Drinkwater veilig? Ja!

De werkkamer van directeur Walter van der Meer van drinkwaterbedrijf Oasen in Gouda is behoorlijk groot. „Stel je deze kamer voor als een bacterie.” Hij omklemt zijn koffie. „En dit bekertje als het gaatje van een membraanfilter.” Dan wordt ons wel duidelijk hoe effectief in zijn ogen waterzuivering kan zijn. „We halen er straks alles maar dan ook alles uit.”

Van der Meer, hoogleraar innovatieve waterzuivering aan de TU Delft, schetste in zijn inaugurele rede het drinkwaterbedrijf van de toekomst: een bedrijf dat onafhankelijk is geworden van de kwaliteit van de bron van drinkwater, omdat het alle stoffen eruit zuivert die niet tot de moleculaire structuur H2O behoren.

Over drie jaar wil Van der Meer daadwerkelijk beginnen met de levering van dit „zuivere drinkwater” aan twaalfduizend huishoudens in de omgeving van Lekkerkerk en Bodegraven. „Daarmee ben je in één klap van alle discussies over drinkwater af.” Van der Meer wil omgekeerde osmose via membraanfiltratie gebruiken: een techniek die al bestaat om van zeewater drinkwater te maken. „Ik ga niet voor de Nobelprijs. Je kunt zo’n apparaatje voor je boot gewoon op de Hiswa kopen.”

Sommige deskundigen zijn enthousiast over het plan van Oasen. „Super”, zegt Juliette Legler, hoogleraar toxicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. „Daar zou ik helemaal achter staan. Maar is het niet te duur?” Anderen zijn sceptisch. Onderzoekers vrezen niet alleen hoge kosten, maar ook een relatief groot energieverbruik en korte levensduur van de gebruikte technologie. „En waar laat je het afval?” vraagt Peer Kamp van het PWN Technologies, de commerciële dochteronderneming van drinkwaterbedrijf PWN.

Hoogleraar Jan Peter van der Hoek: „Ook al is deze technologie mooi en uitdagend, zij kan een vrijbrief zijn om het milieu, en dus drinkwaterbronnen, met milieuvreemde stoffen te belasten.” Ook wordt getwijfeld of echt alle stoffen eruit kunnen worden gehaald. Directeur Theo Schmitz van de vereniging van waterbedrijven Vewin: „Deze technologie is voor de iets langere termijn.”

Legionellabacterie

Van der Meer bestrijdt de kritiek. „De bezwaren lijken op die tegen de introductie van de auto, of van de mobiele telefoon. Mensen willen er niet aan. Ze denken dat het niet kan, of niet nodig is. Maar je bespaart op langere termijn veel geld. Zo hoef je geen geld meer te steken in de preventie en bestrijding van de legionellabacterie want die gedijt niet in zuiver water. Dus we gaan het gewoon doen.” En duur? „Welnee, Het is net als met een kleurentelevisie. Die was alleen in het begin duur.”

Niet alle drinkwaterbedrijven zijn overtuigd van nut en noodzaak. Peer Kamp van PWN Technologies ontwikkelde het proces ‘geavanceerde oxidatie’. „Dat proces is een golden bullet. Het is een universele vernietiger van alle organische micro’s. Het heeft op veel navolging gekregen, met name bij de zuivering van afvalwater tot drinkwater.”

En over onbekende stoffen waarvan je niet weet of je er wellicht over dertig jaar kanker van krijgt, hoef je je ook geen zorgen te maken. Zulke stoffen haalt de zuivering er nu al uit, zegt Marcel Tielemans, directeur van Het Waterlaboratorium, een instituut van drie drinkwaterbedrijven in de Randstad. „We zoeken steeds gerichter naar de biologische effecten van stoffen op organismen. We hoeven niet precies te weten welke stoffen in het water zitten als we waarnemen dat na er na zuivering geen effecten zijn opgetreden op bijvoorbeeld algen.” Die methode heet de effect directed analysis en is in opkomst.

Zorgwekkende stoffen

Daar komt bij dat de drinkwaterbedrijven de aandacht liever richten op iets anders. Ze willen dat hun bronnen schoon blijven en vinden dat de vervuilers moeten innoveren. Directeur Schmitz van de Vewin: „In Europa is jaren geleden afgesproken dat we de wateren in Europa zo schoon mogelijk zullen houden. Als dat gebeurt, hoeven wij drinkwaterbedrijven er ook geen vuiligheid uit te halen.”

De Europese Commissie stelde onlangs na jaren debat voor om aan een bestaande lijst met zorgwekkende stoffen, drieëndertig in aantal, vijftien stoffen toe te voegen. Het Europees Parlement schrapte drie van deze stoffen uit het voorstel: twee hormoon verstorende stoffen die in de anticonceptiepil zijn verwerkt en de pijnstiller diclofenac. „Onverstandig”, meent Schmitz. „Wij zijn daar bijzonder teleurgesteld over.”

In het algemeen vinden de waterbedrijven dat er veel meer „voorzorgsnormen” in Europa moeten komen. Normen voor geneesmiddelen en nanodeeltjes in bronnen van drinkwater. „De kwaliteit van de bron moet zó goed zijn, dat je niet veel zuivering nodig hebt”, zegt Tielemans van Het Waterlaboratorium.

Oasen-directeur Van der Meer is natuurlijk geen tegenstander van schone waterbronnen. „Dat is goed voor het milieu.” Maar dat is toch geen reden om niet ook te streven naar puur drinkwater? Hij vertelt dat hij regelmatig vergadert met collega’s die zijn verhaal maar half geloven. „Het is als met de introductie van de Ford. In de tijd van paard en wagen zijn onderzoekers vooral bezig om nog snellere paarden te maken. De auto is dan zó nieuw, dat zij zich daar geen voorstelling van kunnen maken.”