Moderne coach is ex-topspeler én schoolmeester

Een nieuwe generatie coaches paart clubliefde aan kennis. „Een combinatie werkt het beste”, stelt Leo Beenhakker.

Laten we het ‘De Moderne Hollandse School’ noemen. Frank de Boer en Phillip Cocu zijn de boegbeelden van de nieuwe generatie coaches. De eredivisie is voor deze jonge trainers, met hart voor hun club, de ideale kweekvijver. Ze combineren een verleden als voetballer met een gedegen vakopleiding. De tijd dat de trainerswereld verdeeld werd tussen ‘de schoolmeesters’ en ‘de praktijkjongens’ is voorbij. Leo Beenhakker (71), voorzitter van Coaches Betaald Voetbal: „Een heel goede ontwikkeling”. „Een combinatie van verschillende kwaliteiten werkt het beste.”

Na afloop van FC Twente-PSV (2-2) lijkt het in de persruimte wel een reünie van oud-spelers en jonge trainers tegelijk. Het Twente-viertal Alfred Schreuder, Youri Mulder, Kees van Wonderen en Boudewijn Pahlplatz schudt handen met het PSV-trio Cocu, Ernest Faber en Chris van der Weerden na het 2-2 gelijkspel. Dit zevental is goed voor honderden eredivisieduels, als trainers staan ze aan het begin van een tweede carrière.„Als coaches emotioneel bij hun club betrokken zijn, zorgt dat toch voor een apart sfeertje”, zegt Beenhakker. „Als oud-speler heb je zeker in het begin meer krediet. Maar als je vijf keer verliest, is dat weg. Coachen moet je leren.”

Schreuders is in theorie nog geen hoofdtrainer van FC Twente, maar ‘stroman’ Michel Jansen op de bank heeft weinig toekomst. Beenhakker: „Schreuder beschikt over de kwaliteiten, maar hij zal toch echt zijn diploma’s moeten halen. Johan Cruijff zal de enige blijven die dispensatie heeft gehad. De opleiding is er niet voor niets. Het verleden heeft dat met spelers van de generatie 1988 onder wie Ruud Gullit, Frank Rijkaard, Marco van Basten bewezen dat je niet té vroeg moet beginnen. Dat besef lijkt gelukkig nu te zijn doorgedrongen.”

Ajax, PSV en FC Twente zijn volgens Beenhakker in navolging van Bayern een nieuwe weg ingeslagen. Ervaren coaches als Martin Jol, Dick Advocaat en Co Adriaanse konden in Amsterdam, Eindhoven en Enschede niet voor de verwachte successen zorgen. De jeugd heeft de toekomst, ook op de bank. „Bayern heeft in Europa de toon gezet door in alle geledingen oud-voetballers te positioneren. Ajax heeft dat voorbeeld in Nederland met succes gevolgd. En nu doen meer clubs dat”, legt Beenhakker uit. „Goede zaak als een trainer de clubcultuur in zich draagt. Trainers worden nu vaak door clubs zelf opgeleid.”

Het jeugdige elan van de nieuwe generatie trainers zie je terug op het veld. Zo was de topper tussen Twente en PSV illustratief voor het niveau van het Nederlandse profvoetbal. Beide ploegen wisselden goed positiespel af met slordigheden. „Ik kijk liever naar de goede dingen dan naar de fouten. We willen met PSV attractief spelen, maar we moeten ervoor waken dat we niet naïef worden”, zei PSV-trainer Cocu na afloop in Enschede.

Beenhakker: „De Boer en Cocu beseffen dat het trainerschap meer is dan het technische management. Een trainer moet ook een mensenmanager zijn.” Beenhakker neemt Marco van Basten als voorbeeld van een oud-speler die moeite had zijn weg te vinden. De coach van Heerenveen behoorde tot de discipelen van Cruijff van wie werd verwacht dat ze het trainersvak snel in de vingers zouden hebben. Een misvatting. „Vorig seizoen zal ik pas voor het eerst ‘de coach’ Van Basten, niet meer de oud-speler. Prachtig om te zien hoe hij zich nu onder moeilijke omstandigheden staande houdt.”

De Boer en Cocu zijn de blikvangers van een lichting beginnende clubcoaches als Anton Janssen (NEC), Erwin van der Looi (FC Groningen) en Maurice Steijn (ADO Den Haag). Maar de verloren gewaande trainersgeneratie van 1988 vecht zich op de achtergrond terug. Want ook Van Basten, de gebroeders Ronald en Erwin Koeman en Jan Wouters hebben na enige bijscholing ingezien dat de eredivisie ook voor een herstart een prima podium is.