Monument

Het was Open Monumentenzondag in Amsterdam, misschien was de ambtswoning van burgemeester Van der Laan een interessante bestemming. Best leuk om te zien in welk stulpje de burgervader elke avond na gedane arbeid thuiskomt. Je mocht er de eetzaal, de balzaal en de damessalon bekijken.

Zou de lucht van zijn sigaretten er nog hangen? Konden we hem misschien in de verte horen kankeren op de JSF-plannen van Diederik?

Het was maar een kwartiertje lopen, fijn toch, dat je als Amsterdammer overal dichtbij zit. Eerst kwamen we voorbij het gebouw van het NIOD aan de Herengracht, allemachtig, wat een drukte daar, blij dat we daar niet heen wilden. Maar wat was er even verderop aan de hand? Wie woonde daar waar die ondraaglijk lange rij stond?

De burgemeester dus.

Dat kun je verwachten op Open Dagen, die zijn voor andere mensen net zo open als voor jou. Toch denk je onwillekeurig dat jouw keuze origineler zal zijn dan die van anderen – quod non. Wat te doen? Dan maar naar nummer twee op de lijst: de Portugese Synagoge aan het Mr. Visserplein. Ik was er wel eens voor een bijeenkomst geweest, maar had er nooit grondig rondgekeken. Onbegrijpelijk, achteraf, want het is een verbazend mooi en interessant gebouw, en bovendien als een heus museum voor iedereen toegankelijk, behalve op zaterdag (op sabbat zijn er diensten).

Het centrale synagogegebouw, omringd door lagere bijgebouwen en een voorhof, is nog hetzelfde als in 1675, het jaar van de opening. Het ademt een indrukwekkende sereniteit, zelfs als er tientallen dagjesmensen ronddrentelen. De synagoge heeft, net als in 1675, nog steeds geen elektriciteit, verwarming en verlichting – die moet komen van de honderden kaarsen in de kroonluchters en kandelaars. Het moet een feeërieke aanblik bieden, al lijkt het me wél koud.

De mannen zitten in de orthodoxe synagoge, zoals bekend, gescheiden van de vrouwen. Die moeten boven op een galerij plaatsnemen, alleen te bereiken via de buitenkant. Ik heb er even met mijn vrouw gezeten, wat eigenlijk vloeken in de tempel is, maar ik had mijn keppeltje – uitgereikt bij de ingang – op gehouden. Prettig, zo’n keppeltje, het oogt sierlijk, voelt licht en bedekt je kalende kruin.

Het uitzicht van de vrouwen op de zaal beneden werd nogal gehinderd door een manshoog houten vlechtwerk. „Je ziet toch maar weer dat alle godsdiensten vrouwen behandelen als tweederangs wezens’’, stelde mijn vrouw vast. Ik deed of ik deze feministische klacht niet hoorde; als je ergens gratis wordt binnengelaten, zoals op Open Monumentendag, ga je geen klaagzangen aanheffen – dat is wel héél Hollands. „Let op die Parnassimbank’’, wees ik dus maar snel, „daar zit altijd het bestuur van de gemeente.’’ „Allemaal mannen natuurlijk”, zei ze.

Gelukkig was er op het complex zoveel moois te zien dat zelfs de meest kritische bezoeker er stil van zou worden. Een rouwkamer, het optrekje van de rabbijn, een kaarsenkamer, schatkamers met fraaie ceremoniële voorwerpen, ja zelfs een antieke badkamer, voorzien van een bordje met de tekst: „Iedere bezoekster heeft recht op een versch bad.’’ „Zó waren ze ook wel weer’’, zei ik.

De Portugese Synagoge bezit ook nog de oudste functionerende Joodse bibliotheek ter wereld, maar die mag je alleen op afspraak bezichtigen – zowel mannen als vrouwen.