De oppositie staat al te dringen

Oppositieleiders lieten van zich horen afgelopen weekend Het CDA bood een uitgestoken hand, Wilders een opgestoken middelvinger Maar spreken ze tot hun achterban of tot het kabinet?

Politiek redacteur

Het manoeuvreren is begonnen. In de laatste dagen voor Prinsjesdag kiest de ene na de andere oppositieleider positie. De inzet de komende maanden: de levensvatbaarheid van het het kabinet van VVD en PvdA.

Voor het kabinet was het interview met CDA-leider Sybrand van Haersma Buma dit weekend in de Volkskrant het interessantst. Van de vroegere machtspartij is in de Tweede Kamer nog maar weinig over, maar in de Eerste Kamer heeft het CDA nog een begerenswaardige positie: het kan de coalitie daar in één klap aan een meerderheid helpen.

Hij wilde het kabinet een helpende hand toesteken, zo liet Buma optekenen. Het klinkt sympathiek, maar het interview kan net zo gemakkelijk worden gelezen als een poging niet de schuld te krijgen van de politieke impasse die zich aftekent, nu de voortekenen erop wijzen dat het kabinet zijn belangrijke bezuinigingen niet voorbij de Eerste Kamer zal krijgen. Een impasse die zomaar tot wéér nieuwe verkiezingen kan leiden.

De partijtop van het CDA weet dat de achterban niet houdt van oppositionele sabotage, dus wekte Buma de indruk dat er met hem over alles te praten was. Maar inhoudelijk werpt hij horden op die de coalitiepartijen VVD en PvdA nauwelijks samen zullen kunnen nemen.

Het kabinet moet van Buma het met zoveel moeite gesloten sociaal akkoord openbreken, verder bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, de begrotingsafspraken loslaten.

Buma zei: „Als je mijn steun wilt, kies dan voor deze agenda.” Het lijkt op de manier waarop de SP altijd haar compromisbereidheid definieert: altijd bereid tot samenwerking, als andere partijen haar verkiezingsprogramma maar overnemen.

Buma kent de kracht van zijn positie: het kabinet heeft hem nu nodig, dus hij zet hoog in. Maar risicoloos is dat onderhandelingsspel niet, want als de coalitie over zijn eisen struikelt, dan kan het CDA daar de schuld van krijgen. Vandaar de vermomming van de uitgestoken hand. Zo zoekt de CDA een veilige weg tussen twee gevaren: de angst dat het CDA in een gedoogrol zichzelf verder kapotregeert, en de angst dat het CDA wordt gezien als sabotagepartij, en daarmee zijn laatste restje trouwe kiezers kwijtraakt.

Zulke dilemma’s kent Wilders niet. Hij bood het kabinet dit weekend in De Telegraaf onparlementair gezegd eerder een opgestoken middelvinger. Premier Rutte is een „politieke autist” die Nederland „kapotmaakt”. De PVV, kortom, is pas weer relevant na nieuwe verkiezingen.

Dit weekend liet ook GroenLinks-leider Bram van Ojik van zich horen. Zijn partij is in de Tweede Kamer niet meer dan een splinter, maar kan in de Eerste Kamer samen met D66 het kabinet overeind houden. Van Ojik zinspeelde op een permanente gedoogconstructie met of het CDA, of een combinatie van GroenLinks, D66 en SP. Waar die laatste twee weer helemaal geen zin in hebben.