Een vorm van Voodoo

Mijn overgrootvader, die Sikkema heette, was fotograaf. Hij zal voor altijd voortleven in zijn reclameleus: „Al heb je nog zo’n mieze kop, Sikkema zet je d’r netjes op.” Vorige week liet fotomodel Doutzen Kroes weten niet gecharmeerd te zijn van fotografen die je d’r netjes op zetten. Ze voelt zich schuldig in de uitoefening van haar beroep, omdat ze naar eigen zeggen ‘totaal niet’ op haar foto’s lijkt, vooral niet als ze net wakker wordt. En wat voor Doutzen Kroes geldt, geldt zoveel te meer voor de klerk, de spreker, de stukjesschrijver, die steeds vaker met zijn mieze kop op de foto moet. Hij lijkt totaal niet op zichzelf!

Op mijn meer bespiegelende momenten vraag ik me af waarom een mens überhaupt op de foto moet. Daaronder ligt de fundamentele vraag verscholen welke informatie we van elkaar nodig hebben om elkaar te leren kennen. Als de geest niet genoeg is, waarom dan in plaats van een foto geen scan van ons brein als bijlage bij de tekst gevoegd; een wimper, een biometrische, biochemische beschrijving, een proeve van onze ingewanden? Als u eens wist hoe informatief mijn koolhydraatstofwisseling is!

Ooit was het genoeg als je een geest had. Een lichaam zat alleen maar in de weg. Dat was de mooie tijd van de sublimatie en de onderdrukking; de veronachtzaming van het lichaam maakte de kracht uit van de klassieke cultuur. Volgens recent onderzoek lijdt 84 procent van de professionele orkestmusici aan pijn – performance-related musculoskeletal pain – die de klassieke concertpraktijk serieus belemmert; 24 procent verklaart dat de pijn constant is en hevig. Dat is sneu, maar een beetje klassieke muziekliefhebber kan het geen zier schelen. Je wilt Bach horen, geen musculoskeletale pijn.

Sinds kort, sinds een halve eeuw of zo, rukt opeens het lichaam op in de cultuur. Het besef dat de geest geïncarneerd is, dat onze gedachten voortkomen uit de krochten van ons lichaam. Dit besef heeft de laatste jaren zo aan populariteit gewonnen dat je overal stuit op projecten rondom embodied knowledge, belichaamde kennis, belichaamd leren, belichaamde metaforen.

„Gebruik dans als wetenschappelijke onderzoeksmethode”, zegt de ene universiteit. „Ga eens naast een doos zitten”, zegt de andere universiteit. „Je zult zien dat je veel beter buiten de box denkt zodra je die lichamelijke metafoor letterlijk neemt.” En dat doen ze dan ook echt.

Als Doutzen Kroes zegt dat ze totaal niet op haar foto’s lijkt, komt dat doordat haar belichaamde geest, haar bewustzijn van zichzelf, wie ze is, hoe ze zich ervaart wanneer ze wakker wordt, niet kan worden afgedrukt op papier. Het lichaam alleen al is een ingewikkeld systeem van processen en zintuigen, en welbeschouwd is een foto een atavistische manier om dat weer te geven. Een vorm van Voodoo.

Een foto geeft in feite geen informatie over je, zoals wangslijm dat wel doet. Ze wijst je alleen maar aan, zoals je naam je aanwijst, je geboorteplaats en je geboortedatum. Als tegenwoordig steeds vaker een foto van jezelf wordt getoond op een scherm achter je, wanneer je ergens een praatje komt houden, is dat niet om het publiek iets over je te vertellen wat ze niet ook gewoon zelf kunnen zien. Het is witte magie.

Als het lichaam tegenwoordig belangrijk wordt geacht in de cultuur, is het rondstrooien van foto’s niet voldoende; zelfs als moderedacteuren een plakje van Doutzen Kroes in het tijdschrift zouden vouwen, zou dat niet genoeg zijn om er een beeld van te krijgen wie ze is.

Er is eigenlijk maar één oplossing. Of liever gezegd twee. Als we elkaars lichaam willen leren kennen, kunnen we gaan logeren, of we kunnen elkaar lezen.

Gedachten en woorden, zeggen de wetenschappers op het gebied van de belichaamde kennis, hangen direct samen met de manier waarop je je lichaam beweegt. Veranderingen van lichaamshouding hebben gevolgen voor je manier van denken. Je krijgt dus sneller toegang tot kennis van iemands lichaam door te lezen wat hij te zeggen heeft dan door naar zijn foto te kijken. Als het waar is dat het bewustzijn van een ander het beste valt te begrijpen door die ander als een belichaamde geest te zien, is lezen nog altijd het meest intiem.

Dit is een lang antwoord aan de vrouw die me liet weten dat ze mijn foto uit de krant had geknipt, in een medaillon gestopt en om haar hals gehangen. Dat kunt u wel doen, wou ik maar zeggen, maar u schiet er weinig mee op. Als u dicht bij me wilt zijn, kunt u het best komen logeren. En omdat ik dat liever niet heb, resteert alleen de andere optie, en zult u er genoegen mee moeten nemen mij te lezen.

Maxim Februari is filosoof en schrijver. Deze column is wekelijks.