Rare jongens, die Friezen

De presentatie van Friezen uit de Gouden Eeuw is mooi, maar de drukke inrichting van het nieuwe Fries Museum werkt verwarrend.

Jan Mankes, De oude geit, 1912, olieverf op doek, collectie Fries Museum

Van de drie grote presentaties in het nieuwe, gisteren door koningin Máxima geopende Fries Museum in Leeuwarden is die over de zeventiende eeuw, op de tweede verdieping, de duidelijkste en meest samenhangende. We volgen vijf welgestelde Friezen in de Gouden Eeuw, onder wie stadhouder Willem Frederik van Nassau-Dietz. Er zijn portretten van henzelf, familie en vrienden. Er is een geschilderde bruidsreportage en een rouwstoet in 25 prenten. De horloges, juwelen en zilveren schalen van de rijke families liggen in vitrines. En goed, daarnaast ligt dan de American Express Centurion Card van televisiepresentator Jort Kelder, als vergelijkbaar statussymbool van nu, en zijn wat pedante stem klinkt hier en daar uit een luidspreker, maar die onvermijdelijke Bekende Nederlander is gelukkig niet overheersend.

Maar liefst achttien kleine en grotere presentaties zijn er te zien in het Fries Museum. In het merendeel van die presentaties gebeurt wat momenteel in veel musea gebeurt: het tentoongestelde wordt overschaduwd door het tentoonstellingsontwerp. De belettering is opzichtig (en door het gekozen lettertype toch moeilijk te lezen), het stikt van de beeldschermen en overal weerklinken stemmen en geluiden. Bij zoveel visueel en auditief geweld vallen de kunstwerken en historische objecten in het niet, terwijl die toch de reden zijn om een museum te bezoeken.

Het zijn de echte, driedimensionale voorwerpen, door mensen gemaakt en gebruikt, die – om met de beroemde historicus Johan Huizinga te spreken – een historische sensatie teweeg kunnen brengen. Een gevoel van verbondenheid met personen en gebeurtenissen van lang geleden. Een besef dat het belangrijk is dat die spullen bewaard blijven. In een ideaal museum staan de dingen dus voorop, en wordt er informatie verstrekt om die dingen (of hun samenhang) begrijpelijker te maken. Zo’n museum is het nieuwe Fries Museum niet.

In de grote zaal op de eerste verdieping wordt het Ferhaal fan Fryslân verteld aan de hand van zo'n honderd objecten – dat belooft althans de titel. De objecten zijn er: kunst- en gebruiksvoorwerpen, allemaal in een eigen wit kratje, verdeeld over vijf witte ‘eilandjes’. Maar waar is het verhaal?

De eilandjes hebben thema’s als Tussen droom en werkelijkheid en Rare jongens, die Friezen. Onder de laatste noemer valt een krijttekening die Tames Oud (1885-1953) maakte van een nest kievietseieren, maar ook een tweetal figuurstukken van de Friese schilder Willem Bartel van der Kooi (1786-1836). Dat die totaal verschillende werken gemaakt zijn door Oud en Van der Kooi, wat ze voorstellen en van wanneer ze dateren, dat staat er allemaal niet bij. Er zijn wel touchscreens met koptelefoons, die je met je rug naar het eilandje gekeerd kunt bekijken. En de objecten hebben een nummer, dat je kunt opzoeken in een boek dat op zaal beschikbaar is. „Natuurlijk ook te koop in de museumwinkel”, staat er voorop. De teksten in dat boek zijn net te lang en te opgeleukt voor iemand die gewoon de feiten wil bij het object waar hij voor staat. En zelfs na lezing van de gegevens, begrijp je nog niet wat het verband is tussen de verschillende spullen en kunstwerken in één groep. Dus hoezo ‘verhaal van Friesland’?

In de grote zaal op de bovenste verdieping wordt de moderne en hedendaagse kunst getoond onder de titel Horizonnen. De wanden ogen als een flip-over of powerpointpresentatie: kunstwerken zijn omcirkeld en door dikke zwarte lijnen en pijlen met elkaar verbonden. Het is de bedoeling dat de bezoeker door die aanwijzingen beter gaat kijken. Alle zelfportretten zijn bijvoorbeeld gemerkt, en er lopen lijnen tussen de vroege en late werken van Gerrit Benner en Lourens Alma Tadema. Toch staat al dat gestreep en gecirkel het aandachtig kijken ook danig in de weg. De schilderijen en foto’s zijn plaatjes geworden in een grote wandtekening van de expositiemakers. Bovendien staan er teksten tussen waar niemand iets mee opschiet, zoals „RODE WOLKEN, WITTE WOLKEN*”, waarbij de asterisk verwijst naar het zinnetje „*en dat alles zonder mensen”. Pretentieuze flauwekul, die ook weer concurreert met de kunst, vooral als daar tekst in voorkomt. Bij drie foto's van zonsondergangen door Marijke van Warmerdam, waarop zij steeds in grote witte letters „another day” heeft gedrukt, staan in een cirkel de woorden „Altijd hetzelfde en toch een beetje anders” - als een poststempel van de inrichters.

Laat die kunst toch onbestempeld en in zijn waarde, zou je tegen het museum willen zeggen. Toon gewoon de bijzondere objecten die je in huis hebt. Vertrouw op hun kwaliteit. Zorg dat die vormgevers er niet steeds zo hoogst origineel naast of voor gaan staan.

Fries Museum. Wilhelminaplein 92, Leeuwarden. www.friesmuseum.nl