Een geschenk van god

Noem in het Argentijnse Rosario de naam Messi, en overal gaan ogen glimmen. „Mágico, mágico.” Woensdag speelt hij met Barcelona tegen Ajax.

Elftalfoto van Messi’s eerste club Grandoli: rechtsboven vader Jorge, tweede van links onder de zesjarige Lionel.

Van het ouderlijk huis van Lionel Messi in de volkswijk Las Heras naar Grandoli, een afstand van pakweg twee kilometer, dalen de sociale omstandigheden zienderogen. In een buurt waar de huizen alle statigheid hebben verloren, drugsdealers de straat regeren en geweld nooit ver weg is, ligt het veldje waar de stervoetballer zijn eerste magische stappen heeft gezet. Want magisch waren ze, dat wil iedere voetbalfan in Rosario gezegd hebben.

Noem in de stad op bijna 300 kilometer ten noordwesten van Buenos Aires de naam Messi en overal gaan ogen glimmen. Of ze hebben hem zien spelen of ze kennen hem persoonlijk. Tegenover de ingang van het afgetrapte veldje in Grandoli gloeit Carlos Gomez van trots als hij over Messi wordt aangesproken. Hij stopt met autopoetsen om zijn relikwie te halen. De oud-voorzitter van Grandoli keert terug met een elftalfoto van de zesjarige Messi. Heeft hij ingelijst thuis hangen.

Natúúrlijk herkende Gomez het talent in Messi. Wie niet? Je hoeft geen kenner te zijn om te zien dat zijn dribbels en balbehandeling geniaal zijn. Amper enkele turven hoog was het voetballertje uit Las Heras al een lokale attractie. Tot Messi op zijn twaalfde naar Barcelona vertrok, kwamen uit heel Rosario mensen speciaal naar hem kijken. Men wilde met eigen ogen zien hoe dat onderdeurtje de bal bij de keeper oppikte, zich langs tegenstanders slingerde en het ene na het andere doelpunt maakte. Messi is volgens iedereen die hem in Rosario heeft zien spelen een wonder op benen. „Mágico, mágico”, blijft Carlos Gomez maar herhalen.

Bij Newell’s Old Boys, de topclub uit Rosario, heeft Messi in één jaar wel eens 300 doelpunten gemaakt, beweert Ernesto Vecchio, zijn eerste trainer na de overstap van Grandoli. Of hij Messi op zijn achtste en negende nog iets heeft kunnen leren? Onder de klep van zijn pet verschijnt een vette lach. „Geen sprake van. Als voetballer is Messi een geschenk van God.”

Vecchio, die zijn baan als jeugdtrainer bij de Argentijnse kampioen van 2013 combineert met het werk als automontuur, is geen man van de overdrijving. Hij houdt zijn spelers kort en duldt geen tegenspraak. Die kreeg hij ook niet van Messi. Die is van nature al timide en spreekt sowieso weinig. Vecchio heeft hem leren kennen als een keurige, gedisciplineerde jongen die alleen slecht tegen zijn verlies kan. Maar een team met Messi lijdt zelden een nederlaag.

Nee, een tweede Messi zal zich volgens Vecchio niet snel aandienen, daar is hij stellig in. „Omdat de voetbalgeneraties na Messi niet alleen diens talent missen, maar ook diens discipline, overgave en arbeidsethos.”

Naast zijn voetbalkwaliteiten viel Messi op door zijn geringe lengte. Waar zijn ploeggenoten de lucht inschoten, stagneerde zijn groei bij 1,25 meter. Het maakte Messi onzeker. Zou hij ooit zijn droom kunnen verwezenlijken en profvoetballer worden? Dat was ook zijn eerste vraag als verlegen negenjarige aan dokter Diego Schwarzsteiner, de endocrinoloog die hem behandelde voor zijn groeistoornis. In zijn kliniek aan Calle Córdoba kan de specialist er nu om lachen. „Nadat ik had vastgesteld dat Messi kon worden behandeld, heb ik hem gezegd: ‘jongen, je wordt groter dan Diego Maradona. En misschien ook wel beter.”

Het vergde overigens wel tien maanden onderzoek voordat Schwarzsteiner kon vaststellen, dat er bij Messi geen sprake was van een genetische afwijking – zijn oudere broers Rodrigo en Matías en zusje María Sol hebben normale afmetingen – maar zijn klieren geen groeihormonen aanmaakten. „Daar was ik blij om, want er bestaat geen groeipil”, zegt Schwarzsteiner. „Dan zou je van iemand die in de Amerikaanse NBA wil spelen een basketballer kunnen maken.”

De oplossing was relatief simpel: Messi kreeg groeihormonen voorgeschreven. Groeihormonen? Dan is er sprake van doping. „Maar niet bij een negenjarige met een groeiprobleem”, bezweert de arts. „In zijn geval gebruikte ik een fysiologische oplossing voor een hormonale stoornis. Bij doping praat je over grote doses, dat is niet fysiologisch meer.”

Schwarzsteiner – een kale, pezige man met ringbaard en een open blik – haalt uit zijn bureaula een type spuit groeihormonen tevoorschijn waarmee Messi ook is behandeld. Hij laat zien hoe de dosis wordt bepaald en eenvoudig in de heup kan worden geïnjecteerd. Het werkt als een insulinespuit bij diabetici. Via botberekening kan redelijkerwijs worden bepaald waar de groei stagneert. Bij Messi op 1,67 meter. Toen hij die lengte had bereikt is de behandeling gestopt. Waarna Schwarzsteiner, een groot fan van Newell’s Old Boys, met glinsterende ogen zijn daaropvolgende ontmoeting met Messi aanhaalt. „Hij zei zichtbaar opgelucht: ‘Ik heb Maradona ontmoet. En ik ben groter dan hij!’”

Het verhaal dat Messi naar Barcelona vertrok, omdat zijn ouders de behandeling niet langer konden bekostigen, lijkt Schwarzstein overdreven. Omdat die problemen pas na twee jaar ontstonden. Tot de bankencrisis in Argentinië werden de jaarlijkse 12.000 euro aan kosten gedekt door de verzekering, daarna stortte het sociale systeem in. Schwarzstein: „Ik heb met Messi’s ouders over betalingsproblemen gesproken, dat klopt. Maar steeds werd een oplossing gevonden. Ik betwijfel of dat de reden van vertrek is geweest. Het kan zijn dat Barcelona het restant van de behandeling heeft betaald, maar toen Messi Rosario verliet zat 75 procent van zijn behandeling er op.”

De Messi van 1,67 meter heeft Mónica Dóminga nooit gekend. Haar beeld van de voetballer is die van een klein, bedeesd jongetje dat bijna geen woord sprak en van wie ze zich voortdurend afvroeg of de inhoud van haar lessen wel tot hem doordrong. Messi’s onderwijzeres op de algemene lagere school nummer 66 in Las Heras is nog steeds verbaasd dat ze misschien wel de beste voetballer ter wereld vanaf zijn zesde tot en met zijn negende heeft lesgegeven. „Ik heb nooit kunnen denken ik een wereldberoemde voetballer in mijn klas had. Ja, ik weet dat Messi goed kan voetballen, want alle jongens in de klas wilden met hem samenspelen, maar hoe kon ik weten dat hij zó goed zou worden? ”

In de eenvoudige woning die de gepensioneerde Mónica Dóminga en haar gezinsleden deelt met haar 87-jarige moeder en een zus die weduwe is geworden, komt een map Messi-parafernalia op tafel. Schoolfoto’s, een briefje met zijn handschrift en een servetje met de tekst: ‘Voor Mónica, met veel liefde. Lionel Messi’. Bijna emotioneel: „Heeft ie geschreven bij een bezoek aan McDonald’s, waar mijn dochter werkte. Toen ze vertelde dat haar moeder zijn oude onderwijzeres is, heeft hij dit spontaan gedaan. Mooi hè.”

Er komt ook een cijferlijst tevoorschijn. Lionel Messi: 6-6-6-6-6-6-7-8-8-10. De zessen en ene zeven kreeg hij voor de cognitieve vakken, de achten voor handenarbeid en muziek en de tien voor gymnastiek. Mónica Dómingo: „Lionel was niet geïnteresseerd in school, alleen in voetbal. Hij was ook niet actief in de klas. Hij was niet dom, maar moest gestimuleerd worden. Zijn buurmeisje Cintia Arellano bemoederde hem en gaf vaak namens hem antwoord. Dat werd zo erg dat ik ze uit elkaar heb gezet. Ja, ik had een zwak voor Lionel. Omdat hij zo klein en zo stil was. Nee, ik kan werkelijk geen minpunt opnoemen. Lionel luisterde altijd braaf en ik heb al die jaren nooit een grote mond van hem gehad.”

Het beeld van Messi’s schooltijd ziet Mónica Dómingo terug op het veld. Maar zijn natuurlijke rust en sportiviteit komen niet overeen met het temperament van de gemiddelde Argentijnse voetballer. Is Messi op een Europeaan gaan lijken nu hij al langer in Spanje dan in Argentinië woont?

Zeg dat niet in Rosario, waar hij na de revolutionair Che Guevara de tweede geboren beroemdheid is. Zijn oud-trainer Ernesto Vecchio legt uit hoe dat voelt: „Van buiten is Messi een Europeaan, in zijn hart een Argentijn. Maar vergeet nooit: hij is van ons!”