Reijn speelt als Nora ‘één van haar beste rollen’

Halina Reijn krijgt haar eerste Theo d’Or voor haar vertolking van Ibsens tragische heldin Nora: „heftig, wanhopig, sterk”.

Halina Reijn als Nora bij Toneelgroep Amsterdam Foto Jan Versweyveld

Het was háár idee om Nora van Ibsen te doen bij Toneelgroep Amsterdam, háár wens om die fascinerende, omstreden toneelheldin te vertolken. En het werd háár triomf. Halina Reijn (1975) krijgt voor haar vertolking van Nora de Theo d’Or voor de beste vrouwelijke dragende rol van het seizoen. Haar eerste.

Met dit personage, dat in Reijns optiek „alle vrouwtypen uitprobeert” kon de actrice de vele facetten van haar talent demonstreren. Ze switcht moeiteloos en razendsnel van kindvrouwtje naar zakenvrouw, van moeder naar minnares, van hoer naar maagd. „Reijn bouwt de transformatie van Nora minutieus op”, aldus het juryrapport. „Heftig, wanhopig, sterk […] één van haar beste rollen tot nu toe”.

Dat is bij Reijn lastig kiezen, want vrijwel elk seizoen is er wel weer eentje. Lavinia in Rouw siert Electra (uit 2003, net weer hernomen) was er ook zo een. De overeenkomst: de soepele transformatie; het caleidoscopisch schakelen tussen karaktertrekken. Van een bozig, rigide vaderskindje naar een geëxalteerde, wellustige vrouw – van existentiële identiteitstwijfel naar wijze berusting. ‘De beste rol van haar korte loopbaan’, schreef deze krant toen. Het bleef bij een nominatie voor de Theo d’Or.

Haar monoloog La voix humaine (2009) was er ook één. De verlaten vrouw die een laatste telefoongesprek voert met haar ex-geliefde, terwijl vlakbij de afgrond dreigt: achter de glazen schuifpui, meters in de diepte, razen de auto’s voorbij. ‘Halina Reijn koppelt in haar rijke, indringende spel de stadia die de vrouw doormaakt, aan evenzoveel spelregisters die iedere keer weer verrassen’, schreef deze krant. Reijn speelt de toenemende wanhoop van de vrouw niet heftig maar ingehouden. ‘Steeds weer speelt ze tegen de verwachting in.’ Weer werd de nominatie niet verzilverd. Ondanks alle lof die Reijn gedurende haar carrière kreeg, won ze niet eerder de hoofdrolprijs. In 1998 werd ze wel al eens onderscheiden met de Colombina, voor de beste vrouwelijke bijrol (in Shopping and Fucking).

Reijns Nora begint als Barbie: brede, parelende lach, het mahoniebruine haar in hupse pijpenkrullen, een kreukloos babyblauw jurkje met bijpassende mantel, hoge hakken – een plaatje, een pop. Bij haar man Torvald bedelt ze kirrend om geld, hij stop haar dat minzaam, vaderlijk toe. Hij noemt haar ‘krekeltje’, en roept haar bij zich door te fluiten. Maar algauw begint het te schuren; is zij voor hem enkel een speeltje, een pronkstuk? Nora heeft een geheim: ze heeft achter zijn rug om een moedige, geëmancipeerde daad verricht. Als het geheim uitkomt, legt dat de ware aard van hun relatie bloot: Torvald laat haar keihard vallen. Dan is het spel uit, de illusie doorgeprikt. Haar huwelijk blijkt een leugen, de rol die ze speelde is uitgespeeld. Nora moet nu voor zichzelf kiezen. En dat doet ze door haar man – èn kinderen – te verlaten.

Reijn belichaamt de totale ontluistering. De krullen zijn uit het haar gezakt, haar mascara is uitgelopen, haar jurk gekreukt. Onmachtig trekt ze haar schouders op. We zien schok, vertwijfeling, onzekerheid. Maar ook: vastberadenheid. Wat ze precies wil, weet Nora niet. Ze weet alleen dat ze dat zelf moet gaan ontdekken. Reijn speelt een geboorte, een pijnlijke, gewelddadige geboorte.

Het moment dat Nora haar kinderen verlaat, verraden Reijns glanzende ogen haar onmetelijke verdriet. Maar ze is ook gegroeid; wijzer geworden. Ze is brandnieuw en stokoud tegelijk. Haar gebogen rug maakt haar in een klap lichtjaren ouder. Volgens Reijn zelf is zij als Nora uiteindelijk „een bejaarde Bambi die bibberend op haar oude stokjes staat”.