Analyse Diplomatiek keerpunt? Ja, alleen gaat de oorlog door

De razendsnelle diplomatieke ontwikkelingen van de afgelopen dagen hebben geleid tot een keerpunt in de hoog oplopende crisis over de chemische wapens van Syrië. Niet alleen zijn Amerikaanse aanvallen op het Syrische regime, als vergelding voor het vermeende gebruik van gifgas, voor onbepaalde tijd van de baan. Maar ook is het de VS en Rusland in een paar dagen tijd gelukt een akkoord te sluiten waarin ze hebben afgesproken dat de Syrische arsenalen chemische wapens halverwege volgend jaar volledig moeten zijn vernietigd of uit het land verwijderd.

Een dikke week geleden leek dat nog ondenkbaar. De Syrische president Assad weigerde zondag 8 september in een interview met de Amerikaanse publieke televisie zelfs nog te erkennen dat hij überhaupt chemische wapens heeft. Nu zegt hij bereid te zijn ze op te geven. En hij heeft zijn land aangemeld bij het Chemische Wapensverdrag, dat het maken, bezitten en gebruiken van zulke wapens verbiedt.

Een andere grote verandering is dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, die twee jaar lang verlamd was door de verdeeldheid tussen Amerika en Rusland, weer een rol kan spelen nu Washington en Moskou samenwerken. Ook de andere permanente leden van de Veiligheidsraad, China, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk, steunen het akkoord, net als VN-chef Ban Ki-moon. Naar verwachting wordt het document snel in een resolutie van de Veiligheidsraad gevat, waarmee het internationale rechtskracht krijgt.

Dit alles betekent niet dat er ook zicht is op een eind aan de burgeroorlog, die de afgelopen tweeënhalf jaar meer dan honderdduizend levens kostte. Die onoverzichtelijke strijd op leven en dood, tussen het bewind van Assad en verschillende opstandelingen die ook weer met elkaar strijden, woedt voorlopig voort.

En zolang de wapens niet zwijgen, is onduidelijk hoe het Amerikaans-Russische akkoord eigenlijk uitgevoerd kan worden. Zelfs al zou Assad woord houden en volledige medewerking geven bij de ontwapening (wat bepaald niet vaststaat), dan nog is nauwelijks voorstelbaar hoe het hele moeizame proces van opsporen en onschadelijk maken van de chemische wapens mogelijk is zonder wapenstilstand. Hoe moeten de inspecteurs en technici te midden van de chaos en het geweld hun werk doen?

De oorlog van iemand anders

President Obama zei zondag in een tv-interview met George Stephanopoulos nog eens dat de Verenigde Staten niet van plan zijn „zich midden in iemand anders z’n burgeroorlog” te storten. Hij toonde zich tevreden over de diplomatieke vooruitgang die is geboekt, erkende dat het de afgelopen week allemaal wat rommelig was verlopen, zei trots te zijn op het resultaat en diende zijn vele critici van repliek. „Als we naar buiten waren gekomen met een overzichtelijk, gedisciplineerd en rechttoe-rechtaanverhaal, dan hadden we goede cijfers gekregen, ook als het een rampzalig beleid was geweest.” Dat weten we, voegde hij daaraan vilein toe, omdat die critici „precies op die manier de Irak-oorlog prezen”.

Obama erkende dat er nog heel veel moet gebeuren voor daadwerkelijk kan worden begonnen met de ontmanteling van de chemische wapens. Maar het akkoord dat de Amerikaanse en Russische ministers van Buitenlandse Zaken hierover zaterdag in Genève sloten, zou op den duur een eerste stap kunnen blijken op weg naar een politieke oplossing voor „het onderliggende, afschuwelijke conflict”.

Zo lang niet duidelijk is of Damascus ook echt meewerkt aan het plan om de gifgasvoorraden op te ruimen, haalt Amerika de dreiging met een militaire interventie niet van tafel. Binnen een week moet Syrië nu een lijst overleggen met al zijn chemische arsenalen, alle types en hoeveelheden gifgas die het heeft, en ook waar alle onderzoek- en productielocaties zich bevinden.

Komt Assad die verplichting niet na, dan zullen Kerry en Lavrov de zaak voorleggen aan de Veiligheidsraad. Deze kan in beginsel besluiten naleving gewapenderhand af te dwingen, want Kerry en Lavrov hebben afgesproken dat schending van het akkoord zal worden besproken ‘onder hoofdstuk 7 van het VN-Handvest’. Dat betekent dat het gebruik van geweld een optie is. Rusland zegt daar nog steeds fel tegen te zijn, maar heeft blijkbaar geen bezwaar om er via deze diplomatieke weg wel een beetje mee te dreigen.

Rusland heeft nu een diplomatieke sleutelrol in de crisis, en Obama zei gisteren dat hij zijn Russische collega Poetin in die rol verwelkomt. Amerika heeft de Russen nodig om de medewerking van Assad af te dwingen. Rusland op zijn beurt is duidelijk tevreden zo prominent mee te spelen, maar heeft zich nu ook gecommitteerd aan de uitkomst van dit diplomatieke spel. Als Assad uiteindelijk niet levert, zal dat ook Rusland worden aangerekend.

Assad heeft een Amerikaanse aanval voorlopig afgewend en tijd gewonnen. Maar hij heeft ook ingebonden – onder de dreiging van een Amerikaanse aanval, onder Russische politieke druk of beide – en dat kan zijn positie in eigen kring verzwakken. Zijn aftreden wordt nu in elk geval niet meer openlijk geëist door de Amerikanen.

Obama zei gisteren alleen nog voorzichtig dat het „moeilijk voorstelbaar is hoe Assad nog enige legitimiteit kan terugwinnen nadat hij of zijn leger onschuldige burgers en kinderen met gifgas heeft bestookt”.

Voor de rebellen is het een grote teleurstelling dat de verwachte Amerikaanse aanval voorlopig van de baan is. Een bittere pil is ook dat Assad nu een gesprekspartner is in het internationale overleg over de chemische wapens. Maar ze zijn uit de droom geholpen dat ze met behulp van een Amerikaanse militaire interventie de oorlog kunnen winnen. Ze zullen het met hun huidige helpers moeten doen, of toch aansturen op een of ander politiek vergelijk.