Het moet precies andersom, Rutte

Voordat de overheid kan gaan bezuinigen moeten de particuliere schulden omlaag, betogen Jesse Klaver en Bas Eickhout.

Illustratie Sebe Emmelot

Gisteren was het precies vijf jaar geleden dat de val van de Amerikaanse bank Lehman Brothers de start van de financiële crisis inluidde. Aanvankelijk ging het om een kredietcrisis, ontstaan doordat huishoudens en bedrijven, aangemoedigd door het neoliberale beleid van de jaren negentig, meer schulden hadden gemaakt dan ze konden dragen. Helaas hebben we de afgelopen vijf jaar op pijnlijke wijze ervaren dat de financiële crisis ook de reële economie met volle kracht raakt. De nog steeds tot recordhoogtes oplopende werkloosheid is hiervan het meest schrijnende voorbeeld.

Nu, vijf jaar na de val van Lehman Brothers, lijken steeds meer ons omringende landen langzaam de crisis te boven te komen. Nederland daarentegen zakt steeds verder weg in het moeras. Dat de crisis in Nederland doorzet is geen natuurverschijnsel, maar het resultaat van menselijk handelen. Het is het gevolg van een verkeerde strategie van de kabinetten Rutte I en II. Dat is misschien een pijnlijke constatering, maar het geeft ook hoop. Met andere keuzes kunnen we tij immers ook weer keren.

Vooralsnog is de politiek sterk verdeeld over welke keuzes dan nodig zijn. Rechts roept dat links potverteert en de overheidsfinanciën totaal op hol laat slaan. Links beschuldigt rechts de economie kapot te bezuinigen. Polariserende woorden die ons de afgelopen jaren niet veel verder hebben geholpen. En dat terwijl zowel links als rechts een punt heeft in het debat over de crisis.

In onze economie bestaan namelijk twee crises. Allereerst de crisis die rechts belicht, de schuldencrisis; ontstaan doordat zowel de overheid, huishoudens en bedrijven meer hebben uitgeven dan er binnen is gekomen. Ten tweede de crisis die links benadrukt, de conjuncturele crisis: er is, zoals economen dat noemen, sprake van vraaguitval. Niemand geeft nog geld uit, waardoor de economie totaal op slot zit. Beide crises moeten worden aangepakt. De hamvraag is alleen, in welke volgorde?

Kabinet maakt cruciale fout

Het kabinet kiest ervoor te beginnen bij het afbouwen van de overheidsschuld. Morgen zal op Prinsjesdag weer een omvangrijk pakket worden gepresenteerd dat de overheidsfinanciën in het gareel moet brengen. Nog meer vraaguitval zal het gevolg zijn en dit gaat ten koste van banen, koopkracht en investeringen. Als het kabinet op Prinsjesdag al iets van een investeringsagenda presenteert, dan zijn dat maatregelen die ervoor zorgen dat geld dat burgers nu hebben vastgezet, in hun pensioen of in een stamrecht BV, vrijkomt. Het lijkt erop dat Rutte nog steeds hoopt dat burgers zijn oproep zullen volgen om met dat geld massaal „koelkasten en auto’s” aan te schaffen’.

Maar met die denkwijze maakt het kabinet een cruciale fout. Het kabinet moet niet van burgers vragen om geld uit te geven, zodat de overheid zelf haar schulden kan beperken. Het moet precies andersom. De overheid moet burgers juist stimuleren hun schulden af te lossen en zelf de noodzakelijke investeringen doen om de economie aan te jagen.

De grootste schuldenberg zit namelijk niet bij de overheid, maar bij gezinnen en bedrijven. Alleen al de hypotheekschuld is even groot als de totale omvang van onze economie. De staatsschuld ‘slechts’ 72,2 procent daarvan. De OECD en het IMF waarschuwen al jaren voor de risico’s van deze grote particuliere schuld voor de stabiliteit van Nederlandse economie.

Maar het afbouwen van schulden door huishoudens en bedrijven, hoe verstandig ook, zorgt voor vraaguitval: er wordt niets meer verkocht. Iemand moet die vraaguitval dempen, anders zal de conjuncturele crisis zich alleen maar verdiepen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt wat ons betreft bij de overheid.

Na de crisis pas bezuinigen

Ten eerste is er niemand die zo goedkoop geld kan lenen als de overheid. Ten tweede kan de overheid de ruimte om voor het op orde brengen van haar financiën een langere tijdshorizon hanteren dan dat huishoudens en bedrijven dat kunnen. Maar het belangrijkste is dat, willen we sterker uit de crisis komen, we echte investeringen nodig hebben die onze economie versterken. Bijvoorbeeld, meer geld naar het onderwijs, zodat we een hoogopgeleide beroepsbevolking hebben. Goed openbaar vervoer om Nederland mobiel te houden. Investeren in schone energie, zodat we later niet meer afhankelijk zijn van dure olie. Al deze investeringen verdienen zich op termijn ruimschoots terug en behoeden de economie voor problemen in de toekomst.

Dit is geen pleidooi om de overheid langdurig meer geld uit te laten geven. Willen we de schuldencrisis volledig oplossen, dan zal ook de overheid haar huishoudboekje op orde moeten brengen. Maar pas wanneer private partijen opnieuw gaan besteden, is het volgens ons tijd voor de overheid om haar financiën op orde te brengen.

Overigens is een bescheiden groei beter om ecologie en economie hand in hand te laten gaan. Dat betekent ook dat de overheidstekorten niet automatisch zullen verdwijnen. Daarom is het goed om nu hervormingen in te zetten die op lange termijn besparingen opleveren. Het langzaam beperken van de hypotheekrenteaftrek, het belasten van vervuilende industrie en het moderniseren van de sociale zekerheid: er kan nu mee worden begonnen en het levert op termijn gezonde overheidsfinanciën op.

Morgen is het Prinsjesdag, vijf jaar na de val van Lehman: wij roepen het kabinet op te kiezen voor het aanpakken van de conjuncturele crisis. Niet bezuinigen, niet wanhopig oproepen tot consumeren, maar zelf investeren. En maak daarnaast geloofwaardige afspraken over hervormingen, zodat de overheid bespaart wanneer burgers en bedrijven niet langer zijn bedolven onder de schulden. Alleen dan kan Nederland weer aanhaken bij het glorende herstel in Europa.