Veel minnen, toch valt het mee

Bezuinigt het kabinet-Rutte II de economie kapot? Dat was de belangrijkste vraag die het Centraal Planbureau (CPB) dit jaar met Prinsjesdag moest beantwoorden. Gezien de economische crisis had niemand echt goed nieuws verwacht. Toch vallen de negatieve effecten van de extra 6 miljard euro aan bezuinigingen en lastenverzwaringen mee.

Ondanks die ingrepen gaat de economie in 2014 weer groeien: met 0,5 procent. Minder dan de 0,75 procent groei die het CPB in augustus voorspelde, maar toen waren de extra maatregelen van 6 miljard – zoals hogere inkomstenbelasting – niet meegenomen.

Dat de economie niet weer krimp laat zien, zoals dit jaar, is munitie voor het kabinet, hoewel Nederland in Europa in economisch opzicht achterop blijft. En wie zegt dat de verschillende voorstellen van de oppositie niet beter uitpakken? De oppositie ziet in de CPB-cijfers een bevestiging van haar kritiek dat het kabinet te hard bezuinigt (SP, PVV en GroenLinks) en te veel lasten verzwaart (CDA, SP en PVV). Want ook in 2014 daalt voor het vijfde achtereenvolgende jaar de koopkracht.

De groeiprognose, die uitlekte via RTL Nieuws, moet met een korrel zout worden genomen: het CPB voorspelde de laatste jaren steeds te optimistisch. Volgens het Planbureau komt dat doordat de groei van de wereldeconomie en de huizenprijzen moeilijk te ramen zijn. Beide factoren spelen een grote rol in de voorspelling van de economische groei. De wereldeconomie groeit komend jaar (3,25 procent) harder dan dit jaar, verwacht het CPB, terwijl de huizenmarkt zijn dieptepunt wel gehad heeft.

Die prognoses kunnen beide te optimistisch blijken, geeft het CPB toe. De consument trapt „sneller dan voorheen op de rem” als hij tegenvallers verwacht, aldus het CPB. Consumenten met een eigen woning zijn terughoudend met besteden, als hun huis minder waard is geworden. En niet alleen daarom: het CPB berekende dat de overheid de lasten de laatste drie jaar met 18,5 miljard euro heeft verhoogd en 60 procent daarvan wordt betaald door burgers.

De oppositie wijst graag het kabinet aan als schuldige van die lastenverzwaringen. Feit is dat het overgrote deel van de hogere lastendruk die burgers op dit moment voelen, te danken is aan het Lenteakkoord, dat VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie vorig jaar sloten toen het kabinet Rutte I op de klippen was gelopen.

De groei moet – zoals altijd bij de open Nederlandse economie – vooral uit het buitenland komen, via handel. En die vooruitzichten zijn verbeterd: de economie van de EU kromp dit jaar met 0,5 procent, terwijl die in 2014 met 1 procent groeit. Ook stijgen de uitgaven van de overheid. Ondanks de geplande bezuinigingen geeft de overheid 0,5 procent meer uit.

Minder positief voor het kabinet is dat de extra maatregelen zorgen dat de koopkracht met gemiddeld 0,5 procent daalt. Dat komt vooral door extra belastingen en lagere toeslagen voor zorg en kinderen. De meeste werkenden behouden hun koopkracht. Met name gepensioneerden gaan er, net als voorgaande jaren, op achteruit. Dat komt ook door kortingen die pensioenfondsen doorvoeren. De bestedingen van gezinnen blijven dan ook dalen, maar anders dan de afgelopen jaren verwacht het CPB dat bedrijven weer meer gaan investeren.

Pijnlijk zijn de werkloosheidscijfers. Komend jaar verwacht het CPB dat 685.000 mensen zonder werk zitten – ongekend sinds de jaren tachtig. Een flinke toename, maar die werd in augustus al verwacht: de extra bezuinigingen leiden dus niet tot extra werkloosheid.