Tijdrovend, duur, lastig uitvoerbaar

Het vernietigen van gifgas in Syrië terwijl de burgeroorlog woedt, is bijna niet te doen.

Toen John Kerry en Sergej Lavrov zaterdag hun plan presenteerden voor de vernietiging van het Syrische gifgasarsenaal, leek het alsof er geen burgeroorlog woedt in Syrië. President Assad moet binnen een week een totale inventaris van zijn arsenaal overleggen, de wapeninspecteurs moeten in november alle plekken hebben bezocht waar chemische wapens liggen opgeslagen, en dan moet eveneens alle apparatuur voor de productie van chemicaliën en het vullen van artillerie zijn vernietigd. En halverwege volgend jaar moeten alle chemische wapens uit Syrië zijn weggehaald of zijn vernietigd.

In de praktijk onhaalbaar, zeggen wapenexperts.

De vernietiging van chemische wapens is een kostbaar, tijdrovend en technisch complex proces dat, als het veilig wordt gedaan, jaren, zelfs decennia kan duren. Zelfs in vredestijd en in een land dat volledig meewerkt. Nu moeten de inspecteurs werken met een regime dat zijn wapenprogramma tot voor kort strikt geheim hield. Ze moeten onder gevaarlijke omstandigheden naar fabrieken en opslagplaatsen. Het risico van vertraging en misleiding is groot, terwijl de vernietiging in recordtempo voltooid moet zijn.

Gevaarlijke missie

„Het is vooral een politiek plan, dat technisch niet uitvoerbaar is in zo’n korte tijd”, zegt Timothée Germain, onderzoeker bij het Center for International Security and Arms Control Studies. „Het zal al lastig worden om een inspectieteam samen te stellen.” De Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), die toeziet op de naleving van het Verdrag inzake Chemische Wapens, heeft wereldwijd 110 inspecteurs in dienst die hun handen al meer dan vol hebben. „Zie maar eens vrijwilligers te vinden voor zo’n gevaarlijke missie.”

Onduidelijk is nog hoe de veiligheid van de inspectieteams gewaarborgd wordt. Vanwege de dreiging van een Amerikaanse interventie had het regime troepen en wapens verplaatst en militaire kazernes en vliegvelden ontruimd, wat leidde tot een luwte in de strijd. Maar vorige week is het Syrische leger weer in het offensief gegaan. Gisteren voerden gevechtsvliegtuigen bombardementen uit op voorsteden van de hoofdstad Damascus die in handen zijn van rebellen.

Volgens het akkoord zal het regime allereerst verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van de inspecteurs, mogelijk in samenwerking met de OPCW, de VN, Rusland, de VS en andere landen. Maar buitenlandse troepen in Syrië zijn vooralsnog niet aan de orde. Als de inspecteurs vergezeld worden door Syrische militairen, is de kans groot dat dit geweld zal uitlokken. Het team dat de gifgasaanval in Damascus onderzocht, is verschillende keren beschoten. Door wie is niet duidelijk.

Nutteloze documenten

Uit de vernietiging van de massavernietigingswapens in Irak en Libië zijn lessen te trekken voor de huidige missie. In Irak waren twee inspectieteams aan het werk, de eerste van 1991 tot 1999 en de tweede van 2002 tot de Amerikaanse invasie in 2003. Na aanvankelijke medewerking, begonnen de autoriteiten de inspecties steeds meer te traineren. „Toen de inspecteurs vroegen om een inventaris, werden ze bedolven onder duizenden nutteloze documenten waar de informatie tussen verstopt zat”, zegt Germain. „We kunnen in Syrië hetzelfde verwachten.” In 1998 waren de VS het zat. Ze schoten kruisraketten af om Saddam te dwingen tot meer inschikkelijkheid – zonder succes.

In Libië was een inspectieteam van de OPCW actief vanaf 2004 om het nucleaire en chemische wapenarsenaal te ontmantelen. Het kostte alleen al drie jaar om alles te verzamelen, terwijl het om een veel kleiner arsenaal ging dan in Syrië. De OPCW was niet bij machte overal toegang te forceren. Bij de uitbraak van de burgeroorlog in 2011 was pas ongeveer de helft vernietigd. En zelfs na de dood van kolonel Gaddafi ontdekten inspecteurs nog honderden raketten met mosterdgas.

Niemand weet precies hoeveel chemische wapens Syrië heeft. De Russen en de Amerikanen zeiden vorige week dat ze het eens waren over de omvang, maar details brachten ze niet naar buiten. Syrië zou beschikken over zo’n 1.000 ton mosterdgas, sarin en VX, dat verspreid ligt over ongeveer 45 locaties. Maar door het verplaatsen van de voorraden in het afgelopen jaar is het onwaarschijnlijk dat inlichtingendiensten een compleet beeld hebben.

Volgens het akkoord moet Syrië ook granaten, raketten en lanceersystemen overhandigen, die kunnen worden gebruikt voor aanvallen met gifgas. Maar ongevuld kunnen deze ook voor conventionele aanvallen worden gebruikt, dus daar zal het regime niet graag afstand van doen.

Om het arsenaal in kaart te brengen, moeten de inspecteurs gesprekken voeren met de betrokken Syrische functionarissen, waaronder leden van legereenheid 450 die het arsenaal controleert. Eenheid 450 bestaat volledig uit alawieten, de religieuze minderheid waartoe president Assad behoort, en geldt als zeer loyaal aan het regime. „Assad zal de maanden die hem zijn gegeven gebruiken om te vertragen en de wereld te misleiden met behulp van elke truc uit het boekje van Saddam”, voorspelde de invloedrijke Amerikaanse senator John McCain.

Dumpen in zee

Over de vernietiging zijn nog veel vragen. Aangezien er weinig tijd is, zal het niet zo veilig en grondig gebeuren als in Amerika, dat de afgelopen 28 jaar 35 miljard heeft uitgegeven aan de ontmanteling van zijn eigen arsenaal, die pas in 2021 zal zijn afgerond. Maar in de zee dumpen, zoals met de chemische wapens van Duitsland en Japan gebeurde na de Tweede Wereldoorlog, lijkt ook niet waarschijnlijk.

Hoe chemische wapens moeten worden vernietigd, hangt af van of de chemische lading vastzit aan de raket, zoals in de VS, of wordt opgeslagen voor gebruik, zoals in Rusland. In het eerste geval moeten de wapens worden verbrand in speciale fabrieken. In het tweede geval kan aan het gifgas een chemische stof worden toegevoegd. Volgens Franse inlichtingen wordt het Syrische arsenaal opgeslagen als twee aparte stoffen die voor gebruik gemengd worden. Dan ligt vernietiging in Rusland voor de hand. Germain: „Maar dat krijgen ze nooit voor de zomer van 2014 voor elkaar. Ik vermoed dat de VS er tegen die tijd genoegen mee nemen als het spul Syrië uit is.”