Potvisprotocol

Potvisprotocol. Prachtig woord. En ook hoe we er aan komen. Ik legde het uit aan een vriend van mij. Een vriend bij wie ik op ziekenbezoek was. Hij komt uit het buitenland en kende het begrip niet. Ik vertelde over de bultrug Johannes, die later een meisje bleek te zijn en postuum is omgedoopt tot Johanna. Ik memoreerde de doodstrijd die het dier geleverd had en hoe ons land er massaal door in de war was. Ik legde hem uit wie Lenie was en dat we haar al jaren Lenie ’t Hart op de goede plaats noemden omdat ze haar ziel en zaligheid aan de zeehondjes geeft. En niet alleen Lenie. Met haar zijn er honderden vrijwilligers, die bereid zijn hun leven voor die hulpeloze diertjes te geven. Daarna vertelde ik over Dion, die nog liever zijn vriendin een knal voor d’r kanis geeft dan dat hij een mug doodslaat. Ik vertelde hem dat deze Dion, die gezorgd heeft dat ons land een heuse dierenpolitie heeft, vegetariër is en daarom heel lekker ruikt. Laatst werd hij geïnterviewd door een journaliste van Het Parool en zij moest aan hem snuffelen om zijn heerlijke lichaamsgeur aan de lezers te bevestigen. De journaliste is nog steeds opgewonden.

Mijn zieke vriend stamelde of ik meer wilde vertellen over Johanna. Mijn gedachten gingen terug naar de koude decembermaand van 2012, op een zandplaat bij Texel, het gevecht dat niet alleen Johanna toen geleverd heeft, maar ook de radeloze redders die machteloos moesten toezien hoe het arme dier het loodje legde. Ik vertelde over de Kamervragen, de woede, de bloemen die op de plek van het onheil waren neergelegd, de kaarsjes die er hadden gebrand, de stille tocht die toen gelopen is.

„Maar voor het plankton was het natuurlijk feest”, opperde mijn zieke vriend met gebroken stem, „want dat kon door Johanna niet meer verorberd worden! De een zijn dood is de ander zijn leven”. En hij vertelde dat hij zo in de war was geweest omdat er in de maag van de onlangs in Flevoland gevonden wolf het kadaver van een bever was gevonden. „En de bever is net als de wolf een beschermde diersoort!”

„Waarschijnlijk wist die wolf dat niet, anders had hij hem wel laten lopen”, fluisterde ik. Mijn vriend knikte. Ik zag een mengeling van verdriet en berusting.

Toen vertelde ik over de droom van Marianne Thieme die het Droomboek voor de koning niet gehaald heeft. Die droom was om in het oude Thialf in Heerenveen een grootschalig dierenziekenhuis te vestigen. Inclusief een tandheelkundige kliniek voor honden. Omdat dat stadion overbodig wordt, daar we in Almere een zogenaamd Icedome van 175 miljoen krijgen. Mijn vriend vond dat niet duur, waarop ik hem uitlegde dat die 175 miljoen de bedoeling is, maar dat het natuurlijk het drie- tot vierdubbele gaat kosten. En ik praatte hem snel bij over het Rijksmuseum, het Stedelijk, de Amsterdamse Noord-Zuidlijn, de Betuwelijn, de Fyra en nog een stuk of wat andere Nederlandse debacles.

„Jullie kunnen niet zo goed rekenen”, lachte mijn vriend en wees met een van pijn verwrongen gezicht op zijn buik. Het lachen deed hem duidelijk zeer. Waarop hij vroeg waarom we het nu eigenlijk over het potvisprotocol hadden. Ik legde hem uit dat dat kwam omdat dat protocol voor mij een huizenhoge obsessie is. Een totale samenvatting van ons land, waar eens in de zoveel jaar een suïcidale bultrug of een licht depressieve potvis op het strand komt liggen en dat we daar een speciale wet voor hebben. Dat we dan precies weten wat we moeten doen. Dat de hulpdiensten binnen een half uur ter plaatse moeten zijn. Het schijnt al dat er heel veel potvissen deze kant op komen. Verzekerd van een goede oude dag!

„Wel goed dat jullie zo goed voor dieren zorgen”, zei mijn vriend, „het spijt me trouwens dat ik jullie überhaupt heb durven lastigvallen met het verzoek of er voor mij en een stuk of wat vrienden…”

Ik vroeg wanneer hij precies terugging?

„Zo spoedig mogelijk. Ik moet dit ziekenhuis morgen uit zijn omdat ze deze bedden nodig hebben. De vrouw van de beste vriend van de chirurg ondergaat met haar hele hockeyelftal een gezamenlijke schaamlipcorrectie, dus ik moet weg. En als je Fredje Teeven spreekt, zeg hem dat het me spijt. Ik had het hem niet mogen vragen! Echt sorry. Heel erg sorry! Ook namens de andere Syriërs.”