Rituelen kunnen gemis niet verzachten

In de krant, of op internet, kom je regelmatig een bericht tegen over de dood van een kind. Je denkt: vreselijk! - en daarna denk je al snel weer aan iets anders.

„Maar dan, opeens, staat je eigen kleinkind op Teletekst. ‘Twee kinderen in de regio-Nijmegen dood door de Mexicaanse griep.’ De jongste van de twee was Zoë, mijn kleindochter, gestorven op oudejaarsdag 2010. Ze was vier jaar.

„Haar dood heeft mij op twee manieren een enorme dreun gegeven. Als grootvader rouw ik om mijn kleinkind. Als vader ben ik diep bezorgd om mijn dochter Lieke, die na Zoë’s dood maandenlang opgenomen is geweest in een psychiatrisch ziekenhuis en die nog elke dag lijdt door de dood van haar kind.

„Tot bij de crematie van Zoë heb ik me zó sterk gevoeld, zoveel energie gehad. Ik heb haar kistje getimmerd. Gewoon, naar de winkel gegaan en vurenhout gekocht. Huilend heb ik eraan gewerkt, geholpen door een collega van school. Samen met de overburen heb ik de kist bekleed.

„Van het lied Zeg me dat het niet zo is, van Frank Boeijen, heb ik de tekst aangepast: Zeg me dat het niet Zoë is. Ik heb er een filmpje bij gemonteerd met opnamen van haar. Bij haar crematie heb ik mijn tekst gezongen, begeleid door piano en cello, met het filmpje op de achtergrond.

„Ik was kapot in die dagen en tegelijk voelde ik me, op de ene of de andere manier, ook gelukkig. We deden dit met elkaar, voor elkaar, voor Zoë. Het hield ons op de been, gaf kracht.

„Nadien heb ik die energie niet meer gevoeld. Ik zou willen dat dit gevoel terugkwam: het verdriet in combinatie met de warmte en troost van elkaars nabijheid. Nog steeds hebben we onze rituelen: we komen bij elkaar op Zoë’s verjaardag en sterfdag. Dan kijken we samen naar foto’s en filmpjes van haar, praten over haar, we laten hetelucht-lampions op, als het weer het toelaat. Het is goed dat we dit doen, maar het gemis van Zoë kan het niet verzachten.

„Mijn dochter Lieke houdt een weblog bij, waarop ze elke zondag een stuk publiceert over haar ervaringen en gevoelens. Het is voor haar een belangrijke uitlaatklep. Ik ben trots op de manier waarop ze over haar verdriet en wanhoop schrijft. Maar wat ze schrijft, is voor mij vaak zo heftig, zo moeilijk om te lezen, dat ik ook wel eens een passage oversla.

„Lieke wil hier eigenlijk niet meer zijn. Ze voelt zich moe, zó moe. Ze wil naar Zoë. Wat haar tegenhoudt, is de twijfel of ze ‘daar’ ook echt met Zoë herenigd zal zijn. En ze realiseert zich dat ze ons en andere dierbaren dan in de steek laat.

„Ik vind de gedachte onverdraaglijk dat ik, na mijn kleindochter, ook mijn dochter zou verliezen. Ik kan er met haar over praten, gelukkig. Het maakt me duidelijk wat haar kant van het verhaal is: zij leeft op dit moment met de verwachting dat haar leven nooit meer zo goed kan worden als toen ze met Zoë was. Alles wat hierna komt, zal in haar ogen minder zijn, dus ja: waarvoor leef je dan nog?

„Ik kan het begrijpen, ik respecteer haar visie op haar leven, maar ik wil haar hier, bij ons, houden, zij mag niet ook vertrekken...

„Ik zeg tegen haar: ‘Jij bent degene die de herinnering aan Zoë levend kan houden, zodat zij niet helemaal weg is’. Dan zegt zij: ‘En jij kunt de herinnering aan mij levend houden, zodat ik niet helemaal weg ben’. Maar Zoë en zij samen – dat was zo’n hechte eenheid. Ik wil Lieke bij ons houden om wie ze is én omdat zij de belangrijkste brug naar Zoë is.

„Daarom wil ik dit verhaal ook vertellen voor de krant. Ik zie dit als een monumentje voor Zoë en daarmee ook als steun voor Lieke en erkenning van haar verdriet.

„Ik doe dit beslist niet om te koop te lopen met ons verdriet. Daar heb ik veel over nagedacht. In het begin moest ik ook wel slikken toen Lieke anderhalf jaar geleden met haar weblog begon, ik dacht: moet iedereen dat zomaar kunnen lezen? Nu begrijp ik zoveel beter wat de functie hiervan is. Het is ook een soort ritueel: om gedachten en gevoelens bespreekbaar te maken. Als ik Lieke nu zie of spreek, heb ik vaak al op haar blog gelezen wat ze de laatste dagen heeft doorgemaakt. Zo zijn we sneller bij de kern van wat haar bezighoudt – dat is fijn.

„Mijn vrouw, Lieke’s stiefmoeder, heeft me wel eens gevraagd: ‘Zou je met een therapeut willen praten? Zou je lotgenotencontact willen hebben?’ Wie weet – maar ik denk het niet. Mijn vrouw en ik kunnen ons verdriet goed delen. Ik ga bijna met pensioen en heb duizenden foto’s, ik heb video-opnamen: van Zoë, van onze kleinzoon Keven. Daar ik wil iets mee doen. Ik teken en schilder, af en toe schrijf ik teksten, ik maak een beetje muziek. Ik heb verschillende manieren waarop ik me kan uiten.

„Nog steeds ben ik grootvader, van Keven, de zoon van mijn andere dochter. Hij is nu negen jaar, een fantastisch ventje. Ik zou het prachtig vinden als Lieke weer moeder mocht worden. En dat zeg ik louter voor mezelf, ik zeg absoluut niet tegen haar: ‘Als je weer een kind krijgt, lacht het leven je weer toe’.

„Lieke beleeft dit zo anders dan ik, en dat is logisch. Zij was haar moeder. Ze woonde alleen met Zoë. Nu, zonder Zoë, ervaart ze vooral een eindeloos diepe eenzaamheid, waarin ze zich heel erg verloren voelt. Ik wil haar helpen. Maar hoe? – het is een machteloos gevoel.”

Gijsbert van Es

Zie ook: mamalieke.zoevandelogt.nl

Reacties: nabestaan@nrc.nl Zie ook: nrc.nl/hetnabestaan Twitter: #nrc #hetnabestaan