Beklemmende bunkerkunst

Zien // Beeldende kunst See You in The Hague: Double Centre T/m 17 nov in Den Haag stroom.nl

De Eindhovense kunstenaar Charles van Otterdijk maakt graag lange wandelingen in de uitgestrekte bossen van Duitsland, aan de Poolse grens. Een paar jaar geleden vond hij, op zoek naar verstilling, een verlaten bunker. Niet uit oorlogstijden maar recent. Hij wurmde zich door de afrastering en maakte interieurfoto’s die nu in kunstcentrum Stroom hangen: kale, steriele binnenruimtes met enkele raadselachtige meubels en apparatuur. Voer voor nachtmerries.

Omdat hij van huis uit ruimtelijk kunstenaar is, besloot hij zijn herinneringen na te bouwen: een soort zendmast, sirenes, meubels. Het lijken props uit een oorlogsthriller. Hij toont ze in Stroom in donkergrijs geverfde zalen die hij vernauwde om ze op die bunkers te doen lijken. Een elektronische ruis klinkt als beklemmende soundtrack, een geluidsbestand dat hij op een usb-stick vond. Code? Spionage? Aan de vooravond van de opening vertelt hij dat kennissen in Duitsland hem aanraadden het land te verlaten, een zekere paranoia overviel hem. Terecht, denk je als je door zijn onheilspellende en tegelijk esthetische tentoonstelling wandelt. Wat weten wij gewone burgers nu werkelijk?

Van Otterdijks intrigerende expositie doet de aftrap van See you in The Hague, een langdurig programma van Stroom over de Haagse ambities om internationale hoofdstad voor de vrede te worden. See You in the Hague klinkt als een marketingslogan, maar is een dreigkreet die Palestijnen de Israëlische grenssoldaten toeroepen. Op dit programma sluit Van Otterdijk aan als een soort artistieke Edward Snowden. Een soort – kunstenaars zijn geen klokkenluiders. Ze werken met verbeelding. Als ik Van Otterdijk spreek, is hij verbluft als ik zeg dat ik zijn foto’s niet geloof, die heeft hij toch geënsceneerd? Ik troost hem met de opmerking dat het goed is dat zijn werk twijfels oproept.

Een verdieping lager bij Stroom exposeert hij mediafoto’s van crisiscentra en ontmaskerde verhoorruimtes. Daarnaast ogen ‘zijn’ bunkerinterieurs esthetisch, maar dat kan de fotografische gave van de kunstenaar zijn. Bovendien, waarom zouden martelkamers niet mooi gedesignd kunnen zijn? Ook daar zullen architecten en ontwerpers hun best doen. De gaskamers waren ook door Bauhausarchitecten ontworpen. Dat maakt deze tentoonstelling zo interessant: door die dreiging te esthetiseren maakt hij het zowel invoelbaar als onwaarschijnlijk.