Alleen Wilders heeft geen last van dilemma’s

Willen partijen als CDA, D66 en GroenLinks met Rutte II samenwerken? In het najaar moeten ze echt kiezen.

Het manoeuvreren is begonnen. In de laatste dagen voor Prinsjesdag kiest de ene na de andere oppositieleider positie. De inzet de komende maanden: de levensvatbaarheid van het het kabinet Rutte II.

Voor het kabinet was het interview met CDA-leider Sybrand Buma dit weekend in de Volkskrant het interessantst. Van de vroegere machtspartij is in de Tweede Kamer maar weinig over, maar in de Eerste Kamer heeft het CDA nog een begerenswaardige positie: het kan de coalitie daar in één klap aan een meerderheid helpen.

Hij wilde het kabinet een helpende hand toesteken, zo liet Buma optekenen. Het klinkt sympathiek, maar het interview kan net zo gemakkelijk worden gelezen als een poging niet de schuld te krijgen van de politieke impasse die zich aftekent, nu de voortekenen erop wijzen dat het kabinet zijn belangrijke bezuinigingen niet voorbij de Eerste Kamer zal krijgen. Een impasse die zomaar tot wéér nieuwe verkiezingen kan leiden.

Het CDA weet dat de achterban niet houdt van oppositionele sabotage, dus wekte Buma de indruk dat er met hem over alles te praten was. Maar inhoudelijk werpt hij horden op die coalitiepartijen VVD en PvdA nauwelijks samen kunnen nemen. Het kabinet moet het met moeite gesloten sociaal akkoord openbreken, verder bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking en de begrotingsafspraken loslaten. Bij een overheidstekort van meer dan 3 procent zouden de rijksuitgaven bevroren moeten worden, is het tekort tussen de 0,5 en 3 procent dan mogen de uitgaven alleen groeien bij gunstige prognoses. Buma zei: „Als je mijn steun wilt, kies dan voor deze agenda.” Het lijkt op hoe de SP altijd haar compromisbereidheid definieert: altijd bereid tot samenwerking, als andere partijen haar verkiezingsprogramma maar overnemen.

Buma zet hoog in, hij kent de kracht van zijn positie. Maar risicoloos is die tactiek niet, want als de coalitie struikelt, dan kan het CDA de schuld krijgen. Vandaar de vermomming van de uitgestoken hand. Zo zoekt het CDA een veilige weg tussen de angst dat het zichzelf in een gedoogrol verder kapot regeert, en de angst dat het CDA wordt gezien als sabotagepartij, en zo zijn laatste trouwe kiezers én de polder van zich vervreemdt.

Zulke dilemma’s kent Wilders niet. Hij bood het kabinet dit weekend in De Telegraaf onparlementair gezegd eerder een middelvinger. Premier Rutte is een „politieke autist” die Nederland „kapotmaakt”. De PVV, kortom, is pas weer relevant na nieuwe verkiezingen.

Ook GroenLinks-leider Bram van Ojik liet van zich horen. Zijn partij is in de Tweede Kamer een splinter, maar kan in de Eerste Kamer met D66 het kabinet overeind houden. Het kabinet moest kiezen, vond hij, tussen een gedoogconstructie met of het CDA, of een combinatie van GroenLinks, D66 en SP. Wat Van Ojik in ruil daarvoor wilde zei hij anders dan Buma niet .

Maar ook wat D66 wil, lijkt niet helemaal duidelijk. Voor de zomer, zeggen coalitiebronnen, hintte partijleider Pechtold erop dat hij tot het kabinet toe wilde treden. Maar vorige week riep hij het kabinet op te stoppen met polderakkoorden en gewoon te gaan regeren, dan zou de politieke steun vanzelf ontstaan.

Voor álle oppositiepartijen die niet al hebben besloten het kabinet te laten vallen, komt het moment dat ze moeten kiezen: aansturen op nieuwe verkiezingen of niet. Het is zelfs voor de SP, die retorisch bijna Wilderiaans is, geen makkelijke keus. De partij toont sympathie voor de linkse delen van het beleid, zoals de nivellering en het beschermen van flexwerkers.

Oppositiepartijen vragen zich ook af wat verkiezingen voor hen betekenen. Want VVD en PvdA mogen extreem laag in de peilingen staan, de SP en het CDA profiteren daar niet van.