt mijn chef. Dus ik doe er dan weer eentje over een huis zoeken, en dan over afvallen. Daar kan iedereen zich in herkennen. En dan weer eentje over ruzie met Reinier.”

U noemt Reinier vaak bij naam in uw columns. Houdt u rekening met hem als u schrijft?

„Als Reinier me zou smeken... Nee wacht. Reinier smeekt mij wel eens om iets niet op te schrijven. Dan zeg ik: Laat het me nou eerst dat stuk maken, en dan zegt ie meestal dat het toch wel kan.”

Beschouwt u uw columns als dagboek?

„Nee. Soms zijn ze dat misschien te veel. Daar moet ik aan werken. Ik wil dat er een boodschap in zit. Suzanne schrijft wat er in haar leven gebeurt duidelijk in een flow op. Ik kan pas ergens over schrijven als ik op afstand sta, er een analyse op kan trekken. Toen we een dertigwekenecho hadden en Max bleek een te klein hoofdje te hebben, schreef ik daar niet over. Pas als ik niet meer in de wachtkamer zit om te horen of ik een gehandicapt kind heb, kan ik erover schrijven. En toen was er ook een issue om te agenderen: de overdreven diagnostiek. Dan ben ik blij. Dan is het persoonlijk én er zit een crux in.”

Heeft u schuilnamen voor uw man en kind overwogen?

„Nee. Wieke Biesheuvel in Libelle doet dat wel. De oude garde doet het, de nieuwe garde niet. Het is een generatieding. Ik vind dat ik niks te verbergen heb.”

Maar Max later misschien wel.

„Dat zullen we dan zien. Ik kan me niet te veel van hem toe-eigenen, maar ik ben wel zijn moeder en schrijf vanuit mijzelf. Als hij groter is, zal het meer in overleg moeten.”

Bent u wel eens te ver gegaan?

„Ik vind van niet. Reinier is een volwassen man, wij zijn gelijkwaardig. Grote onderwerpen, zoals vreemdgaan, overleg ik. Hij vindt het niet erg dat ik dat opschrijf, als jij twee biertjes met mij in de kroeg drinkt, weet je daar ook van.

„Het wordt pas anders als Reinier en ik uit elkaar zouden gaan. Dan zou ik voorzichtig zijn. Behalve als Reinier mij bedrogen had. Dan zou ik gewoon lekker een column over seks met een ander schrijven. Als wraak. Ik weet alleen niet wat de Libelle-redactie daarvan zou vinden.”