Vangnet banken verdeelt Europa

Europa wil het bankentoezicht voor het eind van het jaar regelen, althans op papier.

Twee grote knelpunten resten: zeggenschap en stroppenpot.

Eurogroepvoorzitter Dijsselbloem: „Zo’n bankenfonds kun je goed regelen”. Foto AFP

Drie maanden geeft Europa zichzelf om weer geloofwaardig te worden. Voor het einde van het jaar moet er helderheid komen over de bankenunie, een systeem van Europees toezicht dat het continent behoedt voor een volgende crisis, de belastingbetaler beschermt en de banken nieuw leven inblaast.

De druk is groot. „De groei in Europa wordt feitelijk vertraagd door het niet functioneren van de financiële sector”, zegt minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën), die dit weekeinde in Vilnius was voor informeel overleg met Europese ambtgenoten.

Maar is drie maanden genoeg? Dijsselbloem, tevens voorzitter van de eurogroep, belandde in Litouwen in een door de Duitsers aangewakkerde juridische discussie die duidelijk maakte dat de lidstaten nog lang niet zijn uitgepraat. Het afstaan van zeggenschap – van macht – aan Europa is altijd een heikel punt, maar valt landen met grote financiële sectoren en Duitsland in het bijzonder extra zwaar.

Dat de eurocrisis zo uit de hand kon lopen, kwam door het ontbreken van internationale coördinatie: overheden waren meer bezig met het beschermen van hun eigen banken en minder met de stabiliteit van de sector als geheel. Ze vochten elkaar de tent uit. Dat het toezicht voortaan Europees moet, staat dan ook niet ter discussie. Vorige week stemde het Europees Parlement hiermee in en de Europese Centrale Bank (ECB) treft nu voorbereidingen om het toezicht gestalte te geven.

Het grote struikelblok is de tweede pijler onder de bankenunie: een aparte instelling die banken zo snel en pijnloos mogelijk ontmantelt, nadat ze door de Europese toezichthouder als reddeloos verloren zijn bestempeld – resolutie in jargon. Onderdeel daarvan is een speciaal, door banken zelf gespekt fonds, zodat de belastingbetaler niet opdraait voor het begraven van probleembanken. Maar het gaat minstens tien jaar duren om die geldpot te vullen. Wat als er al eerder een grote bank omvalt?

Grote kans dat er belastinggeld in het potje moet.

Vergeet het maar, zegt Schäuble. Hij ziet niets in het creëren van een Europese instelling die Duits belastinggeld beheert en maakte zich in Vilnius sterk voor een netwerk van nationale resolutie-autoriteiten en -fondsen. Maar volgens de Europese Commissie, het dagelijkse bestuur van de EU, gaat dat niet werken.

Dijsselbloem sprak zaterdag ook van „een slecht voorstel”. „In het Duitse plan gaan nationale autoriteiten bij elkaar zitten om tot een besluit te komen. Dat is nou precies waar we heel slechte ervaringen mee hebben gehad. Het zou een stap terug zijn.” Idealiter gebeurt de ontmanteling van probleembanken in een paar dagen tijd, om de schade te beperken. Dat gaat nationale autoriteiten nooit lukken, denkt de minister.

De Duitsers hebben nog een zorg: een daadwerkelijk Europese ‘bankenterminator’ zou komen te vallen onder de Europese Commissie. Dijsselbloem vindt een grotere rol voor de Commissie „niet problematisch”, maar Schäuble is het een gruwel.

Europees commissaris Michel Barnier (Interne Markt) wond zich daar dit weekeinde over op. „We zijn niet uit op macht”, zei hij. „Hier zit geen ideologie achter.” Sterker nog: de Commissie staat helemaal niet te springen om deze moeilijke taak erbij te krijgen, maar ziet, gezien de juridische context, weinig andere opties.”

Duitsland voelde zich vorige week gesterkt door een uitgelekt juridisch advies aan de EU-regeringsleiders. Daarin staat dat het bankenfonds – als er belastinggeld bij moet – raakt aan het ‘soevereine budgetrecht’ van lidstaten. Een punt voor Schäuble dus.

De ECB droeg vrijdag een mogelijke oplossing aan, die Dijsselbloem omarmt: blijkt het bankenfonds ontoereikend dan kan het Europese noodfonds ESM worden aangesproken. Dat is weliswaar belastinggeld – het ESM wordt gevuld door de lidstaten – maar het zou gaan om leningen die de banken binnen drie of vijf jaar met rente moeten terugbetalen. „Dat kun je goed regelen”, zegt Dijsselboom. „Als de rekening privaat blijft, raak je niet aan het budgetrecht van staten en is het juridische probleem opgelost.”

Hij heeft nog drie maanden om Duitsland te overtuigen.