Verbroedering Belgen

Voor de eerste keer in de historie is Oranje op de FIFA-ranglijst voorbijgestreefd door België. De opmars van de Rode Duivels is miraculeus: van de middle of nowhere naar de zesde stek.

Zelfs in Amsterdam zijn de grappen over de ‘kleine Belgjes’ stilgevallen. Coaches en analisten erkennen, zij het lichtjes stotterend, dat de Rode Duivels de wereldtop naderen.

De Belgen zelf? Zij zweven door het koninkrijk als was het een coffeeshop. Beroesd tot in de kleine teen. Begrijpelijk na eeuwen van geploeter en niksigheid.

Nu pas is in België sprake van een heuse voetbalindustrie. Marketingfilosofen hebben zich op de Rode Duivels gestort. Er is een merk van gemaakt. Ineens hoor je spelers over portretrechten. Vroeger wisten ze niet dat het bestond.

Het Belgische voetbal is product geworden.

Waar de Rode Duivels jarenlang voor amateurisme en mislukking stonden, zijn ze nu het visitekaartje van de natie. De wonderlijke mutatie is handige middenstanders en sjacheraars niet ontgaan. De commercie heeft volop toegeslagen. En de voetbalbond zelf is marktplaats geworden.

Vanwaar dit late reveil?

Allicht is het een genetische kwestie van generaties. Er is veel talent in voetballend België. Neem de selectie van de Rode Duivels in de laatste wedstrijden: zeven basisspelers doen mee aan de Champions League. Spelers van Man United en Man City, Atlético, Zenit, Bayern, Chelsea. Dat kan het gros van de Nederlandse internationals niet zeggen.

Opvallend is vooral de mentale omslag bij de Rode Duivels. Van kinnesinne naar discipline, van egotripperij naar collectieve vreugde, van jalousie de métier naar geamuseerde saamhorigheid. Na een lange periode van verdeeldheid tussen jonge Vuittonboys en oude boerenkinkels, tussen Vlamingen en Franstaligen, tussen ‘buitenlanders’ en ‘thuisfronters’ zijn de Duivels een groep geworden. In momenten van euforie zelfs een sekte.

De oervader van de bijna academische bekering die het succes voorafging is Dick Advocaat. In de luttele maanden dat hij bondscoach was, heeft Dick het Belgisch elftal en aanverwante organen geprofessionaliseerd. Hij heeft het amateuristische boeltje van de voetbalbond kort en goed opgeruimd. Advocaat verdient un grand merci.

De huidige bondscoach Marc Wilmots geeft dat ook ruiterlijk toe. Het Kampfschwein, zoals hij als voetballer van Schalke 04 werd genoemd, is nochtans geen Florentijn. Zie hem langs de lijn staan met die eeuwig opgestroopt mouwen, denk er een tractor bij en je hebt een herenboer in een bietenveld. Nors en bot. Maar Wilmots heeft wel begrepen dat je voetballers die in de Premier League, de Serie A en de Primera Division spelen niet moet behandelen als kleuters. Een goudhaantje als Eden Hazard mag zo nu en dan zijn eigenzinnigheid botvieren. In tegenstelling tot Louis van Gaal zoekt Wilmots de brute macht niet.

Een aantal Rode Duivels is schatplichtig aan Nederland. Spelers als Vertonghen, Vermaelen, Alderweireld, Chadli en Mertens zijn in de Eredivisie doorgegroeid naar voetbal zonder complexen. Lefgozers, zelfbewust tot aan de rand van de provocatie. Die attitude was in België ongekend. De hoofden al even defensief ingesteld als het spel.

Zelfgekozen treurigheid van de underdog.

Sommigen verwachten dat het succes van de Rode Duivels zal leiden tot verhevigde natievorming in het broze België. Wishful thinking. Sport en politiek liggen niet in elkaars verlengde. Massafeesten na de wedstrijd zeggen niets over het karaat van participerend burgerschap. Belgen zullen straks tijdens het WK in Brazilië ook rondlopen in tricolore vodden en zich als gekken in de polonaise storten, maar dat is dan ter ere van Vincent Kompany. Niet van vlag en wimpel.

Het blijft ontworteld geluk.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.