Oikofobie? We zijn juist alleen maar bezig met ons thuisgevoel

Lijden wij aan een ziekelijke afkeer van het eigene? Jan Willem Duyvendak vindt van niet. Er is juist een obsessieve hang naar ‘thuis’.

Thierry Baudet, conservatief publicist, betrekt in NRC-Handelsblad van 9 september jl. een wel heel verrassende stelling als hij beweert dat we in Nederland lijden aan een „ziekelijke afkeer van de geborgenheid van ons thuis; van de eigen gewoonten en gebruiken; van de natie”.

Afgelopen decennium is precies het tegendeel gebeurd: Nederland raakte juist in de ban van ‘thuis’, van ‘eigen gewoonten en gebruiken’ en al helemaal van de vraag wat en van wie de Nederlandse natie is. Het publieke en politieke debat ging voortdurend over het gebrekkige thuisgevoel in Nederland en wat daaraan te doen.

Deze breed gedeelde zorg over het niet-thuisgevoel werd vertaald in concreet beleid. Sinds 2008 is het officieel regeringsbeleid dat „iedereen zich [in Nederland] thuis kan voelen” (Kabinetsreactie op WRR-rapport Identificatie, 2008: 7). De gemeente Amsterdam heeft rond dezelfde tijd als target gesteld dat het thuisgevoel van de Amsterdammers jaarlijks met 2 procent moet toenemen. Talloze andere gemeenten streven ook naar ‘versterking van het thuisgevoel’. En in het Amsterdamse stadsdeel Bos en Lommer moedigen vrolijk wapperende vlaggen inwoners aan om zich er thuis te voelen.

Ook heeft Nederland een ‘historische canon’ gekregen en waren er vergevorderde plannen voor een Nationaal Historisch Museum. Jan Marijnissen – voormalig voorman van de SP – pleitte zonder blikken of blozen voor een herwaardering van de ‘Heimat’; Rita Verdonk – toenmalig minister – wilde dat er op straat alleen nog maar Nederlands zou worden gesproken (of, zoals ze letterlijk zei: ze kreeg een ‘unheimisch gevoel’ van al die buitenlandse talen). En Mauro mag hier tenslotte alleen blijven omdat hij zo ‘geworteld’ is geraakt, hier zo ‘thuis’ is.

Baudet stelt in zijn boek Oikofobie echter dat „de afkeer van het eigene onze hele maatschappelijke elite doortrekt”. Hij ziet over het hoofd dat een belangrijk deel van de Nederlandse elite juist permanent in de weer is met – toegegeven: tamelijk hopeloze – pogingen om te definiëren wat dat eigene is.

Baudet mist de welhaast obsessieve aandacht voor ‘thuis’ in de politiek. We lijden niet aan ‘oikofobie’, maar aan ‘oikofilie’, beter nog ‘oikomanie’.

Hoe kan Baudet deze ontwikkeling gemist hebben? Na lezing van zijn boek – een bundeling van columns – denk ik dat dit komt door zijn wel radicale stellingname: „Dit herkenbare thuis van ons, dit Nederland (…) wordt kapot gemaakt door (…) het multiculturalisme en de open grenzen, (…) door de Europese Unie (…) en door de kunsten” . Nederland zou ‘eigenlijk’ een land moeten zijn met een homogene bevolking, zonder bemoeienis van Brussel, waar de kunst niet geplaagd wordt door modernisme. Dat is echter een tamelijk particuliere opvatting. Zo ken ik Nederlanders die van modernisme houden, de meerderheid van de Nederlanders is zelfs voorstander van Europese samenwerking, en hoeveel Nederlanders zijn er nu voor geheel gesloten grenzen? In de opvatting van Baudet verstoort iedere nieuwkomer het thuisgevoel van de ingezetenen. Gold dat dan niet ook voor de Baudets toen zij in de Napoleontische tijd naar Nederland kwamen (of voor de Duyvendakken toen zij in de 18de eeuw uit Duitsland in Amsterdam arriveerden)?

Baudet is niet in staat om voor alle Nederlanders te definiëren wat het eigene is. Misschien is het duiden van ‘thuisgevoel’ op het niveau van de familie nog mogelijk, maar dat lukt niet voor een natie. Bij hem wordt het Nederlandse volk voorgesteld als een hechte familie die zich door ‘vreemd volk’ gestoord voelt in haar thuisgevoel. Is de natie een family home, dan zijn afwijkend gedrag en deviante denkbeelden al snel problematisch, want familieleden zitten elkaar op de huid. En dat hebben we de afgelopen jaren zien gebeuren: politici maken zich druk over kleding (hoofddoek af!), begroetingsrituelen (handen schudden moet!) en de bereiding van voedsel (dieren slachten doen we hier zo!). De politiek bemoeit zich steeds indringender met burgers en hun emoties (zo heeft minister Asscher verordonneerd dat migranten bepaalde waarden, normen en ongeschreven regels moeten ‘verinnerlijken’).

In de politiek bestaat hetzelfde misverstand als bij Baudet, namelijk dat onze medeburgers onze familieleden zouden zijn en dat we ons dus bij alle Nederlanders zouden moeten thuisvoelen. Die gedachte leidt tot een overheid die gedachten en emoties vergaand wil sturen. Dat zou een échte conservatief toch een gruwel moeten zijn.