Perverse prikkels

Hoe krijg je bestuurders in de semipublieke sector – zorg, onderwijs, volkshuisvesting – weer tot verantwoordelijk gedrag? Tegen Een lastig gesprek, het deze week uitgebrachte advies van de speciaal daartoe ingestelde Commissie Behoorlijk Bestuur, valt eigenlijk maar één bezwaar in te brengen. Het is een rapport.

Te veel commissies laten ballonnen vol goede bedoelingen op

Geen gering bezwaar – rapporten zijn immers synoniem geworden met bestuurlijke onmacht, peperdure aflaten voor politiek gehannes, het asfalteren van een moeras onder een dikke laag volzinnen. Te veel commissies toonden zich al bedreven in het oplaten van ballonnen vol goede bedoelingen, die al snel hopeloos uit het zicht raakten.

Nederland is rapportmoe. Er wordt buiten bestuurlijke kringen, ik zeg het voorzichtig en genuanceerd, niet veel van verwacht.

Terwijl hij het rapport in ontvangst nam, sprak minister Kamp van een bijzonder waardevolle bijdrage – en voegde er meteen maar aan toe dat hij niet van plan was alle aanbevelingen over te nemen. Vanzelfsprekend vertelde hij er niet bij welke dan wel.

Verder werd er lauw gereageerd. De Algemene Onderwijsbond vindt het rapport „vrij overbodig. Er staat niets nieuws in en het lijkt geen concrete voorbeelden te bevatten.”

Dat laatste is niet waar. De commissie onder leiding van Femke Halsema probeert juist zo pragmatisch mogelijk te zijn, de bekende valkuilen van het open-deuren-rapport te vermijden. Individuele gevallen staan niet op zichzelf; er moet een klimaat geschapen worden waarin ontsporingen als bij Amarantis en InHolland onmogelijk worden. Maar omdat de commissie afziet van vlug vingerwijzen en lege formules – de zoveelste gedragscode heeft volgens de commissie geen zin – loopt ze vanzelf tegen haar eigen onmacht op. Uiteindelijk valt dan ook het gevreesde woord. Er wordt opgeroepen tot een „cultuuromslag”.

Even onvermijdelijk als moedeloos makend, dat woord. Je kunt het de commissie niet kwalijk nemen, het is namelijk ook onze onmacht. Ontspoorde ego’s als Erik Staal van Vestia, het incompetente gesjoemel bij Amarantis, de Maserati van de corporatiebobo, iedereen weet nu wel dat publiekelijk stenigen goed voelt maar niet helpt, dat dit soort excessen voortkomen uit een klimaat, een cultuur die weer onderdeel is van een grote cultuur. Het is als met wangedrag in de publieke ruimte – je kunt nog zo veel codes opstellen en nieuwe regels invoeren, nog zo vaak schande spreken en dwang uitoefenen, uiteindelijk moet er van binnen iets veranderen. Je kunt fel debatteren over het openbaar maken van videobeelden van geweld , maar uiteindelijk zou het gewoon fijner zijn wanneer jongens na een stapavond vrijwillig afzien van het tegen het hoofd schoppen van voorbijgangers.

De commissie zegt het niet in zoveel woorden, omdat het klinkt als de grootste open deur van allemaal: gevraagd wordt een publieke moraal.

Lastig. Waarom? Omdat iedereen daar nu al jaren zijn tanden op stukbijt, het verlangen dat men zich behalve een vrij individu ook verantwoordelijk voor de samenleving weet. De Commissie Behoorlijk Bestuur zou willen dat bestuurders in de semipublieke sector benoemd worden omdat ze competent zijn en niet omdat ze deel uitmaken van een klein kringetje waarin de middelmaat de middelmatigheid benoemt. De Commissie zou willen dat zulke bestuurders zich bewust worden dat ze de publieke zaak dienen. Echt, een trots gevoel van burgerschap is prettiger dan een belachelijk dure auto onder je kont.

Klinkt prachtig – jammer dat het nog niet overal zo gevoeld wordt. Zo gek vind ik dat niet; er is om mij heen weinig dat mij tot deelname aan de publieke zaak aanmoedigt. Het is naïef om van een rapport te verwachten dat het eigenhandig een cultuuromslag bewerkstelligt. Zo gaat dat niet.

Maar de politiek , moedigt die zelf het geloof in een publieke zaak aan? Ik zie het niet. De laatste jaren wordt er vooral opgeroepen tot zelfredzaamheid. In zijn Schoo-lezing verkondigde Mark Rutte die mantra opnieuw: laat de overheid zich steeds verder terugtrekken, dan zullen de burgers van Nederland zich vanzelf weer verenigen in „een bezield verband”.

Huh? Ik zou zeggen dat juist de overheid moet zorgen dat ze weer deel uitmaakt van dat bezield verband. Ze vormt het hart van de publieke sector, die volgens het rapport weer dankbaar gediend moet worden door de semipublieke bestuurders. Juist de politiek zou aan gezag winnen wanneer ze hartstochtelijk de publieke zaak zou bepleiten, en de burger actief bij de (semi)overheid betrekt, zoals ook de commissie bepleit, in plaats van steeds meer van zich af te schuiven. Anders blijven die perverse prikkels prikkelen, blijft die Maserati van de zaak veel aantrekkelijker dan de publieke zaak – die je vooral in rapporten tegenkomt.