Naar een ‘wijdere wereld’

Vanuit Antwerpen bracht de Red Star Line tussen 1873 en 1934 twee miljoen Europese migranten naar de VS. Een eeuw later volgen twee journalisten het spoor van een 17-jarige Joodse Rus. Een les voor nu.

Op een dag bezorgt de postbode een pakket voor Mejr Ber Kopp, de zoon van een Joodse molenaar in Nowe Miasto nad Pilica. Het stadje, ten zuidwesten van Warschau, ligt in wat dan nog Rusland is en later Polen zal heten. In het pakket zit een treinkaartje naar Antwerpen, een envelop met geld, en een ticket met een rode ster erop, goed voor een enkele reis New York.

In de nazomer van 1911 reist de zeventienjarige jongen in etappes per trein naar Antwerpen. Daarna brengt het SS Finland, een stoomschip van de Amerikaanse rederij Red Star Line hem als derdeklaspassagier naar het beloofde land. Zijn broer Simcha, die hem voorging, had zijn reis betaald.

Kopp (1894-1973) was een van de miljoe nen die tot de Eerste Wereldoorlog uit tsaristisch Rusland vertrokken. Onder hen veel Joden, die niet zelden de pogroms ontvluchtten. Van de tientallen miljoenen Europeanen die een beter leven aan de overkant zochten – Oost-Europeanen, Italianen, Ieren, Scandinaviërs, Belgen en Nederlanders – vervoerde de Red Star Line er tussen 1873 en 1934 twee miljoen van Antwerpen naar New York.

Het verhaal van Kopps reis is de rode draad van het boek Tranzyt Antwerpia, dat vandaag verschijnt. Honderd jaar later reisden journalist Pascal Verbeken en fotograaf Herman Selleslags hem achterna, van zijn geboortedorp Nowe Miasto door Polen en Duitsland naar Antwerpen. En ze maakten omwegen langs Warschau, Krakau en Auschwitz – destijds een populaire opstaphalte voor migranten, na 1942 het cynische retourstation voor alle Poolse Joden die niet waren doorgereisd naar Amerika, maar in Antwerpen waren blijven plakken.

Tranzyt Antwerpia is gemaakt ter gelegenheid van de opening van het Red Star Line Museum in Antwerpen, in de voormalige landverhuizersterminal van de rederij aan de Schelde, op 28 september. Dan zijn ook Selleslags foto’s te zien van ‘schuldige landschappen’, van nieuwe nomaden en achterblijvers.

Ondanks zijn prepaid treinbiljet moest Kopp de grens tussen Russisch Polen en Pruisen oversteken met hulp van onbetrouwbare mensensmokkelaars. Herkenbaar voor moderne migranten. Hoop, angst, avontuur, afscheid, controle, wat kun je meenemen en wat laat je achter – het zijn een paar van de thema’s die emigranten door de eeuwen heen met elkaar verbinden. Boek en museum schetsen samen zo ook een Europa dat door massale migratie opnieuw verandert.

Archief in New York

Kopps nooit gepubliceerde memoires – ruim honderd getypte bladzijden – lagen in een archief in New York. „Ik vond het van meet af aan een ontroerend verhaal”, zegt Pascal Verbeken in de voormalige douanehal van het nieuwe museum, waar het naar verf en gezaagd hout ruikt, en schilderijen en beeldschermen uit bubbelplastic tevoorschijn komen.

„Een jongen neemt afscheid van zijn zus, een jongere broer en zijn vader – zijn moeder was kort ervoor gestorven – en stapt op een paardenkar naar het dichtstbijzijnde station. In zijn eentje gaat hij op reis naar New York. Maar daarbij is er de verpletterende bijkomstigheid dat de oude wereld die hij achterliet kort daarna is uitgewist.”

Kopps vader, broer en zus stierven kort na 1914, vermalen tussen Duitse en Russische legers. De Joden van Nowe Miasto die er nog waren, belandden een oorlog later eerst in een getto en daarna in Treblinka. „Uiterlijk belichaamde Benjamin Kopp, zoals hij zich later noemde, de American Dream”, zegt Verbeken. „Hij studeerde medicijnen en zou huisarts in Brooklyn worden. Maar als hij terugkijkt, is zijn hele verleden weg – er is alleen nog taal. En hij geeft toe dat hij sindsdien nooit meer echt heeft kunnen genieten.”

Via Kopp kijkt Verbeken (1965) opnieuw „door een sleutelgat naar een wijdere wereld”, zegt hij. Hij deed het eerder met Arm Wallonië (2007) en Grand Central Belge (2012), zijn ‘requiem voor een verscheurd land’ aan de hand van een negentiende-eeuwse spoorlijn, dat nu wordt verfilmd.

De reis in Kopps spoor was een wake-up call, zegt Verbeken. „Ik realiseerde me dat ik ben opgegroeid in een luchtbel van de geschiedenis, waarin voorspoed vanzelfsprekend leek. Maar ook in onze ‘gezandstraalde maatschappij’ bestaat een onderwereld. Het Red Star Line Museum ligt bij het gerenoveerde Antwerpse Schipperskwartier, een toeristische trekpleister. „Maar the real deal begint een kilometer verderop. Je loopt er misschien aan voorbij, maar als je in een wijk als Seefhoek een deur opentrekt liggen er 45 matrassen van kelder tot zolder die per uur worden verhuurd.” Daar leven de nieuwe migranten – Afghanen, Syriërs, Afrikanen.

Het menselijke verhaal

Het museum zegt te waken voor politiek misbruik en zoomt in op ‘het menselijke verhaal’, waarvoor ‘iedereen begrip kan opbrengen’, ook ‘omdat het van alle tijden is’. Verbeken nuanceert dat. „Je hoort vaak zeggen dat je een paar generaties moet wachten en dat alles dan wel goed komt. Maar zo is het niet, of niet meer.”

Hij haalt een songtekst van de Amsterdamse band The Scene aan: ‘Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen’. „Dat is te rooskleurig, naïef zo je wilt”, zegt hij. „Je kunt nu fysiek in Antwerpen zijn, maar dankzij tv-schotel en internet mentaal in Tunesië. Dankzij open grenzen kunnen maffiose netwerken onze sociale zekerheid aanvallen. Dat is het dilemma van links, dat er geen antwoord op heeft, en de grote uitdaging voor Europa: ontwerp een billijke immigratiepolitiek. Dat kan niet zonder fysieke grenzen.”

Twee werelden

Ook de ‘Belgische Polen’ met wie Verbeken voor zijn boek een tijd optrok, leven in twee werelden: ze werken in Brussel of Antwerpen zonder ooit Belg te worden, en gaan een paar keer per jaar in een ‘Polenbusje’ met hun verdiende geld terug naar huis, waar ze nooit meer thuis zijn en ‘Belgen’ worden genoemd.

Zulke ontwortelde Europeanen, die ‘leven om te werken’, zijn er steeds meer, en het zal de Europese Unie „harder” maken, denkt Verbeken. „Wij geloven dat de inwoners van nieuwe lidstaten het liefst een maatschappij als de onze willen hebben, met dezelfde sociale zekerheid als wij. Dat willen ze helemaal niet. De Polen willen gewoon veel geld verdienen voor zichzelf. Ze willen ‘Amerika’.”

Pascal Verbeken en Herman Selleslags: Tranzyt Antwerpia, De Bezige Bij Antwerpen, 280 blz, € 24,95.