Voor mij geen gouden kranen

Bert van Marwijk

De oud-bondscoach is sinds het EK 2012 op zoek naar een baan als trainer. „Alleen als alles klopt pak ik mijn koffer en ga ik aan de slag. Zo niet? Heb ik er vrede mee.”

Bert van Marwijk: „Het leven dat ik nu leid vind ik prima. Ik zie ik mijn kleinkinderen van dichtbij opgroeien. Dat is me wel wat waard.” Foto Hollandse Hoogte

‘Vijf jaar. Ja, als je dat zo stelt, dan is dat best een lange tijd”, zegt Bert van Marwijk (61) als hij zich realiseert dat hij in 2008 bij Feyenoord voor het laatst als clubtrainer voor een groep stond. De energie en de ambitie voor een nieuw avontuur zijn nog volop aanwezig. Maar of zijn droombaan nog langskomt? Hij weet het niet. Misschien tekent Van Marwijk volgende week wel ergens een nieuw contract. Het kan ook zijn dat hij binnenkort besluit nog een jaar geen trainer te willen zijn. „Wat komt, dat komt. Alleen als alles klopt dan pak ik mijn koffer en ga ik aan de slag. Zo niet? Dan heb ik er ook vrede mee”, zegt Van Marwijk roerend in een kopje koffie in het restaurant van Hotel Houten.

Het bedienend personeel begroet de trainer, die als bondscoach vaak in het hotel verbleef. Van Marwijk knikt beleeft terug. Bondscoach of analist voor de NOS, het maakt hem niets anders. Van Marwijk was de nuchterheid zelve toen hij met Oranje in 2010 de WK-finale haalde en raakte vorig jaar na een mislukt EK ook niet in paniek. „Het klinkt misschien vreemd en het is moeilijk uit te leggen, maar verliezen kan ook iets moois hebben”, stelt hij. „Die emoties horen ook bij het leven. Je leert de mensen om je heen opeens van een andere kant kennen. Soms sta je er alleen voor. En dan wil je ook even alleen zijn. Al met al ben ik als mens zeker niet slechter van het EK geworden.”

Van Marwijk ondervond wel dat de buitenwereld anders tegen hem aankeek. Na het mislukte toernooi was zijn marktwaarde als coach gedaald. Hij kreeg het afgelopen jaar tal van aanbiedingen, voerde gesprekken en onderhandelde zelfs al over een contract, maar tot een overeenkomst kwam het niet. „Na het WK gaven velen mij het advies te stoppen bij Oranje. Wat had ik daar nog te winnen? Ik zou de clubs voor het uitkiezen hebben. Je moet het ijzer smeden als het heet is, zeiden ze. Maar zo sta ik niet in het leven. Ik vond het nog veel te leuk als bondscoach. Ik heb er nooit spijt van gehad. Ja, misschien sta ik er nu anders op. Dat is dan zo.”

Had u verwacht dat het eenvoudiger zou zijn om ergens aan de slag te gaan?

„Je bent afhankelijk van verschillende factoren. De voetbalwereld is aan het veranderen. Je ziet nu overal investeringsmaatschappijen opduiken. Die kopen en verkopen allerlei spelers. Er ontstaan vreemde transfers. Neem de overstap van Radamel Falcao van Atlético Madrid naar Monaco. Als je in de bloei van je voetballeven verkeert en je bent misschien wel de meest begeerde spits van Europa, dan ga je toch niet naar Monaco? Maar goed daar zit waarschijnlijk een heel netwerk achter. En ik heb het idee dat daar ook een hoop trainers in zitten. Met dat soort zaken wil ik niets te maken hebben. Misschien blijven er daardoor wel deuren dicht.”

Het is een wereld waarin ook trainers zichzelf moeten verkopen. Of ze kunnen dat laten doen door een zaakwaarnemer. Hoe prijst u zichzelf in de markt?

„Niet. Ik heb op dit moment ook geen zaakwaarnemer. Ik word door tal van makelaars benaderd die zaken met me willen doen en clubs voor me zeggen te hebben. Maar zo werkt het niet voor mij. Het is wat mij betreft graag of niet. Zo simpel is het. Als een club me echt wil hebben, dan weten ze me wel te vinden. Op die manier wil ik het ook doen. Ze moeten mij vragen omdat ze vertrouwen in me hebben. En dan moet ik het zelf ook nog graag willen.”

In het verleden lagen ervaren Nederlandse trainers en oud-bondscoaches als Leo Beenhakker, Guus Hiddink en Dick Advocaat goed in de markt. Geldt dat nu niet voor Bert van Marwijk?

„Die situatie is inderdaad nu anders. In de eredivisie zijn nu juist jonge trainers heel erg gewild. Ik was er zelf een voorstander van dat Frank de Boer naar Ajax ging. Ik heb PSV geadviseerd met Phillip Cocu in zee te gaan. Dan heb je nog Marco van Basten bij Heerenveen en Alfred Schreuder bij Twente. Prima. Die tendens zie je ook in het buitenland. De grote voetballanden zijn ons de afgelopen tien jaar voorbijgestreefd. Die leiden zelf hun trainers op. In Duitsland zie je nu overal nieuwe, onbekende coaches. In Italië werken ze vooral met Italianen. In Spanje nemen ze liever een Spanjaard. Alleen in Engeland zijn veel buitenlanders. Die komen doorgaans uit de grote voetballanden.”

Laten we dan eerst in Nederland kijken. PSV wilde u anderhalf jaar geleden graag naar Eindhoven halen. Had u daar geen interesse in?

„Nee, dat was toen geen optie voor mij. Ik was toen nog bondscoach en had net daarvoor mijn contract met de KNVB verlengd. Dan had ik dat moeten laten ontbinden. Achteraf is dat toch gebeurd. Maar PSV moest een keuze maken en wilde sowieso niet tot na het EK wachten.”

Ziet u zichzelf überhaupt nog bij een club in de eredivisie werken?

„Dat is ook zoiets. Als er een grote club in Nederland vrij is, valt steeds mijn naam. Zo was dat bij FC Twente. Maar daar heb ik helemaal niet mee gesproken. Ik ga ook niet voor een jaar naar clubs als Twente of PSV. Daar heb ik geen trek in. Nee, de kans dat ik in Nederland ga werken is nihil.”

Dat is duidelijk. Als we de berichten mogen geloven kon u bij een aantal landen als bondscoach aan de slag en heeft u gesproken met clubs als Southampton, Liverpool, Al Jazira, Besiktas, Fenerbahçe en Olympiakos Piraeus. Waarop ketst het dan steeds af?

„Ik ga hier nu niet over allerlei onderhandelingen met landen of clubs praten. Dat zou niet netjes zijn. Maar er zijn steeds verschillende redenen voor waarom je niet tot overeenstemming komt. Ik heb ook vaak zelf belangstelling op voorhand afgewezen. Ik ga op altijd op mijn gevoel af. Dat laat me zelden in de steek. Misschien alleen bij Southampton. Die club heb ik een tijd geleden afgewezen. Als je ziet waar ze nu staan en wat ze geïnvesteerd hebben, dan had ik dat toch misschien anders moeten inschatten. Kort na een gesprek met Liverpool stapte de technisch directeur op. Dat was jammer. Als die club bij me zou terugkomen, kan ik niks opnoemen wat er niet aan zou kloppen.”

Kunt u dat eens wat verder uitdiepen. Waaraan moet een club in uw ogen dan precies allemaal voldoen?

„Het leven dat ik nu leid vind ik prima. Ik werk met plezier als analist voor de NOS. Daarnaast zie ik mijn kleinkinderen van dichtbij opgroeien. Dat is me wel wat waard. Toch brandt het vuur van binnen nog. Ik heb nog veel energie en ambitie. Ik word in mijn emoties soms heen en weer geslingerd. Als alles bij een club klopt, doe ik het. Dan heb ik het over een sportieve uitdaging, een team waar ik toekomst in zie, een plek waar je goed kunt wonen en het salaris wat ik denk waard te zijn.”

Hoe belangrijk is geld voor u?

„Laat ik het zo zeggen; ik heb mijn prijs en daar ga ik niet onder zitten. Aan de andere kant ben ik ook niet te koop. Al-Jazira uit Abu Dhabi wilde me graag hebben. Ze deden me steeds weer een betere aanbieding. Mijn vrouw wil helemaal niet over geld praten, maar er zijn wel grenzen. Op een gegeven moment vond ik dat ik daar toch moest gaan kijken. Cocu heeft daar gevoetbald. Hij vond het geweldig. Het zag er ook goed uit. Ik kon een vermogen verdienen. Maar het voelde niet goed. Ik vind luxe prima, maar hou niet van gouden kranen. Ik kan in een caravan leven als het moet. Maakt me niet uit. Tijdens het gesprek zei die sjeik: ‘Ik ben trots dat wij een trainer van uw kaliber kunnen krijgen’. Toen dacht ik direct: ‘Wat doe ik hier eigenlijk? Ik moet het niet doen’. De sportieve uitdaging ontbrak.”

U wilde na het EK aanvankelijk nog wel bondscoach blijven. Was u dat nog geweest als de KNVB onvoorwaardelijk vertrouwen in u had uitgesproken?

„Dat had zomaar gekund, ja.”

Bestaat er eigenlijk wel een mooiere baan voor u?

„Dat weet ik eerlijk gezegd niet. Het waren vier schitterende jaren. Of anders gezegd: 48 maanden. Eigenlijk ging 47,5 maand alles goed. We braken alle records, waren nummer één op de FIFA-ranking en coaches van tegenstanders bekenden dat ze vaak geen kans tegen ons maakten. Ik ben er trots op dat ik met Oranje in de WK-finale heb gestaan en ik kom nog steeds mensen tegen die me daarvoor bedanken. Dat WK was het allergrootste evenement ooit op deze aardbol. Op het moment zelf ben je daar niet mee bezig. Je beseft niet dat de hele wereld kijkt. Het past niet bij mij om me dan opeens te gaan zitten profileren. Dat zou geforceerd zijn. Ik heb echt een enorme hekel aan mensen die toneelspelen. Sterker nog; ik verafschuw dat.”

Oranje gaat dit keer zeker niet als titelfavoriet naar het WK. Hoe kijkt u tegen het huidige Nederlands elftal aan?

„Toen ik bondscoach werd, hadden we volgens velen niets op het WK te zoeken, want we konden niet verdedigen. Achteraf was iedereen het erover eens dat we kampioen hadden kunnen worden. Nu lijkt het al goed te zijn als Oranje de groepsfase doorkomt. Dat vind ik raar. De KNVB had toch een plek bij de laatste vier als doelstelling? Ik hoor daar niemand meer over.”

Het imago van een coach wordt steeds belangrijker. De pers kan iemand maken of breken. Hoe gaat u daarmee om?

„Je moet altijd rustig blijven. En jezelf zijn. Soms kwam de jongen van de straat in me naar boven. Mijn vader zei altijd: ‘Als iets je niet zint, moet je er meteen op af gaan’. Ik heb echt weleens collega’s van jou op hun gezicht willen slaan. Maar als je dat doet, dan ben je wel meteen je baan kwijt.”

Vindt u het niet jammer dat u het WK in Brazilië misloopt?

„Zo zit ik niet in elkaar. In ben twee keer in Brazilië geweest. Met Oranje en bij de loting voor de WK-kwalificatie. Ik heb het gezien. Tijdens het WK zit er een ander. Je kunt niet overal bij zijn. Je kunt niet alles hebben. Mijn vader heeft mijn hele voetballoopbaan meegemaakt. Maar hij heeft niets van mijn trainerscarrière gezien. Mijn vader was mijn allerbeste vriend. Hij is in 1989 overleden en is dus al 24 jaar dood. Daar verander ik niets aan.”