Van 4,5 miljard naar 0 miljard naar 6 miljard bezuinigen

Dinsdag presenteert het kabinet-Rutte II (VVD/PvdA) zijn eerste Rijksbegroting. Wat er in die Miljoenennota en onderliggende begrotingsstukken staat, is gedeeltelijk al bekend, al is het soms maar half. Maar het is geen gewaagde voorspelling dat Nederland in 2014 andermaal niet zal voldoen aan de begrotingsnorm van de Europese Unie. Het financieringstekort zal hoger zijn dan 3 procent; het kabinet zal opnieuw meer geld uitgeven dan het aan inkomsten binnenkrijgt en het verschil dus gaan lenen.

Bovenvermeld ‘andermaal’ verdient enige relativering. Want in 2013 zal het tekort, verrassend, niet boven de 3 procent uitkomen en hoeft Nederland bij nader inzien van de Europese Commissie dus geen ontheffing te krijgen van de begrotingsregels. Dat was mogelijk door de nationalisatie van SNS te beschouwen als een niet-structurele tegenvaller en buiten deze boekhouding te houden.

Volgens de augustusraming van het Centraal Planbureau (CPB) komt het begrotingstekort volgend jaar op 3,9 procent uit. Daar moet de 6 miljard die het kabinet aan bezuinigingen en lastenverzwaringen in de komende begroting zal verdisconteren, nog van worden afgetrokken. Dat zal niet genoeg zijn om op 3 procent uit te komen; Europees Commissaris Rehn heeft deze zomer laten doorschemeren dat hij hiermee genoegen neemt, mits Nederland, kort samengevat, zijn economie op een aantal terreinen hervormt.

De coulance van Rehn is van betekenis, want overschrijding van de 3 procentgrens geeft hem ook de bevoegdheid Nederland een boete te geven, die 1,2 miljard euro en later meer kan bedragen. Geen aanlokkelijk vooruitzicht. Waar leidt al dit gecijfer toe? Tot veel verwarring, tot veel haastig te nemen, soms ingrijpende maatregelen om de begroting voor volgend jaar althans enigszins op orde te krijgen.

Dat roept een pleidooi in herinnering dat een oud-minister van Financiën, de VVD’er Zalm, eerder dit jaar hield. In het tv-programma Knevel & Van den Brink gaf hij in juni het advies om voortaan, in overleg met de Europese Commissie, op basis van de prognoses in maart en april de uitgangspunten voor de begroting vast te stellen. Dat geeft in de aanloop naar Prinsjesdag een half jaar de tijd om met deugdelijke wetsvoorstellen te komen, in plaats van haastige plannen in de zomer die te vaak uitkomen op snel te realiseren lastenverzwaringen voor burgers en bedrijven.

Zalm kreeg bijval van een andere oud-minister van Financiën, van een andere politieke kleur, de PvdA’er Bos. Hij schreef in de Volkskrant: „Ook Brussel zou er goed aan doen één keer per jaar – in het voorjaar – relevante ramingen te publiceren waarop landen hun begrotingsbeleid moeten baseren.”

De praktijk dit jaar was dat het kabinet eind februari een extra bezuinigingspakket van 4,5 miljard euro in het vooruitzicht stelde. In april werden die bezuinigingen in een la gestopt om een sociaal akkoord met werkgevers en werknemers mogelijk te maken. In juni, nadat Rehn langs was geweest, kwam er een bedrag van 6 miljard aan bezuinigingen en lastenverzwaringen op tafel. Zigzagbeleid.

Het kabinet houdt niet halsstarrig vast aan 3 procent als maximum voor het begrotingstekort en onder de huidige omstandigheden is daar begrip voor op te brengen. Wat niet wil zeggen dat het overheidstekort op termijn niet moet worden teruggebracht. De staatsschuld stijgt volgend jaar naar boven de 76 procent van het bruto binnenlands product (augustusprognose CPB) en dat is met de verwachte stijging van de rente een heel onaantrekkelijk getal.

Nog steeds geldt wat het kabinet schreef dat regeerde toen de financiële crisis uitbrak. Dat was het kabinet-Balkenende IV (CDA/PvdA/ ChristenUnie). Bij zijn aantreden in 2007 streefde dat naar een begrotingsóverschot – een schijnbare luxe die evenwel nodig werd geacht ter dekking van de toekomstige kosten van de vergrijzing. Twee jaar later en een groot begrotingsgat verder klonk het somber: „Velen zullen langere tijd de gevolgen ondervinden van de recessie; de Nederlandse economie zal vermoedelijk voor een aantal jaren een lagere groei kennen.”

Die prognose is royaal uitgekomen. Ook kondigde dat kabinet aan te werken „aan structureel herstel van de overheidsfinanciën”. Twee kabinetten later is daarvan nog te weinig terechtgekomen.