Online lesmateriaal werkt alleen samen met klassieke leermethoden

Het artikel ‘Lagere prestaties in online onderwijs’ (NRC Handelsblad, 9 september) zet vraagtekens bij de stormachtige ontwikkeling van online cursussen in het hoger onderwijs, wereldwijd. Zulke resultaten liggen ook voor de hand. Hoorcolleges, practica, online learning, digitale toetsing, videoregistraties; het zijn leermiddelen en leervormen die ieder hun eigen didactische kenmerken hebben.

Pas je er één als monocultuur in een cursus toe, dan zullen sommige leerdoelen van die cursus worden bereikt maar andere matig of in het geheel niet.

Toch is de computer een uitermate krachtig middel voor terugkoppeling. Niet alleen kan hij de vorderingen van een student meten, maar ook kan de computer in veel gevallen aangeven wáár de student de fout in gaat, en gericht aanvullende leerstof aanbieden. Dat brengt wel hoge kosten van ontwikkeling van online cursusmateriaal met zich mee. Daarnaast maakt online learning het mogelijk om aan studenten videoregistraties beschikbaar te stellen van bijvoorbeeld eminente hoogleraren, of van een complexe operatie die de student stukje bij beetje kan analyseren.

Onderwijs per computer heeft nog een derde potentie, namelijk de schaalbaarheid. Weliswaar zijn de kosten van ontwikkeling van deze onderwijsvorm erg hoog, maar daarna kan het lesmateriaal zonder noemenswaardige kosten onbeperkt worden gedistribueerd naar cursisten waar ook ter wereld.

Naar mijn mening is online learning zelfs een noodzaak om bij grote aantallen studenten tot kwaliteitsverbetering te komen. Dat vraagt wel om meer samenwerking tussen instellingen. En als docent zal ik moeten accepteren dat een toonaangevende docent aan een andere instelling mijn studenten een bepaald onderwerp beter kan aanleren dan ik dat zelf kan.

Koen van der Drift

Onderwijseconoom. Assisteerde de Universiteit Twente in ICT en onderwijsondersteuning