Weer stokoude rotstekeningen

Een bizon, een katachtige, een beer en waarschijnlijk een paardenhoofd zijn in Altxerri-B over elkaar heen getekend. Foto JHE

De tekeningen in de B-galerij van de Altxerri-grot in Baskenland blijken te behoren tot de oudste in Europa: tussen de 41.000 en 38.000 jaar oud (gekalibreerde C14-jaren).

Dat er in de moeilijk toegankelijke bovengrot in Altxerri (alleen bereikbaar door een veertien meter hoge schacht) prehistorische tekeningen te vinden waren, was bekend sinds de jaren zestig, maar pas vanaf 2011 is er serieus onderzoek gedaan. De vroege datering wordt gerechtvaardigd met drie C14-dateringen van botten die onder de schilderingen tussen de oker werden teruggevonden. Twee daarvan gaven dezelfde vroege uitkomst, een ongewone overeenstemming bij dit type datering. Een derde was iets jonger: 36.000 tot 32.000 jaar (Journal of Human Evolution, online 3 september).

En daarmee is er wéér een stokoude reeks rotstekeningen toegevoegd aan de grote collectie IJstijdkunst. Ooit waren – op een paar geheimzinnige Zuid-Duitse beeldjes na – de grottekeningen in de alleen onder water bereikbare Cosquer Grot (ca. 28.000 jaar oud) de alleroudste. De zeer vroege dateringen van de in de 1994 ontdekte Chauvet Grot met zijn prachtige tekeningen van beren en panters, sloegen daarom in als een bom: 38.000 à 35.000 jaar oud. Maar sindsdien werden steeds meer grotten ontdekt met stokoude tekeningen, nu al een stuk of acht. Altxerri is daarvan nu de oudste. En ook in Zuid-Duitsland zijn steeds meer beeldjes en zelfs fluiten opgedoken van vergelijkbare ouderdom.

Het oude idee dat de prehistorische grotkunst steeds gecompliceerder werd, kan definitief in de vuilnisbak. Al vanaf het betreden van Europa (ca 40.000 jaar geleden) waren er onder de Cro Magnon-mensen grote kunstenaars. In de conclusie van hun huidige onderzoek werpen de Spaanse onderzoekers de hypothese op dat de explosie van kunstzinnigheid, die elders pas veel later wordt gezien, kan zijn veroorzaakt door de nieuwe sociale realiteit die ontstond door de kolonisatie van zo’n groot territorium als West-Europa.

In dat verband is het interessant dat de onderzoekers een aantal overeenkomsten in de vroege grotkunst zien, die terugkomen in Altxerri B: veel tekeningen van gevaarlijke dieren zoals katachtigen en beren die later veel zeldzamer zijn; ensembles van één grote tekening en vele kleintjes; en parallelle lijnen die ook vooral in oude grotten worden gezien. Zulke gelijkenissen moeten wijzen op enig onderling contact.

Hendrik Spiering