De cijfers wijzen niet op nivellering

Wat is volgend jaar het effect van het kabinetsbeleid? Het Planbureau voorziet gelijke koopkracht van werkenden. Gepensioneerden leveren in.

Wat is goed en wat is slecht voor de koopkracht? Het Centraal Planbureau heeft de maatregelen van het kabinet handzaam op een rijtje gezet: vier maatregelen zorgen er voor dat het besteedbaar inkomen komend jaar stijgt, twaalf zorgen juist voor minder geld.

De uitkomst laat zich raden. Die is negatief. De gemiddelde Nederlander heeft in 2014 0,5 procent minder te besteden. De lonen gaan weliswaar omhoog (1,5 procent), maar door de inflatie van ruim 2 procent is er feitelijk sprake van een achteruitgang. Maar niet voor iedereen: voor mensen met werk blijft de koopkracht gelijk. De grootste klap krijgen gepensioneerden: min 1,5 procent.

Dat ouderen volgens het koopkrachtoverzicht het meest inleveren, heeft verschillende oorzaken, die niet allemaal het resultaat zijn van kabinetsbeleid. Zo zullen de meeste pensioenfondsen hun uitkeringen niet volledig indexeren, waardoor een achteruitgang onvermijdelijk is. Wel uit de koker van het kabinet komt de verlaging van de AOW-toeslag die ouderen met een inkomen van meer dan 50.000 euro kan treffen.

Ook op zorgvlak leveren ouderen in: zo wordt de tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten geschrapt en komt er een einde aan fiscale aftrek van bepaalde zorgkosten. Deze maatregelen raken in de praktijk vooral ouderen, hoewel gemeentelijke uitkeringen het inkomensverlies deels compenseren. En sommige ouderen zien ook nog eens de eigen bijdrage voor verzorgingstehuizen stijgen. Dat is niet eens te zien in de koopkrachtplaatjes.

Wordt de oudere te hard gepakt? Het kabinet kan wijzen op een rapport van voormalig CPB-directeur Henk Don die de financiële positie van generaties tegen het licht heeft gehouden. Zijn conclusie, afgelopen zaterdag in deze krant, is helder. „Van alle leeftijdsgroepen is de kans op armoede onder ouderen het kleinst.”

De vier maatregelen voor volgend jaar die de koopkracht bevorderen, gaan deels aan (armere) ouderen voorbij. Zo gaat de arbeidskorting omhoog – minder belasting voor werkenden – en daalt de inkomstenbelasting voor hogere inkomens. Gunstig voor sommige ouderen is het voornemen van het kabinet om eenmalig 100 euro te geven aan mensen die op 110 procent van het sociaal minimum zitten.

Die uitkering heeft in elk geval een nivellerend karakter, maar het is de vraag of dat voor het hele inkomensbeleid geldt. Wie minder dan zo’n 34.000 euro per jaar verdient, levert komend jaar 0,75 procent in. En wie bijna 100.000 euro verdient, blijft gelijk in koopkracht. Dat klinkt toch anders dan nivellering. Daar komt nog bij dat het inkomen voor werkenden op peil blijft, terwijl mensen met een uitkering een half procent inleveren.

Is er dan helemaal geen goed nieuws voor PvdA-voorzitter Spekman die nivelleren als „een feestje” kenschetste? Hij kan erop wijzen dat mensen die meer dan 100.000 euro verdienen 0,75 procent inleveren.