Drinkwater veilig? Nee!

Foto hollandse hoogte, fotobewerking NRC Fotodienst

Kraanwater en flessenwater zijn wellicht minder veilig dan veel mensen denken. Daar zijn voldoende aanwijzingen voor.

Zeker, het drinkwater in Nederland is volgens drinkwaterbedrijven vergeleken met de meeste andere landen uitstekend. Je krijgt er geen vreselijke ziektes als cholera van. Het water wordt doorgaans beter gezuiverd dan elders. Het is vrijwel altijd helder en het smaakt beter. In veel andere landen wordt drinkwater gedesinfecteerd met chloor. Dat proef je.

Er zijn dan ook veel deskundigen, niet zelden uit de sector zelf, die hoog opgeven van het Nederlandse drinkwater.

„Ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat het drinkwater veilig is”, zegt Jan Peter van der Hoek, hoogleraar drinkwatertechniek en werkzaam bij het Amsterdamse drinkwaterbedrijf Waternet.

„Er is geen reden tot zorg.” Verontreinigd drinkwater is volgens hem „een verwaarloosbaar en beheersbaar risico”.

„Het Nederlandse drinkwater is van onberispelijke kwaliteit”, zegt ook Marcel Tielemans, hoofd van Het Waterlaboratorium, een instituut van drie drinkwaterbedrijven in Noord- en Zuid-Holland.

„In Nederland is het drinkwater perfect”, zegt technologisch directeur Peer Kamp van PWN Technologies, de commerciële dochteronderneming van drinkwaterbedrijf PWN. „Wij kunnen qua zuivering veel, zo niet alles.”

Drinkwateronderzoeker Ans Versteegh van het RIVM maakt zich evenmin zorgen. „Er wordt goed gescreend op de onbekende stoffen in de bronnen, zoals Rijn en Maas”, zegt ze.

Andere deskundigen zijn minder stellig over de kwaliteit van het drinkwater en vooral van de bronnen daarvoor. Zij plaatsen kanttekeningen bij de mogelijkheden van zuivering. En ze maken zich zorgen over hormoonverstorende en giftige stoffen, ook in kleine hoeveelheden: resten van geneesmiddelen zoals de anticonceptiepil en de pijnstiller diclofenac; resten van röntgencontrastmiddelen; mogelijk nanodeeltjes in resten van zonnebrandolie of brandvertragers; combinaties van giftige stoffen; stoffen waarvan niet bekend is wat de gevolgen voor de gezondheid zijn als ze zich ophopen in het lichaam.

Het gaat ook om onbekende stoffen, of stoffen waarvan de toxicologische eigenschappen niet of onvoldoende bekend zijn. Veelal wordt verondersteld dat het om zulke lage concentraties gaat, dat de effecten ook op langere termijn „verwaarloosbaar” klein zijn. Versteegh: „Je moet er een zwembad van leegdrinken wil je er iets van merken.” Maar helemaal zeker, wetenschappelijk gezien, is dat niet.

Pim de Voogt is hoogleraar chemie van opkomende watervervuiling aan de Universiteit van Amsterdam en tevens werkzaam bij KWR, het onderzoeksinstituut van de drinkwaterbedrijven in Nieuwegein. Hij zegt: „Onderzoekers van het RIVM schrijven dat de concentraties van stoffen in drinkwater veilig zijn. Maar ze zeggen er niet bij dat de kennis over sommige stoffen ontbreekt.”

Watermonsters

De Voogt constateert dat van veel chemische stoffen de toxicologische gegevens niet of slechts deels openbaar zijn. Ook hebben wetenschappers geen inzage in de lozingsvergunningen van de industrie. „Die geheimhouding heeft meestal met de concurrentiegevoeligheid te maken.”

Het gevolg is dat onderzoekers niet weten naar welke stoffen ze moeten zoeken om uit te vinden of ze eruit moeten worden gezuiverd. KWR doet daarom non-target screening: het neemt watermonsters, bijvoorbeeld uit de Rijn en de Maas, en gaat na wat erin zit. Aan de hand van de massa van een stof kan de identiteit van een onbekende stof worden bepaald.

Je kunt je eveneens afvragen hoe goed de controle is. Bij de Europese Commissie zijn ongeveer tienduizend chemische stoffen geregistreerd. Eenmaal in het milieu ontstaan ook transformatieproducten van deze stoffen. Maar in het Nederlandse Drinkwaterbesluit zijn normen voor slechts zestig stoffen opgesteld. Veruit de meeste worden dus niet regulier gemeten. De bedrijven hebben de wettelijke plicht om deugdelijk drinkwater te leveren, maar moeten formeel alleen zorgen dat die zestig normen niet worden overschreden.

Het RIVM en de Inspectie voor de Leefomgeving en Transport doen de controle. Op overschrijdingen stuiten zij zelden. Vrijwel elk jaar rapporteert minister Schultz van Haegen (Water, VVD) dat de kwaliteit van het drinkwater „goed” is.

Langetermijnrisico’s

Toegegeven, het zou ondoenlijk zijn om voor tienduizend chemische stoffen een norm op te stellen. Bovendien zijn er ook andere maatregelen genomen. Zo mag in elke liter water die als bron voor drinkwater wordt gebruikt niet meer dan 0,1 microgram per bestrijdingsmiddel zitten. Voor andere stoffen, zoals geneesmiddelen, wordt de informele regel gehanteerd, een threshold of toxicological concern (ttc), van 0,1 microgram per liter.

Maar: je kunt toch niet beweren dat drinkwater veilig is als er onbekende stoffen in zitten? En vervolgens stellen dat die onbekende stoffen geen schade veroorzaken? Er worden verbanden gelegd met allerhande soorten aandoeningen, van kanker tot autisme en obesitas.

Juliette Leger, hoogleraar toxicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, zegt: „Er is weliswaar geen acuut risico, maar er is wel een mogelijk risico op langere termijn. Consumenten lopen dat risico onvrijwillig. Anders dan bij deelname aan het verkeer, kunnen wij niet zelf besluiten dat risico te vermijden.”

Er lopen twee Europese onderzoeken naar het effect van geneesmiddelen in drinkwater. Legler zelf deed onderzoek naar het effect van zeven kankermedicijnen in zeer kleine hoeveelheden op embryo’s van zebravissen. „De visjes lieten een afwijkende ontwikkeling zien.” Ze waarschuwt vooral voor de mogelijke effecten op de ontwikkeling van baby’s in de baarmoeder en opgroeiende kinderen.

Legler: „Je kunt niet zeggen dat ons drinkwater helemaal goed is. We weten niet welke stoffen er allemaal in zitten. Volwassenen lopen weinig risico. Zij beschikken doorgaans over een goedwerkende lever en nieren, over een laag vet waarin giftige stoffen kunnen worden opgeslagen en over een betrouwbaar immuunsysteem. Maar dat hebben jonge kinderen veel minder. Daar maak ik me zorgen over en daar gaat ons onderzoek over.”