Eigenaardige try-outs waar wij niet over spreken

Wie wekelijks onze Première-bijlage met recensies doorspit, zal bijna vergeten dat er ook veel publiek is voor de talloze voorstellingen die aan de première voorafgaan. De try-outs zijn de voorstellingen waar wij, als pers, bij afspraak, nooit over schrijven. Wij beoordelen het product pas als de makers zeggen dat het af is. Maar met u, het publiek, hebben de makers een heel andere deal.

U mag vaak evenveel geld betalen in de oefenfase, als de makers hun product testen en ontwikkelen. Dat is opmerkelijk, want try-outs leveren geregeld teleurstellende en eigenaardige ervaringen op. Zeker in het cabaret, waar er vaak voor wordt gekozen om een voorstelling wel vijf of zes maanden op publiek uit te proberen.

Vorig jaar zag ik in september een eerste versie van Spijtig Spijtig Spijtig van de Vlaamse cabaretier Wim Helsen in theater De Tobbe in Voorburg. Het was een stroeve voorstelling, niet slecht, maar voor iemand met zijn talent wel ontoereikend. Vrienden die ik had meegenomen om de immer briljante Helsen bij te introduceren waren niet overtuigd. Helsen jongleerde onder meer langdurig met het begrip ‘cognitieve dissonantie’. In januari, vlak voor de première, vertelde hij dat dat idee snel overboord had gegooid.

Dezelfde maand, een week voor de première, zag ik van muziektheatervoorstelling To be or not be van Het Zuidelijk Toneel de allereerste publieke voorstelling, in de schouwburg van Almere. Regisseur Gijs de Lange klom vooraf op het podium om uit te leggen dat het repetitieproces had tegengezeten. „U bent er meer voor ons dan wij voor u”, zei hij, tegen iedereen die 20 euro had betaald. Je moet maar durven. Het waren ware woorden, bleek uit het houterige oefenpotje.

En in een afgeladen Fulcotheater in IJsselstein speelde vorig seizoen een try-out van de muzikale ode Adèle, met wel al de sterke liedjes van de diva, maar in een voorstelling die nog niet in balans was. Ze waren nog aan het schuiven en overwogen inkorting, zeiden makers Paul de Groot en Sanne Wallis de Vries, pal voor een sterrenregen over hun ‘definitieve’ voorstelling neerdaalde.

Veel theaterbezoekers lopen in hun stad een mooie, afgeronde voorstelling mis. Dat is zonde. Dat publiek krijgt bovendien een vertekend beeld van wat makers in hun mars hebben.

Daar komt nog bij dat theaters weliswaar goed aangeven of een voorstelling een try-out betreft, maar dat het prijsverschil meestal klein is. Voor publiek dat als proefkonijn fungeert, mag het onderscheid financieel duidelijker zijn. Een goedkoper kaartje kweekt begrip voor het gebodene.