‘Nout, we dansen op een vulkaan’

Het failliet van het Amerikaanse Lehman duwde ook de Nederlandse economie in een recessie. „Er zaten te veel zwakke plekken in het systeem.”

Nout Wellink was tot juli 2011 president van De Nederlandsche Bank: „We waren ons er niet van bewust dat het hele bankenbouwwerk zo vermolmd was.” Foto Robin Utrecht

De Knabbel en Babbel-methode is volgens Nout Wellink dé remedie tegen een crisis à la Lehman Brothers. Het internationaal financiële systeem is gigantisch complex en het tempo van financiële innovaties is niet te remmen, ook niet door toezichthouders. „Het antwoord op al die onzekerheden is de Knabbel & Babbel-methode: spaar noten voor de crisisdagen.”

NRC Handelsblad nam met de oud-president van De Nederlandsche Bank zijn agenda van september 2008 door, de maand waarin Nederland volgens hem „door het oog van de naald kroop”.

Wanneer begon u duidelijk te worden dat de wereld richting een financiële crisis schuifelde?

„Niet tijdens onze eerste ECB-vergadering begin september in Frankfurt, toen we de balans opmaakten van de maanden ervoor. De groei viel in het tweede kwartaal beduidend lager uit dan die in het eerste. Daar hebben we lang over gesproken en we kwamen tot de conclusie dat het grotendeels een technische correctie was op een zeer gunstig eerste kwartaal. Dat was een foute inschatting. We hebben onderschat dat de economie – los van Lehman Brothers – al aan het vertragen was.”

Waar was u in de dagen voor de val van Lehman Brothers?

„Het weekend dat begon op vrijdag 12 september vergaderden de ministers van Financiën en Economische Zaken van de Europese Unie in Nice. Er schoven, zoals gewoonlijk, ook presidenten van centrale banken aan. Het was prachtig weer. Op de agenda stond de vraag hoe we door meer toezicht een financiële crisis kunnen voorkomen. De interventies van de Amerikaanse minister van Financiën, Hank Paulson, een paar maanden daarvoor bij zakenbank Bear Stearns en de week ervoor bij hypotheekgiganten Fannie Mae en Freddie Mac, werden goed ontvangen. Banken leken elkaar weer iets meer te vertrouwen.”

Op Wall Street was die vrijdagavond al duidelijk dat het einde van Lehman nabij was. Wat kregen u aan de Côte d’Azur mee van de besprekingen in New York?

„We wisten dat in New York werd gesproken over de problemen bij Lehman. Wij hebben toen onderling de situatie besproken. Wij waren bezorgd, maar konden dat in een plenaire vergadering niet zeggen – dan had het direct op straat gelegen. De gevolgen van een val van Lehman voor Europa waren niet direct duidelijk. De stemming onder de centrale bankiers was: ‘De Amerikanen lossen het wel op’.”

„Bear Stearns bewees dat de Amerikanen de vrijemarkteconomie prediken, maar drastisch en succesvol kunnen ingrijpen. Dat vertrouwen leefde nu ook in Europa. ECB-president Jean-Claude Trichet zei destijds al tegen mij: ‘Nout, we dansen op een vulkaan’. Wanneer die vulkaan tot uitbarsting zou komen, was niet te voorspellen.”

Op zondag 14 september vloog u van Nice naar Schiphol. Er werd in New York druk onderhandeld over het voortbestaan van Lehman. Wanneer hoorde u de afloop van die gesprekken?

„Maandagochtend 15 september, in de auto op weg van Wassenaar naar Amsterdam, kreeg ik een telefoontje: ‘Het is niet gelukt, Lehman gaat failliet’. Mijn eerste gedachte was: laten we razendsnel onderzoeken of er nog Lehman- fall out zit bij onze eigen banken.”

Hoe diep keek u in die tijd mee in de balansen van de Nederlandse banken?

„We keken heel diep mee, maar de directe relaties met het Nederlandse bankwezen waren niet het probleem. Lehman was een bank met wel 3.000 juridische entiteiten en vervlochten met het wereldwijde financiële stelsel.”

U wist niet hoeveel risico de Nederlandse banken liepen door het faillissement?

„Die risico’s waren met name indirecte risico’s, die liepen via het wereldwijd wegvallen van het vertrouwen in het financiële stelsel. Ik heb toen ik bij de bank aankwam direct een directievergadering bijgeroepen om het een en ander uit te zetten. Om 12:00 uur heb ik nog een lezing gegeven bij de opening van de Duisenberg School of Finance, over de bekende en onbekende onzekerheden in het financiële stelsel, oh ironie. Ik heb ook nog contact gehad met minister Wouter Bos van Financiën.”

Maar van paniek was geen sprake?

„Nee. We waren vooral boos. Trichet heeft zich in die dagen woedend uitgelaten en tegen de Amerikanen gezegd dat ze de ondergang van Lehman hadden moeten voorkomen. Maar als dat gelukt zou zijn, was er mogelijk bij een andere bank een crisis opgetreden. Er zaten te veel zwakke plekken in het systeem.”

Was u ook niet een beetje trots op uw Amerikaanse collega’s? Die hadden hun rug rechtgehouden en een bank die zich naar de ondergang had gespeculeerd, niet met geld van de belastingbetaler gered.

„Met zulke dogma’s kom je niet ver. Ik kijk naar de gevolgen van een handeling. De echte kosten van de crisis zitten niet in de redding van de banken, maar in het verlies aan economische groei, in lagere belastinginkomsten, in hogere werkloosheid.”

U heeft jarenlang toezicht gehouden op banken. U heeft gezien dat ze hun balansen vol laadden met exotische producten, dat ze elke euro wel 30 tot 35 keer uitleenden. Dacht u nooit: dit gaat een keer fout?

„Natuurlijk denk je wel eens: wat gebeurt hier? De afstand tussen innovaties en regelgeving was gigantisch groot geworden. De innovaties gingen veel harder dan het risicomanagement van banken, de regelgevers en de toezichthouders aankonden.

„Neem de credit default swap [kredietverzekering, red.]. Die markt bestond nog niet in 2000 en had zeven jaar later een omvang van 62.000 miljard dollar. Het systeem om er greep op te krijgen, was achterhaald door het tempo waarmee de markt zich ontwikkelde. We kenden een aantal zwakheden in het systeem, maar we waren ons er niet van bewust dat het hele bouwwerk zo vermolmd was.”

U zag in zeven jaar tijd een financieel product groeien van helemaal niets tot een omvang zes keer groter dan de Europese economie – en u deed niets?

„Het Bazelse Comité van Banktoezichthouders heeft nog voor de crisis securitisaties [samenvoegen, opknippen en doorverkopen van bijvoorbeeld hypotheken, red.] en risicomanagement op de agenda gezet. Maar er gaat veel tijd overheen met het tot een internationale oplossing brengen van deze problemen.”

Als toezichthouder ziet u van alles gebeuren, u maakt de analyse dat het stelsel niet stabiel is, maar vervolgens kunt u dan niet direct ingrijpen?

„De feitelijke toezichtspraktijk is weerbarstig. Stel: wij zagen ergens een probleem. Dan stapten wij naar de bank die een probleem had en dan zeiden we: ‘Verkoop die spullen maar, dat wordt een te groot risico’. De bank protesteerde dan vanwege de marktomstandigheden en stelde de verkoop zo lang mogelijk uit. Op het moment dat wij het wilden gaan afdwingen, was het al te laat, dan was de markt ingestort en konden de producten helemaal niet meer verkocht worden.”

Kun je wel grip krijgen op zo’n complexe financiële wereld?

„Het is lastiger geworden. Toen ik bij het ministerie van Financiën werkte, hadden we het 69C-model: je stopt er iets in en weet precies wat er uitkomt. Ik heb geleerd dat we ons ervan bewust moeten zijn hoe ingewikkeld het financiële systeem is.”

Dat klinkt als een verontschuldiging.

„Ach, als je de complexiteit ontkent, kun je ook nooit het juiste antwoord vinden. De strengere regels die wij na Lehman vanuit het Bazelse Comité opstelden riepen veel boze reacties op. ‘Jullie ruïneren ons businessmodel’, zeiden de bankiers tegen ons. ‘Dat is precies de bedoeling’, zeiden wij. Zolang je geen internationale, liefst mondiale infrastructuur hebt om de financiële sector te beteugelen, blijft het systeem kwetsbaar.”

Twee dagen na de val van Lehman was het Prinsjesdag. Is er nog overwogen de – geruststellende – toon van de Troonrede of de Miljoenennota aan te passen?

„Niet dat ik weet. Ik was die dinsdag in Wenen bij het afscheid van mijn collega Klaus Liebscher. Het CPB voorspelde dat de Nederlandse economie in 2009 met 1,25 procent zou groeien. Drie maanden later was dat omgeslagen en werd een krimp voorspeld. Ook het IMF heeft later erkend dat het die september de grootste ramingsfout heeft gemaakt in zijn geschiedenis. We zaten er met z’n allen naast.”

De effecten van Lehman kwamen uiteindelijk binnen tien dagen in volle omvang aan het licht in Nederland, omdat een van de banken die ABN Amro overnam, Fortis, onderuitging.

„Ik was als voorzitter van het Bazelse Comité de belangrijkste spreker op een congres in Chicago. Ik heb vreselijk getwijfeld of ik wel moest gaan: als je afzegt wordt dat geïnterpreteerd als een signaal dat er paniek is op de markten. Toen ik landde, kreeg ik direct mijn vrouw aan de lijn: ‘Trichet zoekt je, met spoed’. Ik heb direct het eerste vliegtuig naar Amsterdam genomen. De zaak met Fortis liep uit de hand.”

ABN Amro en Fortis Nederland werden begin oktober gered. Vlak daarna volgden voor miljarden euro’s aan kapitaalinjecties bij ING, Aegon en SNS Reaal en moest de staat een portefeuille risicovolle Amerikaanse hypotheekbeleggingen van ING overnemen. Vijf jaar na Lehman is ABN nog in staatshanden, heeft ING de 10 miljard aan staatssteun nog niet afbetaald en is SNS dit jaar alsnog genationaliseerd.