Ouders + ruzie = kinderleed

Als ouders elkaar de tent uit vechten en dat gaat ten koste van het kind, kan de rechter de ouders uit de ouderlijke macht ontheffen. Maar is dat de oplossing?

‘Ik ben na 7 jaar vechten met L. en 5 jaar procederen helemaal op”, schreef de Drentse vader vorige week in zijn zelfmoordbrief, nadat hij ook zijn drie zoontjes om het leven had gebracht. Het is het zoveelste familiedrama, waarbij weer de vraag is: had dit niet voorkomen kunnen worden? Dit gezin was weliswaar niet bekend bij Bureau Jeugdzorg, maar ook al zou dat wel het geval zijn geweest, voor Jeugdzorg zijn veel familiezaken zo ingewikkeld dat de oplossing niet voor handen is. In de publieke opinie doet Bureau Jeugdzorg het dan ook nooit goed.

Als ouders blijven ruziën, kan dat ten koste gaan van het kind. Een rechter kan dan beslissen de ouders uit de ouderlijke macht te ontheffen. Maar is dat de oplossing, en zo ja voor wat dan? Overziet de rechter de gevolgen voor het kind?

Het begin van de ruzie

Neem bijvoorbeeld het stel dat verschillend dacht over hun zoon van 13 toen hij wat snotterig was en niet naar schoolde wilde. De vader vond hem een slappeling die een schop onder zijn kont nodig had, de moeder vond dat de vader zich te hard opstelde en dat hij echt ziek was. De thermometer gaf de vader gelijk, het gezicht van de zoon de moeder. De vader vond echter al langer dat moeder te zoetsappig was en zag daarin ook de verklaring voor het slappe gedrag van zijn zoon. Hij zag het als zijn taak om van zijn zoon ‘een man’ te maken. De moeder zag het als haar taak haar zoon te beschermen. Zo raakten deze ouders steeds meer met elkaar in gevecht terwijl beiden het welzijn van hun zoon voor ogen hadden. Toen de moeder hulp zocht, wees de vader die af. Therapie was voor watjes en de therapeut was te veel op de hand van zijn vrouw. Een nieuwe therapeut werd door de moeder weer te hard gevonden, en zo sputterde dat door. Ondertussen verwees de school de zoon naar een orthopedagoog voor zijn concentratieproblemen en zo werd er nog een instantie actief. Het geruzie tussen ouders nam in hevigheid toe en parallel daaraan de schooluitval van de jongen. De leerplichtambtenaar dreigde met boetes en de vader verloor zijn geduld en sloeg zijn zoon. De moeder vertelde het de huisarts, wat voor de huisarts, conform de richtlijnen, aanleiding was melding te maken bij het AMK, onderdeel van de Raad van de Kinderbescherming. Alhoewel dat nu ook weer niet de bedoeling was geweest van de moeder, was ze wel blij dat er nu ‘echt’ ingegrepen zou worden. De vader was ook hoopvol dat nu duidelijk zou worden dat moeder te weinig grenzen stelde al was hij wel bang was dat zijn ‘corrigerende tik’ verkeerd zou worden uitgelegd.

De teleurstelling volgde echter snel. De vrijwillige hulpverlening van weleer werd steeds dwingender waarbij de vader zich wederom ongehoord voelde en vond dat hij in de hoek werd gezet alsof hij het kind mishandelde. De moeder begreep dat ze alleen stond in de bescherming van haar zoon.

Wanneer ouders zo overtuigd zijn van hun eigen gelijk en met elkaar op ramkoers liggen, dan staan de instanties machteloos. In dit soort situaties dreigt in het uiterste geval ontzegging van de ouderlijke macht en wordt er een voogd benoemd. Deze krijgt dan de zeggenschap over de kinderen.

Ontheffen uit de ouderlijke macht

Wat is ouderlijke macht eigenlijk? In juridische zin betekent het dat je mag bepalen waar je kind verblijft, bij wie, op welke school het zit, wat het te eten krijgt, enzovoort, maar niet dat de kinderen naar je zullen luisteren. Dat is namelijk geen juridische maar ‘werkelijke’ ouderlijke macht die van nature door kinderen aan hun ouders wordt gegeven. Kinderen zijn loyaal aan hun ouders, ze proberen zich zo te gedragen dat ze de liefde van hun ouders veilig stellen. Daarom zijn kinderen ook zo bang als ouders ruzie met elkaar hebben. Wanneer ouders het niet meer eens zijn met elkaar en er niet in slagen elkaars mening te respecteren, dan raken kinderen met hun loyaliteit in een spagaat. Ze raken verward en gaan zich ernaar gedragen. Ze worden somber, krijgen door spanning en vermoeidheid concentratieproblemen op school, hebben meer ruzie, reageren zich af en worden soms zelfs agressief. Deze symptomen zijn op zichzelf dan vaak weer aanleiding voor meer zorg. Wanneer we nu te maken hebben met ouders die een gezonde zelftwijfel hebben, dan is de hulpverlener meestal nog wel in staat uit te leggen dat je eigen gelijk halen schadelijker is voor het kind dan begrip op te brengen voor het standpunt van de andere ouder – hoe controversieel ook. Wanneer dat gebeurt, komt er meestal geen rechter aan te pas.

Ouders die echter volharden in hun standpunt en elkaar blijven bestrijden, die de symptomen van het kind toeschrijven aan de opstelling van de andere ouder; ouders die steeds extremere maatregelen treffen om hun kinderen te beschermen tegen de andere ouder of iedereen die zich er verder mee bemoeit – over die groep ouders maken we ons zorgen.

Zulke ouders willen wij als samenleving niet langer hun eigen kinderen toevertrouwen. Dan komt er een moment dat de rechter maatregelen moet treffen, de ouders hun ouderlijke macht ontzegt en een voogd aanstelt. Dat geeft ons als samenleving het gevoel dat we ingegrepen hebben. We hebben de hulpverlening gemachtigd alles goed te regelen zodat wij er weer gerust op kunnen zijn. Het probleem is echter dat we op dat moment juridische met werkelijke macht verwarren.

Wanneer een gezinsvoogd de juridische macht heeft, bereik je soms het tegenovergestelde van waar naar je streeft. De uit de ouderlijke macht ontheven ouders blijven thuis gewoon dezelfde ouders met als enig verschil dat ze geen verantwoordelijkheid meer hoeven af te leggen, terwijl de voogd machteloos is in zijn verantwoordelijkheid.

In deze wankele positie moeten voogd en hulpverlening opereren. De moeder is door ons ingrijpen niet consequenter geworden en de vader niet zachter. Voor het kind is het nog moeilijker om loyaal te zijn. Hij moet nu niet alleen de onmogelijke balans tussen zijn ouders zien te vinden, maar ook nog eens de invloed van zijn voogd daarop zien in te passen.

De juridische maatregel verandert niets aan de loyaliteit van kinderen. Geen kind zal uit eigen beweging zeggen dat hij liever uit huis wordt geplaatst. We kunnen ouders niet hun werkelijke ouderlijke macht ontnemen door deze bij een voogd te leggen. Als we dat wel zouden willen, dan moeten we ze hun kinderen ontnemen en dat is voor kinderen net zo goed een trauma.

Kunnen wij als samenleving deze kinderen beschermen of is dat een fantasie die we koesteren maar die we niet waar kunnen maken? Werkelijk ingrijpen vraagt een veel grotere inspanning dan verschillende instanties op een gezin los te laten. Vroeger was er de Triangel in Amsterdam, een instelling die het hele gezin opnam, om niet een individu maar een samenlevingsverband als patiënt te zien. Ik denk dat we die kant weer op zouden moeten: een rechter die gedwongen gezinsverpleging kan opleggen. Een dergelijk instituut moet dan wel zo zijn ingericht dat het mentaal en fysiek is opgewassen tegen zo’n vechtlustig gezin. Je kunt veel van vechtende ouders zeggen, maar niet dat het geen doorzetters zijn.