Een weinig geliefde rol

President Obama was er vorige week zeer uitgesproken over. Amerika, zei hij, wil niet langer „de politieman van de wereld” zijn. Wel zal de VS ingrijpen als er moreel onaanvaardbare dingen gebeuren, zoals gifgasaanvallen.

Dat klonk erg bekend, want diverse Amerikaanse presidenten namen een vergelijkbare positie in. Zo zei Jimmy Carter in 1979 dat Amerika niet „de politieman van de wereld” wilde zijn, maar wilde optreden als „vredestichter van de wereld”. Gerald Ford zei in 1974: „Amerika is niet de politieagent van de wereld, maar het moet wel de pijler van de collectieve veiligheid van de vrije wereld zijn.”

De bevoegdheden van een politieman zijn helder. Als iemand de wet overtreedt, mag hij direct naar eigen inzicht ingrijpen, desnoods met geweld. De bevoegdheden van de politieman van de wereld zijn minder helder. Tegenwoordig moet je eerst internationaal toestemming vragen om op te treden, daarna kondig je aan wat je precies gaat doen om dit vervolgens niet te doen– de gemiddelde wijkagent is daadkrachtiger.

Politieagent van de wereld is een Engelse uitvinding. Hoewel policeman of the world ontbreekt in de Oxford English Dictionary, wordt deze uitdrukking al zeker sinds 1854 met grote regelmaat in het Engels gebruikt. Policeman of the world en the world’s policeman is onder meer te vinden in oude Britse, Amerikaanse en Australische kranten. Ging het al die tijd over de Verenigde Staten?

Nee, tot ver in de negentiende eeuw was Engeland de grootste wereldmacht. En daarmee de zelf benoemde politieman van de wereld. Maar ook toen was dit al een veeleisende en weinig geliefde functie. „De Brit zal ál zijn taaiheid en kracht nodig hebben om te behouden wat hij heeft, en om de positie te handhaven die hij heeft ingenomen als ‘politieman van de wereld’, waartoe hij van Afghanistan naar de Transvaal moet snellen, en van Kairo naar Kaap Comorin [de zuidpunt van India, thans Kanyakumari, red.], om te trachten de orde te handhaven”, schreef een Australische krant in 1883.

Vanaf het begin van de twintigste eeuw komt Amerika in beeld als politieman van de wereld. De Democraten vonden dit meteen al een slecht idee. „Voor elke misstand in het strijdperk treden”, zei een spreker in 1912 op een Democratische conventie, „zou neerkomen op permanente oorlog [...]. Dit beleid zou de Verenigde Staten maken tot de politieagent van de wereld. Rome heeft gepoogd als politieagent van de wereld op te treden, en is ten onder gegaan; Portugal heeft gepoogd als politieagent van de wereld op te treden, en is ten onder gegaan; Spanje heeft het gepoogd, en is ten onder gegaan.”