De met muziek versmolten stem van Lemaitre grijpt je

De zoekende manier van zingen van David Lemaitre, hoog en zachtaardig met soms een krachtige uithaal, zit ingebed in een glooiend mozaïek. In een andere tijd was hij een troubadour genoemd. Nu is hij een alchemist, die zijn verhalende liedjes laat omkleden met percussie als lekkende druppels, schrijnende viool, een opgloeiende steel-guitar – en dan de stemming doorbreekt met een slinger aan het orgel of een stevige beat. In de prachtige Paradijskerk in Rotterdam speelde Lemaitre, geboren in Bolivia en nu gevestigd in Berlijn, zowel akoestische als elektrische gitaar. Daarbij een drummer met elektronische panelen, en een multi-instrumentalist op viool, cello, keyboards en een ‘flessen-synthesizer’ – acht omgekeerde flessen op dit instrument gaven een warme glazige klank, die als een windvlaag in de lucht bleef hangen. Lemaitre heeft een onnadrukkelijke zangstijl, verwant aan die van bijvoorbeeld José González. Zijn stem versmelt met de muziek. De nummers lijken te cirkelen in hun arrangement en opbouw. Steeds weer slingeren ze zich om je heen, totdat de greep onlosmakelijk is.

Hester Carvalho