De eerlijkheid maakt de columns beter, herkenbaar

schrijft in Jan over haar privéleven

Columniste Suzanne Rethans: „Ik zie mezelf als een romanfiguur die toevallig hetzelfde meemaakt als ik.” Foto’s David van Dam

‘Soms heb ik het gevoel alsof iemand in mijn dagboek heeft gebladerd. Als ik onverwacht word aangesproken op een column. Het brengt me in verlegenheid. Een gevoel van ongewenste intimiteit. Ik weet dat dat onzin is, ik heb het stuk zelf geschreven. Maar er zit een levensgroot verschil tussen in mijn eentje achter een scherm zitten en iets rechtstreeks aan een vreemde vertellen. Dat zou ik nooit doen.”

Suzanne Rethans (41) schrijft levenscolumns. Al vijftien jaar. Wat begon met stukjes over uitgaan in de Roxy in het blaadje van de Hogeschool, werd gaandeweg steeds persoonlijker. Zo konden de lezers van vrouwenbladen haar leven volgen en met haar mee groeien. Van haar tijd als fladderende twintiger in het tijdschrift Viva, naar de periode als jonge moeder in het familieblad Flair. Sinds vier jaar schrijft ze voor de glossy Jan. ‘In scheiding’, was de kop boven haar meest recente column in dat blad.

De verschillende opdrachtgevers zijn geen toeval. Als je schrijft over je eigen leven, moet je levensfase passen bij het blad waarin je staat. Toen Rethans haar oudste zoon kreeg, zei de Viva-redactie: we gaan nu op zoek naar een andere columnist. Dat begreep ze wel, zo werkt doelgroepdenken. Nu past ze nog bij Jan, omdat haar jongste dochter pas vier is. Maar ze begint aan de bovengrens te komen.

Wie Rethans niet kent, weet toch veel over haar. Kleine dingen: dat ze graag Thais eet, dat ze verslaafd is aan Facebook. Maar ook over de ongewenste zwangerschap die ze lang geleden liet afbreken. Over de geboorte van haar drie kinderen. En, recent, over haar verliefdheid op schrijver Peter Buwalda en de scheiding die daarop volgde.

Is het belangrijk voor een columnist zo openhartig mogelijk te zijn?

„Het past goed in het soort bladen waar ik voor schrijf en ik heb altijd zo gedaan. Ik werd er ook nooit op afgerekend. Pas nu, in deze periode, loop ik tegen de grenzen aan. Het is zo pijnlijk voor alle betrokkenen dat het misschien beter was geweest als ik geen column had.”

Maar u had wel een column.

„Ja. Waar boven stond: Suzanne is getrouwd met Pieter. Dus ik kon er niet omheen om over de scheiding te schrijven. Ik moest wel elke maand mijn stukje inleveren. En er was niets anders in mijn leven op dat moment.”

Heeft u spijt?

„Ik heb in deze periode één column geschreven waar ik echt spijt van heb. Ik had toen al maanden een geheime relatie. Toen heb ik geschreven dat ik mezelf het liefst zou willen klonen, want ik wilde niet uit mijn gezin weg. Ik heb daar onwijs veel brieven op gekregen van lezers, die dat hadden uitgeknipt en boven hun bureau hadden gehangen. Die herkenden dat gevoel. Maar ik kreeg er wel buikpijn van.”

De column waarin uw zoon ‘kutmoeder’ zegt klinkt heftiger.

„Ik heb dat meer als een afstraffing voor mezelf opgeschreven. Later heb ik inderdaad begrepen dat dat ook negatief op hem af kan stralen.”

Hij kiest er niet voor om dat te delen

„Dat is absoluut een over de rand geval.”

Neemt de redactie u wel eens tegen uw eigen openhartigheid in bescherming?

„Dat is één keer gebeurd. Het was bij een column net ná die klooncolumn. Toen heb ik iets luchtigers geschreven. Ik denk altijd: als ik dit zo voel dan zijn er heel veel andere mensen die dit ook zo voelen. Ik merk dat ze zich gesteund voelen als ik erover schrijf.”

Doet u nu meer aan zelfcensuur?

„Ik heb dat nooit hoeven doen. Maar ik word nu teruggeroepen door de omgeving, en wel op zo'n dwingende manier dat ik daar zeker naar ga luisteren.”

Zou u eigenlijk net zo open willen schrijven als altijd?

„Eigenlijk wel. Maar ik moet rekening houden met de gevoelens van de mannen en van mijn kinderen. Ik wil niemand pijn doen. Als het alleen om mijzelf ging: ik sta achter wat ik schrijf en ik schaam me er ook niet voor.”

Ken ik u, door de columns te lezen?

„Ik zie mezelf maar als een soort romanfiguur die toevallig hetzelfde meemaakt als ik. Door die eerlijkheid worden de columns beter, herkenbaarder. Ik heb aan mooiweerverhaaltjes geen boodschap. Als je het doet, moet je het goed doen.”