Onze man voor Syrië in Istanbul

Als speciaal gezant van Nederland voor Syrië zit Marcel Kurpershoek nu in het oog van de storm in het Midden-Oosten.

Marcel Kurpershoek Foto Hollandse Hoogte

Hij heeft het even uitgerekend: precies 25 jaar houdt Marcel Kurpershoek (1949) zich bezig met de islamitische wereld. Begonnen als tweede secretaris op de ambassade in Kaïro, daarna werkzaam in Syrië, Saoedi-Arabië, Pakistan, Afghanistan en Turkije. Of het nu was als directeur Midden-Oosten en Noord-Afrika op het ministerie van Buitenlandse Zaken, bij de Verenigde Naties in New York dan wel als gepassioneerd arabist die de poëzie van bedoeïenen in de woestijn van Saoedi- Arabië maandenlang bestudeerde en beschreef. Hij achtervolgde die wereld, die wereld achtervolgde hem.

„Eerst was ik er ongelukkig mee dat ik altijd op twee benen liep: als arabist en als diplomaat. Maar nu denk ik dat het mijn redding is geweest. Omdat ik altijd tegen momenten aanliep als: nu wil ik echt niks meer met die Egyptenaren te maken hebben, of met die Syriërs. Dan bood Buitenlandse Zaken me de kans om naar Brussel of New York of Warschau te gaan. En daar kreeg ik dan weer ontzettende trek in Arabieren”, zegt hij in de ontvangstkamer van het consulaat-generaal in Istanbul.

„Bam, de passie is gewoon terug”, zegt hij en schuift nog verder naar voren op de bank. Hier is hij net twee weken aan de slag is als Speciale Vertegenwoordiger van de Nederlandse regering voor Syrië. Met een team van drie anderen bestiert hij een kantoortje op een kleine bovenverdieping van het consulaat. Het past allemaal net, maar het moet maar even zo.

De Nederlandse ambassade in Damascus werd in maart 2012 gesloten. Volgens toenmalig minister Uri Rosenthal (VVD) van Buitenlandse Zaken onderstreepte die sluiting „onze afschuw over het gruwelijke geweld van het Syrische regime”.

Maar de behoefte om in contact te blijven met Syrische oppositiegroeperingen bleef. Ook al schuurt de 64-jarige Kurpershoek tegen de randen van het pensioen, in Den Haag was geen andere naam te bedenken om deze ambassade in ballingschap te runnen dan die van hem.

Hij was amper in Istanbul of hij snelde al naar het Wyndham hotel voor een ontmoeting met de hoofdrolspelers in de Syrische oppositie. Een makkelijke taak is dat niet. De Syrische oppositie is een ratjetoe van groeperingen die soms zo met elkaar overhoop liggen dat ze niet eens met elkaar op de foto willen.

Maar Kurpershoek houdt niet van dat cynisme. Hij is enthousiast over zijn gesprek vrijdag met de man die de overgangsregering zou willen leiden, Ahmet Tomeh, mocht president Bashar al-Assad ooit wijken. „Die man komt uit Deir-El-Zor, een groter gat kun je niet bedenken: tegen de grens met Irak, waar je getergd wordt door woestijnvliegen en waar je de mentaliteit van bedoeïenen verwacht. En hij zegt tegen mij: we hebben het falen in het Midden-Oosten altijd in het Westen gezocht. Maar we moeten het falen bij onszelf zoeken. Het Westen moet onze toekomst zijn. Turkije laat zien dat secularisme en islam prima samen gaan.”

In 2004 zei u nog dat het gesprek tussen het Westen en Arabieren een gesprek is tussen doven.

„Zei ik dat? Maar dat was voor de tijd van internet en sociale media. Na zoveel jaren te zijn weggeweest, moet ik constateren dat de ideeën veranderd zijn. Mensen in de oppositie, ambtenaren, advocaten en artsen denken zo nu.”

In het noorden van Syrië zwermen jihadistische groeperingen als Jabhat al-Nusra en de Islamitische Staat van Irak en Syrië uit. De groeperingen zijn stuk voor stuk verbonden aan Al-Qaeda en willen niets van dat secularisme weten. Ze leggen een strenge islamitische leer op aan de bewoners van de gebieden die ze heroverden op de troepen van Assad: niet roken, niet drinken, vrouwen moeten zich bedekken. Op zijn reis vorige week naar de zuidgrens van Turkije met Syrië constateerde Marcel Kurpershoek hun aanwezigheid.

Heeft u contact met die extremistische groeperingen?

„Nee. Het internationale contingent van islamitische strijders zit vlak over de grens. De boodschap die ik heb voor de oppositie is dat in het toekomstige Syrië de vicieuze cirkel van haat moet worden doorbroken. En ook nu al moet er respect zijn voor minderheden. Wij vinden het niet acceptabel dat een stad als Raqaah wordt gecontroleerd door een groepering als de Islamitische Staat. Maar zolang er andere groepen zijn die helpen in de strijd tegen het regime is het een lastige opdracht voor de mainstream rebellen om zich daar tegen uit te spreken.”

Vreest u niet dat Amerikaans ingrijpen de extremisten verder in de kaart speelt?

„Het is een feit dat de extremisten vlak over de grens zitten. Maar ik zeg niet dat ze daar dominant zijn. Volgens mijn informatie zijn er 150.000 strijders aan de kant van de oppositie. De Islamitische Staat van Irak en Syrië telt 10.000 strijders. Jabhat al-Nusra: minder dan 10.000.”

Dus u bent niet bang dat Amerikaanse bommen juist die groepen helpen?

„Ze zijn een minderheid. Ik kan me alleen baseren op wat ik hoor en op de mensen die ik spreek. Dat zijn niet de extremisten zelf. De mensen die ik spreek benadrukken het traditionele pluralistische karakter van Syrië. Maar het is het regime dat juist sektarische haat bewust heeft aangewakkerd.

„Het regime profiteert van de angst in het Westen dat na de ineenstorting van het bestaande seculiere bestel Al-Qaeda in het vacuüm zal springen. Ik ken het land. De tradities van de Armeense en orthodox christelijke groeperingen zitten diepgeworteld. Maar de mensen vertellen mij ook dat als dit nog lang doorgaat en er geen hulp komt, de haat zo zal toenemen dat extremisme wint.”

De Washington Post meldt dat de Amerikanen rechtstreeks wapens gaan leveren aan de oppositie. Hoe helpt dat de burgerbevolking in Syrië?

„Dat is moeilijk te zeggen. De burgerbevolking is niet gebaat bij weerloos toekijken bij bombardementen met napalm, clusterbommen en andere grove middelen. Ik denk dat het versterken van defensieve middelen de burgers wellicht helpt.”

De beslissing van president Assad om pas nu het verdrag tegen het gebruik van chemische wapens te ondertekenen is voor Kurpershoek geen reden tot cynisme.

„Veel mensen zijn daar sceptisch over. Als je alleen maar sceptisch bent, dan lukt niks. Het moet geprobeerd worden. Als het niet linksom kan, dan maar rechtsom. Uiteindelijk is er geen andere oplossing.”

President Poetin schreef deze week in zijn brief aan The New York Times dat ingrijpen alleen maar tot nog meer doden onder onschuldige burgers zal leiden. Bent u het met hem eens?

„We zitten nu nog in het traject van de VN-inspecteurs die volgende week met hun rapport komen over de chemische wapens. Het is vanzelfsprekend dat zo’n ernstig gebruik van chemische wapens ook ernstige consequenties moet hebben. Dat is door iedereen duidelijk gemaakt. Wat die zullen zijn, dat is de volgende vraag. Maar nu zitten we in dit proces. Laten we daar op wachten. Er zijn heel veel dingen gebeurd in de afgelopen tijd die mensen niet verwacht hadden.”

Hoe ziet Syrië eruit over vijf jaar?

„Ik hoop dat ik dan weer in Damascus terug ben. Ik heb heel veel emotionele banden met dat land. Mijn oudste dochter is daar geboren.

„Ik laat me altijd leiden door mijn hoop. Maar de risico’s dat Syrië een falende staat zal worden, zijn er. Dat is een gevaar. En dan hebben Turkije en de hele regio een groot probleem. Dat is een brand die we niet willen.”