DNA

Wie had gedacht dat ik nog eens ontroerd zou raken bij de tot op de draad versleten journalistieke vraag: „Wat ging er door u heen toen…?” Caroline Tensen stelde hem vorige week in haar tv-programma DNA Onbekend aan een 84-jarige man, die dankzij een DNA-test net te horen had gekregen dat de man en vrouw naast hem een halfbroer en halfzuster waren. Hun moeder Froukje had altijd verzwegen dat zij van een andere man nog een derde kind had: dat was deze 84-jarige. Toen hij het nieuws van Tensen vernam, zei hij alleen maar: „Mag ik even achter de piano?” Daarna speelde hij voor de familie en de camera een weemoedig deuntje.

Als het geënsceneerd was – ik ben geneigd veel slechts te denken van televisiemakers (wat deed die piano daar?) – was het goed geënsceneerd.

Familie – als je het iemand gunde was het die man. Hij had een voorgeschiedenis waarin hij stelselmatig juist van familie en bekenden was beroofd. Afgestaan door zijn moeder, weggepest uit zijn pleeggezin, opgepakt als verzetskoerier, overlevende van Bergen-Belsen waar zovelen om hem heen werden vermoord.

De technische ontwikkelingen rond DNA lijken niet alleen een goudmijn te worden voor justitie, maar ook voor televisie, film en literatuur. De verhalen liggen voor het oprapen en ze hoeven niet meer uit te lopen in een open einde; met een beetje geluk is er een happy end. Vervolgens kunnen wij thuis, met die gezellige familie om ons heen, een traan wegpinken. Het is goed voor de kijkcijfers en misschien ook wel voor onze emotionele huishouding.

Een min of meer geslaagd voorbeeld is nu in de bioscoop te vinden: de documentaire Stories We Tell van de talentvolle Canadese regisseur Sarah Polley (van Away from Her). Moeder Froukje uit DNA Onbekend heet hier Diane, de overleden moeder van Sarah. Zij was een actrice die, haar extraversie ten spijt, haar halve leven lang een groot geheim blijkt te hebben bewaard: dochter Polley was verwekt door een andere man dan haar echtgenoot.

Sarah krijgt als meisje steeds meer geruchten te horen over een andere vader en besluit het uit te zoeken. DNA brengt de oplossing, zonder DNA zou Sarah geen film hebben gehad (en nog steeds haar stiefvader voor biologische vader aanzien). Het is een ijzersterk verhaal, door Polley bekwaam verteld, maar het is net of ze huiver heeft voor de telegenieke, Caroline Tensenachtige kant ervan. Er moest een filosofische laag bij dat ‘de’ waarheid niet bestaat, hoewel die in dit geval juist wél bestaat in de vorm van die dikke praatjesmaker die haar biologische vader blijkt te zijn. We moeten de waarheid niet ongrijpbaarder maken dan ze soms is. Of wil Sarah vooral laten zien dat er over haar moeder verschillende waarheden bestaan?

Dat mag, en het is ook interessant om al die waarheden over iemand te horen, maar het is niet de reden waarom we op het puntje van onze stoel blijven zitten: wij willen vooral weten wie ‘pa’ is en waarom Diane hem die eer heeft gegund.

De rest is een bijzaak, die Sarah op den duur zó ingewikkeld maakt dat er mensen zijn die de film als een fakedocumentaire beschouwen. Een pijnlijk misverstand. Sarah maakt hier en daar gebruik van korte fakereconstructies en acteurs, iets waarover ze in de film en ook in interviews wel wat duidelijker had mogen zijn. Maar het verhaal is verder wel degelijk het schrijnende verhaal dat haar, haar moeder, haar stiefvader en de dikke praatjesmaker overkomen is. Ik zou toch maar gauw gaan kijken.