Kamer zonder geluid

Hans Steketee neemt de stapel binnengekomen boeken door en geeft zijn eerste indrukken.

Naast het zeer korte verhaal (zkv) van A.L. Snijders is er het ultrakorte verhaal, dat Hemingway heeft gemunt: ‘For sale: baby shoes, never worn.’ Een paar van zulke six word stories hingen een tijdje op een reclamezuil bij Schiphol (‘Nooit je chirurg bedriegen, fluisterde hij’ – Peter Buwalda; ‘Met zijn auto keihard langs flitspalen’ – Susan Smit). Losse woorden, de context bedenk je erbij.

Ted van Lieshout experimenteert er ook mee in Nu in handige meeneemverpakking [1] . Wat gebeurt er met een tekst als je alle uiterlijke kenmerken weghaalt? Van Lieshout duwt er ruim honderd in hetzelfde, neutrale lettertype en binnen dezelfde bladspiegel. Het is de typografische variant van een geluiddichte kamer.

De meeste lijken kant en klaar gevonden. Maar je ontdekt je vergissing pas gaandeweg, want zijn ready-mades beginnen steevast als processen-verbaal, patiëntenverslagen, bijsluiters, formulieren of officiële mededelingen – „De beschuldiging van Mariska van Randwijck aan jouw adres is dermate ernstig dat jij op last van het bestuur per onmiddellijk op non-actief bent gesteld...” – om dan hilarisch, absurd, droevig of wrang te ontsporen – „... De consequenties voor jou, voor mij, mijn man en jouw vrouw zijn niet te overzien als dat uitkomt.”

Het erge is dat dat er ook een paar echte bij zitten: een Bijbeltekst, een paklijst voor de trein naar Westerbork, die je grijnzend begint te lezen totdat je ziet wat er staat.

Om ontbrekende context draait het ook bij patiënt ‘HM’, Henry, die in 1953 – hij was 27 – zijn geheugen verloor na een hersenoperatie die hem van epilepsie moest genezen. Hij herinnerde zich nog een autotochtje door de bergen en een rondvlucht als cadeautje voor een schooldiploma, zijn naam en die van zijn ouders. Verder niets: als bergtoppen boven een ondoordringbaar wolkendek. In Permanent tegenwoordige tijd[2] vertelt neurowetenschapper Suzanne Corkin meeslepend over haar vele ontmoetingen met Henry. Dat we nu beginnen te begrijpen hoe (en waar) herinneringen zich vormen, en wat beklijft en verdampt, is onder meer aan haar werk met Henry te danken. Zijn kortetermijngeheugen besloeg dertig seconden, zodat alles daarna steeds nieuw voor hem was. Of nee, buiten de tijd. Toen een arts hem bij een bezoek aan een kliniek vroeg wie zijn koffers had gepakt, zei hij: „Dat moet mijn moeder zijn geweest, zij doet die dingen altijd.” Henry stierf in 2008, 82 jaar oud. Hij wekte nooit de indruk ongelukkig te zijn of een kaal leven te hebben geleid.

Maar zelfs bij ons volle verstand leven we misschien wel in een kale wereld. Dat is de strekking van Met andere ogen. [3], van hondenwetenschapper Alexandra Horowitz. Ze doorkruist New York met haar jonge zoon, met een plantkundige, een etholoog, en inderdaad ook met verschillende honden. Die maken haar wereld groter. Althans, zo lijkt het. Want door zich over te geven aan wezens met een ‘specialistische blik’ leert ze zelf ook scherp stellen op iets wat er altijd al was. Vooral haar pogingen het animistische wereldbeeld van een peuter of het geurlandschap van een hond in taal te vangen zijn knap.

In zijn debuutroman Woesten [4] – over knellende familiebanden en een tweeling van wie de ene helft beeldschoon en de andere mismaakt is – schrijft Kris Van Steenberge eerst zó impressionistisch dat je denkt dat de tijd waarin het verhaal begint, de late negentiende eeuw, ook de tijd is waarin het is geschreven. Daarna wordt de taal kaler en effectiever. „Weduwe Eduards heeft haar man en haar zoon verloren aan de overkant. Spreek haar niet over Franse rivieren” – dat is in het kort de Eerste Wereldoorlog.

Ook De waarheid en het koninkrijk [5] van Marc Poorter is een debuut, en een familiegeschiedenis; de familie in kwestie zijn Jehova’s in een Haagse volkswijk. Poorter schrijft in een laconieke stijl, die veel toont en weinig benoemt. In het eerste deel van de roman bezwijkt de hoofdpersoon, middelbare scholier Mario, aan een aantal verleidingen. Op zichzelf geen nieuw gezichtspunt maar de context van de Jehova’s is nieuw. Mario wordt „uit de gemeenschap gesloten”. Als hij berouw toont kan hij nog vóór Armageddon – dat is dan nog acht maanden – „terugkomen in de Waarheid”. Zo niet, dan zal hij op 1 januari „worden vernietigd”. Hij weet eigenlijk niet wat hij daarvan vindt. Die dag nadert in elk geval snel. „‘We maken er gewoon een leuke Oudejaarsavond van’, zei mama toen ze met het slaatje de huiskamer binnenkwam.” In deel twee is Mario al wat ouder.