Zij blij, de dokters niet

50.000 Nederlanders trokken in tien jaar naar het Duitse Rheine voor een ‘preventieve’ bodyscan Minister Schippers wil dat ook in Nederland

Redacteur Zorg

In een kleine wachtkamer zitten vier Nederlanders. Twee ouderen en een jongeman uit Amsterdam met zijn moeder. Moeder en zoon wachten op de uitslag van de scan die ze vandaag allebei hebben gehad. Zoon (30) ging voor het hele pakket: ondermeer een MRI-scan van de longen en het hoofd, een darmtest en een hartfilmpje. Moeder (55) liet alleen haar hart testen. „Je wilt toch wat zekerheid.”

Ze hebben twee uur gereden naar dit Duitse plaatsje Rheine, vlak over de grens achter Enschede. In een algemeen Duits ziekenhuis zit een kleine hoekje voor Nederlanders. Daar zit het bedrijf Prescan. De secretaresse, de verpleegkundige en de dokters spreken Nederlands. Aan de muur hangen foto’s van bekende Nederlanders die de screening van Prescan aanprijzen: Angela Groothuizen, Leon de Winter, Patty Brard.

‘U móet kijken, dokter’

Zeg ‘Prescan’ tegen de gemiddelde medisch specialist of huisarts in Nederland en het werkt als een rode lap op een stier. Steeds vaker, klagen ze, komt de patiënt aanzetten met een foto van Prescan: er is een knobbeltje bij me geconstateerd, een vlekje, een vernauwing, u móet kijken wat er met me aan de hand is. Het maakt gezonde mensen ongerust, zeggen dokters. En jaagt de premiebetaler op kosten: vervolgonderzoeken worden uit de basisverzekering betaald. Door iedereen dus. Ook als er niks aan de hand blijkt te zijn.

Er is nóg een bezwaar, vinden critici: blijkt uit de bodyscan dat je niks mankeert, dan zegt dat weinig. Een half jaar later kun je alsnog een tumor ontwikkelen. Schijnzekerheid.

Maar mensen willen het. Steeds vaker. Prescan bestaat 10 jaar en heeft ruim 50.000 Nederlanders gezien. Sommige komen om het jaar terug. Ze betalen tussen 495 en 1.950 euro voor de ‘preventieve’ scans.

Preventieve scans zijn verboden in Nederland en daarom gaan de gebruikers de grens over. In Nederland mogen ze niet worden uitgevoerd op grond van de Wet op het Bevolkingsonderzoek die stelt dat gezonde mensen niet getest mogen worden. Sterker: niemand mag in Nederland naar een medisch specialist zonder verwijsbriefje van de huisarts. En dus alleen als hij klachten heeft of een verdacht symptoom. Maar in de Duitse grensstreek floreert het bedrijf Prescan: er zijn nu tien locaties. Het bedrijf, van de broers Eddy en Lucas van Heel, adverteert in Nederland heel actief. Vorig jaar hadden 7.500 mensen de reis naar Duitsland er voor over. Vooral mensen tussen 40 en 65 jaar.

Minister Schippers (Volksgezondheid, VVD), een liberaal, begrijpt de bezwaren van Nederlandse medici niet zo goed: als iemand zichzelf wil laten testen op bijvoorbeeld tumoren of vernauwde bloedvaten, dan moet dat toch kunnen? Dat heet zelfbeschikkingsrecht. Mits hij het onderzoek zelf betaalt. Zij vroeg de Gezondheidsraad vorig jaar naar de voorwaarden waaronder een bedrijf als Prescan in Nederland zou kunnen werken. Want zo lang het verboden is (maar wel wordt uitgevoerd in Duitsland) zijn er geen kwaliteitsnormen waar het onderzoek aan moet voldoen. Ze wacht op het antwoord van de Gezondheidsraad.

Recht op geruststelling

Schijnzekerheid? Onnodige vervolgonderzoeken? Ze kennen alle bezwaren van de medische stand, zeggen de Nederlandse cardioloog René Sprangers en de Duitse radioloog Günter Klass die onderzoeken voor Prescan uitvoeren. Ze houden kantoor in Rheine. Zij bieden een eerlijk product, zeggen zij. Sprangers: „We kijken altijd eerst of we überhaupt de zorgen die iemand heeft, kúnnen wegnemen met een onderzoek. Mensen weten natuurlijk niet wat er mogelijk is. Ze denken misschien dat we iets kunnen uitsluiten terwijl daar geen geschikte test voor is. Mensen vragen weleens: wilt u mijn bloed onderzoeken? Maar die vraag is te algemeen. Want waarop? Je moet heel gericht zoeken.”

Een verpleegkundige voert eerst een telefonisch gesprek met de klant – om die vragen te inventariseren. En wijzen ze een klant dan weleens af? Volgens Sprangers komt dat soms voor.

Maar de meesten komen en dat recht hebben ze, vindt Sprangers. Hij kan boos worden over de kritiek. Waarom, zegt hij, zou Prescan zijn technische mogelijkheden níet inzetten om iemand te laten weten of hij gezond is? Waarom zou iemand daar geen gebruik van mogen maken als hij dat zelf betaalt? Ook een hypochonder, zegt hij, heeft recht op geruststelling.

Sommige afwijkingen, zoals een vernauwing van de halsslagader (wat de hersens kan bedreigen), kunnen ze bij Prescan-onderzoeken wel degelijk uitsluiten. Als radioloog Klass geen tumor ziet op een MRI-scan van de nieren, dan kan hij de klant met 99 procent zekerheid vertellen: u heeft nu geen niertumor. Natuurlijk, zegt hij, is die zekerheid van korte duur, afhankelijk van de soort tumor die hij zoekt en het tempo waarop die zou groeien. „Wij leggen uit dat naarmate de tijd verstrijkt, de kansen veranderen. Een test is altijd een momentopname. Alle tests.”

Uitleg is essentieel, zeggen ze bij Prescan. „Iedereen moet alert blijven op de signalen die zijn lichaam geeft. Ook als wij niets hebben geconstateerd, moet de klant die daarna iets raars voelt, gewoon naar de huisarts.” Als ze – en dat gebeurt ook – een tumor ontdekken, dan bellen ze zelf de huisarts van de patiënt.

Dat de tests van Prescan tot talloze overbodige vervolgonderzoeken zouden leiden, is volgens Sprangers en Klass niet aangetoond. Het bedrijf onderzoekt nu zelf hoeveel klanten na de bodyscan alsnog naar de dokter gingen en een onderzoek eisten dat vervolgens niets uitwees.