Pierre Bokma is als glibberige Vijs ‘de ultieme verleider’

Pierre Bokma ontpopt zich tot stand up-comedian en krijgt daarvoor de Louis d’Or - pas de tweede in zijn carrière.

Pierre Bokma als ‘Vijs’ in De Verleiders Foto Ben van Duin

Pierre Bokma is ‘hors catégorie’; zo hoog op de artistieke Olympus dat vergelijken zinloos is. Dat moeten opeenvolgende toneeljury’s hebben gedacht toen ze Bokma (1955), keer op keer passeerden voor de Louis d’Or, de toneelprijs voor de beste mannelijke dragende rol. In 1994 kreeg hij hem voor het eerst, en voor het laatst, voor zijn hoofdrol in Shakespeares Richard III bij Toneelgroep Amsterdam. Nu, bijna twintig jaar en even zoveel prachtrollen later, wordt hij eindelijk weer bekroond, voor het nogal atypische personage van ‘Vijs’ in de cabareteske theaterhit De Verleiders; de Casanova’s van de vastgoedfraude.

Ergens past Vijs wel in Bokma’s oeuvre: als gewetenloze machtswellusteling doet de vastgoedgoeroe niet onder voor de Shakespereaanse boef. Maar wat een verschil in beschaving. In De Verleiders is Bokma een vuilbekkend, cokesnuivend mannetje. Nico Vijsma was adviseur van zijn neef Jan van Vlijmen (‘Vlijm’) en het brein achter de fraude bij het Bouwfonds. Een kleurrijke figuur, door Bokma voluit karikaturaal neergezet. Consequent een zwarte bril op zijn neus; het haar vettig van de pommade. De gladde kaken strak, met in de cynisch neerwaarts getrokken mondhoeken altijd wel een seksistische opmerking klaar. Griezel, lomperik, geweldenaar. Maar ook: charmeur. Hij is degene die met holle coachingtaal iedereen verleidt tot grootscheepse zwendel. „Als ultieme verleider dráágt Bokma deze voorstelling”, stelt het juryrapport. „Niet alleen in hoe ‘zijn’ Vijs de andere personages bespeelt, maar ook in hoe hij zijn haast satanische personage het publiek laat manipuleren.”

Het is een verrassende rol voor Bokma: komisch, karikaturaal, cabaretesk. Dat kan een reden zijn om hem nu te bekronen; een nieuwe noot in zijn register. De eerste keer dat Bokma zo’n artistieke chute maakte, was toen de grote Shakespearevertolker in 2003 een zachtmoedige, homoseksuele gemeenteambtenaar neerzette, in Maria Goos’ Cloaca. Een verrassende stap en een prachtrol. De nominatie werd toen niet verzilverd; een gemiste kans van de jury.

In De Verleiders ontpopt Bokma zich niet alleen verrassend tot komiek, in de vele een-tweetjes met het publiek lijkt hij bijna een stand up-comedian; steeds aan de bal, er bovenop, spelend, anticiperend en reagerend. Daar zal hij van hebben genoten: Bokma noemde acteren in een interview al eens „het ontkomen aan de herhaling”: met dezelfde ingrediënten toch steeds weer een uniek moment creëren. In De Verleiders is het of hij meer dan ooit improviseert. Het maakt ‘Vijs’ een unieke rol. Maar het is in die twintig jaar zeker niet zijn beste. Bokma kan het „exceptionele vakmanschap” dat de jury roemt, subtieler en met meer raffinement etaleren, en daarmee uiteindelijk met meer effect.

Desalniettemin is zijn ‘Vijs’ een genot om naar te kijken, ook voor wie de voorstelling als geheel minder vond. Bokma pakt lekker uit, en etaleert zijn genie in al zijn handelingen; van het kleinste gebaar tot de heftigste uithaal. Het publiek lacht al als hij alleen nog maar opkomt. Het fluistert opgewonden, iemand slaakt een kreetje; Bokma’s roem wekt hooggespannen verwachtingen. En die wordt meteen na zijn opkomst ingelost met een komische, gekweld-venijnige oogopslag. Ja, het is mijn schuld, zeggen die ogen, sorry. Om dat schuldbesef direct weer diabolisch te ridiculiseren. Bokma scoort hier de lach door alleen maar te kijken.

Te veel jury’s hebben in het verleden hun handen niet aan het ongrijpbare genie Pierre Bokma durven branden. De bekroning voor ‘Vijs’ lijkt een ietwat willekeurige Wiedergutmachung, ondanks de zeer genietbare prestatie. Maar Bokma heeft de prijs vanzelfsprekend, en al decennialang, verdiend.