Hoofdhuidkoeling tegen kaalheid na chemo werkt goed

Kankerpatiënten maken te weinig gebruik van koeling van de hoofdhuid tijdens een chemokuur. Dat halveert de kans op haaruitval. „Veel artsen kennen deze techniek niet.”

Haaruitval door chemotherapie bij kankerpatiënten kan voorkomen worden door de hoofdhuid van deze mensen te koelen. De angst dat dit zou leiden tot extra uitzaaiingen van de tumor in de hoofdhuid, is ongegrond. Dat blijkt uit onderzoek van Corina van den Hurk, werkzaam bij het Integraal Kankercentrum Zuid, waarop zij donderdag in Leiden promoveert.

Om de tumor te laten slinken krijgen kankerpatiënten vaak geneesmiddelen die snel delende kankercellen doden. Omdat ook haarwortelcellen snel delen worden die ook geraakt door de chemotherapie. Daardoor kunnen patiënten na de behandeling last van haaruitval krijgen of zelfs helemaal kaal worden.

Door de huid af te koelen tot beneden de 20 graden Celsius vernauwen de bloedvaten en krijgen de cellen in de haarzakjes niet de volle laag cytostatica. Ook kan koude de activiteit van de haarwortelcellen remmen waardoor ze minder gevoelig zijn voor de chemokuur. De hoofdhuidkoeling begint een half uur voor de toediening van de chemotherapie. De patiënten krijgen een soort badmuts waardoor een machine koelvloeistof pompt. De koeling gaat door tot anderhalf uur na beëindiging van het infuus.

Hoofdhuidkoeling voorkomt in de helft van de patiënten ernstige haaruitval na een chemokuur, zo blijkt uit het onderzoek van Van den Hurk.

Dat het niet bij iedereen werkt komt doordat de haarstructuur per persoon kan verschillen en ook de chemotherapie niet in ieder ziekenhuis gelijk is, zegt Van den Hurk. „Bij mensen van Afrikaanse of Aziatische origine kan de koeling niet goed werken doordat kroeshaar of dik, stug haar de hoofdhuid isoleert. Dat is deels op te lossen door het haar vooraf nat te maken.” Daarnaast zijn er ook mensen die zo’n sterke interne kachel hebben, dat de hoofdhuid niet voldoende afkoelt. En per ziekenhuis verschilt de snelheid waarmee het infuus met chemotherapie wordt toegediend. Bij een langzame infusie bleek het resultaat van hoofdhuidkoeling beter.

„Artsen en verpleegkundigen onderschatten hoe belangrijk het is voor patiënten om hun haar te behouden. Uit enquêtes met patiënten blijkt dat zij kaalheid steevast zien als de vervelendste bijwerking van de chemotherapie”, zegt Van den Hurk. Door een kaal hoofd valt onmiddellijk op dat zij kankerpatiënt zijn, wat ze vaak als stigmatiserend ervaren.

De meeste koelapparaten in Nederlandse ziekenhuizen zijn gedoneerd door de stichting Roparun. Die sponsoring heeft ertoe geleid dat er nu in 76 ziekenhuizen zulke apparaten staan. Maar ze worden nog niet ten volle benut, zegt Van den Hurk. In de drie jaar dat de promovenda de behandeling in 50 centra volgde, werden er 1500 patiënten behandeld, voornamelijk borstkankerpatiënten. Maar er zouden meer patiënten van kunnen profiteren. „Ook mensen met prostaat-, darm-, long- en eierstokkanker kunnen er baat bij hebben.”

„Met name vrouwen zouden uit esthetisch oogpunt moeite hebben met haarverlies, maar gedurende het onderzoek zagen we dat er ook steeds meer mannen zich aanmeldden. Een ervan, een prostaatkankerpatiënt, zei tegen mij: als je niet kaal hoeft te worden, waarom zou je daar dan voor kiezen?”