Niks mis met klein zijn

Overal fuseren kleine gemeenten. Dat is efficiënter, is het credo. Maar Rozendaal blijft liever klein. „De burger is hier tevreden.”

Rozendaal is de kleinste gemeente op het vasteland Foto’s Ilvy Njiokiktjien

Burgemeester van Rozendaal Jan Hendrik Klein Molekamp (VVD) snapt het niet. Telkens die discussies over gemeenten die groter moeten worden. Eerst minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) met zijn plan dat alle gemeenten meer dan 100.000 inwoners moesten hebben. En nu begint ook zijn collega-burgemeester uit Naarden, Joyce Sylvester (PvdA), over opschaling. Zij stelt warempel voor gemeenten onder de 20.000 inwoners op te heffen. Want die zouden niet genoeg zeggenschap hebben in samenwerkingsverbanden met grotere gemeenten.

„Hoezo? Rozendaal doet het prima”, zegt Klein Molekamp met een lach. De Gelderse gemeente, vlakbij Arnhem en ingeklemd tussen de A12 en de Veluwe, telt 1.500 inwoners. Het is de kleinste gemeente van het vasteland. De kleinste gemeente op het vasteland na Rozendaal, Renswoude, telt ruim drie keer zoveel inwoners en ontkwam in 2011 ternauwernood aan een fusie met buurgemeenten.

Rozendaal heeft die zorg niet. Buurgemeente Rheden, ruim 43.000 inwoners, laat weten dat een fusie met Rozendaal „niet op de agenda staat”. Ook de provincie Gelderland zegt „geen enkele reden” te hebben voor opheffing.

„Rozendaal heeft kleine problemen, dus kunnen we klein blijven”, zegt Klein Molekamp. „En de bevolking is sociaal sterk.” Hij bedoelt: hoger opgeleid en rijk. Medisch specialisten wonen hier, verbonden aan het Arnhemse ziekenhuis Rijnstate. Al dan niet gepensioneerde zakenlieden, ooit gelieerd aan verf- en chemieconcern Akzo Nobel. Geen mensen die de gemeente nodig hebben om te overleven. Klein Molekamp: „De zelfredzaamheid die de overheid steeds vaker vraagt van burgers, bestaat hier al. Dat maakt het makkelijker om als gemeente zelfstandig te blijven.”

Rozendaal bezit bovendien nauwelijks grond. Het bestaat grotendeels uit beschermd natuurgebied. Voor nieuwbouw kunnen buurgemeenten niet uitwijken naar Rozendaal. „Dat maakt ons volstrekt oninteressant als fusiepartner”, zegt Klein Molekamp. Het gebrek aan grond heeft nog een voordeel: verlies op grondexploitatie lijdt de gemeente niet. Rozendaal heeft ook geen begrotingstekort, maar een klein overschot: ruim 72.000 euro in 2013, bijna 60.000 euro in 2014. De totale begroting is 3,5 miljoen euro.

Rozendaal telt één lagere school, een middelbare school, een hospice en een particuliere medische kliniek. Verder staan er vooral woningen.

En een gemeentehuis. Er werken elf ambtenaren. Amsterdam had er op 1 januari dit jaar 15.145.

Het takenpakket per ambtenaar is in Rozendaal dan ook groot. Eén ambtenaar is griffier van de raad, juridisch adviseur, secretaris van de bezwarencommissie, ambtenaar openbare orde en veiligheid waaronder rampenbestrijding, lid secretariaat van het buurtbemiddelingsproject, vergunningverlener voor de Algemene Plaatselijke Verordening, uitvoerder van de Drank- en Horecawet, en contactpersoon voor politie en brandweer.

Voor de uitvoering van andere taken doet Rozendaal een beroep op de ambtenarij van buurgemeente Rheden. Zoals de ICT, de bijstand, de leerplichtcontrole, het uitvoeren van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), en het handhaven van bouw- en woningtoezicht. Het uitbesteden van taken zal toenemen na de decentralisatie in 2015 van jeugdzorg, werk en nieuwe WMO-taken.

Kan Rozendaal dan niet net zo goed samengaan met Rheden?

Nee, zegt Alex Koning. Hij is de fractievoorzitter van Belangengemeenschap Rozendaal, de grootste lokale partij. „Burgers zijn tevreden. Daar gaat het om. Hier heb je binnen een halve dag je paspoort. In grotere gemeenten kan het dagen duren.”

Het samenwerken met andere gemeenten leidt volgens Koning niet tot de problemen die de burgemeester van Naarden Sylvester schetst. Als Naarden in zo’n samenwerkingsverband zou lobbyen voor extra blusapparatuur wegens de kleine, brandgevaarlijker vestingstraatjes aldaar, zegt Sylvester, „dan moeten andere gemeenten dat ook maar net willen”. Koning: „Dat laat je je toch niet overkomen? Rozendaal heeft zeggenschap in samenwerkingsverbanden.”

En mocht Rozendaal toch een besluit moeten aanvaarden dat indruist tegen de wil van inwoners, dan krijgt Koning dat zeker te horen, „bij de papiercontainer of bij de hockeyclub”. Inwoners zijn betrokken. Neem de raadsverkiezingen van 2010: een opkomst van 78 procent. Het landelijk gemiddelde was 54 procent.

Actiegroepen vormen zich ook snel, in Rozendaal. Koning: „Ze zijn hoger opgeleid, een brief hebben ze zo geschreven.” Een heet hangijzer nu is de mogelijke komst van een ‘rouwkamer’ – een soort publieke opbaarruimte – in een historische molenschuur. Omwonenden zijn tegen. Ze verpakten de schuur in juli in met zwart plastic, en aan hun huizen, gevel na gevel, prijkt hetzelfde mooi vormgegeven protestbord. Koning is het met hen eens. „Een rouwkamer past niet bij dit historisch centrum.” Dat zegt hij niet om omwonenden te bekoren, benadrukt hij. Sterker nog, de kleine afstand tussen ‘kiezer’ en ‘gekozene’ noemt Koning naast een voordeel ook „een gevaar”. „Raadsleden kennen die bewoners. Dat maakt het nog belangrijker om telkens een zakelijke afweging te maken. Zonder argumenten sta je nergens.”