Lamsgehakt bij Labour, kipsaté bij de Tories

Op naar Glasgow. En dan naar Brighton. Vervolgens Manchester. En niet alleen ik. De komende drie weken verplaatst politiek, journalistiek en lobbyend Londen zich naar de regio voor de partijcongressen.

Niet dat je iets van die regio merkt. De Westminster kaasstolp verschuift als een rondreizend circus naar grote jaarbeurshallen. Die, samen met een aantal hotels, in een beveiligde zone liggen waar je alleen via metaaldetectorpoortjes en met een door de politie goedgekeurde toegangskaart binnenkomt. Het gevolg van de IRA-aanslag op het Conservatieve partijcongres van 1984 in Brighton.

Als zwevende kiezer die wel eens wil zien wat een partij te bieden heeft, kom je dus niet zo maar binnen. Ook niet omdat toegangskaarten ruim van te voren moeten zijn aangevraagd, en er voor moet worden betaald. Tim Montgomerie, hoofdredacteur van het invloedrijke blog ConservativeHome, berekende twee jaar geleden dat het een partijlid zeker 700 pond aan toegang, accommodatie, eten en drinken kostte om het vierdaagse Tory-congres bij te wonen.

Voor journalisten zijn de congressen interessant, zeker als je ze alle drie bezoekt. Dan vallen de verschillen tussen de Liberaal-Democraten, Labour en de Conservatieven op. Bij Labour dragen de bewakers geen pet en domineren de kraampjes en folders van de vakbonden (een levert zelfs het koord waaraan de toegangspas hangt). Bij de Tories staat in de jaarbeurshal onder meer een filiaal van het chique warenhuis Harvey Nichols.

Zelfs bij de hapjes is er verschil: bij de LibDems kregen de deelnemers vorig jaar hun lunch (sandwich, appel, zakje chips) in een papieren tasje, Labour serveerde gevulde mini-aardappeltjes, lamsgehaktballetjes en kippenpootjes, de Tories miniquiches en kipsateetjes. De wijn is overal even lauw.

Bij de LibDems, vanaf vandaag bijeen in Glasgow, lopen nog de meeste partijleden rond. Denigrerend worden zij in de Britse media „de sandalenbrigade” genoemd, maar het aantal baarden, wollen truien en linnen tassen met buttons tegen kernwapens zag ik in drie jaar afnemen en het aantal ernstig debatterende jongeren in jasje toenemen.

Bij de andere twee vindt het debat in de fringes plaats, dus buiten de grote vergaderzaal, georganiseerd door belangengroepen en met partijleden (al zijn die in de minderheid) als toehoorders. Waarbij het grootste verschil is dat Labour veel over zichzelf praat, en je bij de Conservatieven van Europadebat naar Europadebat hopt.

De congressen gaan vooral om netwerken. Om recepties, gesprekken aan de bar, de feestjes (die van de bierbrouwers wordt altijd goed bezocht), en de privédiners met toppolitici (waarvoor je ook weer moet betalen). Bij Labour is de chemie tussen vakbonds- en partijleden van belang, bij de Conservatieven die tussen bedrijfsleven en partijtop.

Journalisten letten op de achterban. Hoe hard wordt er bij de toespraken geapplaudisseerd maar aan de bar gemopperd? Nu al wordt voorspeld dat de best bezochte bijeenkomst van de Tories ver buiten de officiële beveiligde zone wordt gehouden. En niet David Cameron zal er spreken, maar Nigel Farage, partijleider van de rechtse UK Independence Party.