Vijf maatregelen om de voedselbank te ontlasten

Voedselbanken kunnen aanvragen niet aan omdat mensen die onder normale omstandigheden prima voor zichzelf kunnen zorgen, bij tegenwind niet goed beschermd blijken. Ik heb vijf voorstellen, waarvan vier gratis.

Ten eerste. Zorg voor een fonds waaruit gescheiden moeders het geld voorgeschoten krijgen dat vaders niet betalen aan alimentatie. Het gaat hier om de grootste groep nieuwe armen.

Ten tweede. Te goedkope zzp’ers zijn valse concurrentie voor reguliere banen (met zekerheden en vangnet). Maak een verplichte voorziening voor zzp’ers. Zij worden dan duurder, de prikkel om een reguliere baan te vervangen door een zzp’er verdwijnt. Met als resultaat minder zzp’ers die in armoede vervallen. Zij zijn de snelst groeiende groep voedselbankklanten.

Ten derde. Maak bedrijven die geld lenen (banken, kredietverleners, aanbieders van mobiele telefonie en bedrijven als Wehkamp) verantwoordelijk voor het te veel lenen aan hen die dat eigenlijk niet kunnen betalen.

Ten vierde. Geef mensen met schulden en mensen na een scheiding voorrang bij sociale huisvesting. Te hoge woonlasten zijn een kernprobleem voor voedselbankklanten.

Ten vijfde. Investeer in schuldhulpverlening. Mensen kloppen veelal te laat aan, de hulp is onvoldoende adequaat. Net als meer handen aan het bed zijn er meer handen nodig aan de schuldenportemonnee.

Ik bezoek al jaren voedselbanken om te leren over armoede. Zelf deelde ik soep uit in Utrecht. We mogen niet accepteren dat het aantal mensen dat een beroep moet doen op voedselbanken blijft groeien.

Marije Cornelissen