Je hoort alleen nog Syrisch in Libanon

De 4 miljoen inwoners van Libanon vangen op dit moment 732.000 Syrische vluchtelingen op. Die leven veelal niet in kampen, maar verspreid over het land, tussen de Libanezen. In Beiroet, waar de elite van Syrische activisten elkaar treft, leven ze harmonieus samen – maar schijn bedriegt.

[1] Gevluchte Syrische kinderen wonen in een appartement in de Jordaanse hoofdstad Amman.[2] Hussein (10) uit Syrië woont in een leegstaande cementfabriek in de Bekaa-vallei in Libanon.[3] In een vluchtelingenkamp in Irak, waar 50.000 Syriërs zitten, draagt een moeder haar zieke kind. Foto’s Moises Saman / Magnum

Shadi Abu Karam heeft een rotdag. Hij heeft net gehoord dat een goede vriend is gestorven in gevangenschap in Syrië. Zijn moeder en zussen hebben besloten naar Syrië terug te keren: ze gaan nog liever dood dan in Libanon te blijven, zeggen ze. En Shadi’s huisbaas wil hem op straat zetten omdat hij te laat is met de huur.

Hij glimlacht breed terwijl hij dat vertelt. „Omdat er niks anders opzit”, zegt hij. Shadi (27) is een teddybeer van een jongen die altijd de indruk geeft dat hij net wakker is. Zijn sloomheid is schijn. Sinds hij eind 2011 Syrië verliet, toen de grond daar te heet onder de voeten werd voor activisten als hij, is Shadi voortdurend in de weer om landgenoten te helpen. Op dit moment probeert hij geld los te krijgen om Syrische kinderen in Libanon speltherapie te geven.

Mensen als Shadi – niet rijk, goed opgeleid, Engelssprekend en wereldwijs – hebben minder moeite om hun weg te vinden in Libanon dan de honderdduizenden arme vluchtelingen van het Syrische platteland die slechts met de grootste moeite overleven. Daarom hebben Shadi en zijn vrienden elkaar een dure belofte gedaan. Telkens wanneer zij geld verdienen aan Syrië – door voor ngo’s te werken bijvoorbeeld – gaat de helft naar de arme vluchtelingen. „We moeten elkaar wel helpen, anders doet niemand het”, zegt Shadi.

De Syrische activisten komen elkaar vaak tegen in Mezyan, een café in Hamra, een wijk in West-Beiroet. „De muziek staat hier minder luid dan elders. We kunnen arak drinken. Het is niet al te duur. En ze draaien soms muziek van de Syrische revolutie”, zegt Shadi. Vorig jaar bracht hij hier de selecte groep van de Syrische activisten, intellectuelen en kunstenaars in Beiroet bijeen voor een ontmoeting met de Libanese collega’s. „Veel Libanezen waren echt verbaasd. Zij kennen de Syriërs vooral als ongeschoolde gastarbeiders.”

Libanon en Syrië hebben een ingewikkelde relatie. Van 1976 tot 2005 werd Libanon bezet door Syrië. Maar Libanon is welvarender, en al voor de Syrische burgeroorlog waren er zo’n 300.000 Syrische gastarbeiders aan het werk op de bouwwerven en in de landbouw in Libanon. Op hen werd altijd neergekeken.

Vandaag zijn er 731.675 Syriërs in Libanon volgens de VN; meer dan een miljoen volgens de regering. En dan is er nog een groot aantal niet geregistreerde vluchtelingen. De mensen leven niet in kampen, maar verspreid over het land tussen de Libanezen. Sociale voorzieningen staan onder druk, de werkloosheid stijgt, en het broze evenwicht tussen de Libanese minderheden wordt verstoord.

De bevolking van Libanon bedraagt zo’n 4 miljoen mensen. Een groot deel van de vluchtelingen is arm en komt van het platteland. Voor veel jonge Libanese vrouwen, die graag sexy gekleed gaan, is aanpassing moeilijk. „Je kan niet meer in een kort rokje over straat zonder aangestaard te worden of commentaar te krijgen. Hamra lijkt wel het buitenland; je hoort alleen nog Syrisch”, zegt Nayla (33) in een café in Oost-Beiroet. „Het is niet omdat het Syriërs zijn”, zegt haar vriendin Reem (31). „Ze komen van het platteland en zijn traditioneel; ze kennen de cultuur van Beiroet niet.”

Wanneer, rond een uur of twaalf, de politieke discussies in Mezyan verstommen en de Syriërs en Libanezen in competitie gaan over wie het beste de ‘dabke’ kan dansen, is het makkelijk te geloven dat de Libanezen en Syriërs harmonieus samenleven.

Schijn bedriegt. Behalve het culturele verschil is er ook het politieke aspect. Sinds een volksopstand na de moord op oud-premier Hariri in 2005 – destijds toegeschreven aan Damascus – een eind maakte aan de Syrische bezetting, wordt de Libanese politiek gedomineerd door Syrië.

Geruzie tussen het anti-Syrische kamp (de sunnieten en een deel van de christenen) en het pro-Syrische kamp (de shi’ieten en een deel van de christenen) leidde eerder dit jaar tot de val van de regering. Recente bomaanslagen tegen sunnitische moskeeën in Tripoli (47 doden) en in shi’itisch Hezbollah-gebied in Zuid- Beiroet (27 doden) hebben de tegenstelling op de spits gedreven. In beide gevallen zijn Syrische verdachten gearresteerd.

De laatste tijd staan in Mezyan mooie Ethiopische meisjes achter de bar – dat is nu hip. Maar vorig jaar werkte hier een Syrisch meisje dat even de wereld van de Syrische activisten op zijn kop zette. Een fout gelopen relatie, gemengd met wapenhandel en een Al Qaeda-connectie, mondde uit in een schietpartij met het leger even verderop waarbij twee doden en zes gewonden vielen.

Het voorval was de talk-of-the-town, ook al omdat het plaatsvond in een buurt die beheerst wordt door de Syrische Sociaal-Nationalistische Partij, een Libanese partij die trouw is aan Damascus. Veel van de hippe bars in Hamra bevinden zich in gebied dat is afgebakend met SSNP-vlaggen.

Sindsdien bestaat er een informeel verbod onder Syrische activisten om in Hamra te wonen. De situatie is er té ontvlambaar. Begin deze week ontstond nog een straatgevecht niet ver van Mezyan, nadat iemand een SSNP-lid had uitgescholden voor ‘shabiha’, waarmee de pro-regime-milities in Syrië worden aangeduid.

De meeste Syrische activisten wonen nu bij voorkeur in christelijk Oost-Beiroet, waar de politieke tegenstellingen minder spelen. Ook Ronak Housaine is op zoek naar een kamer daar, liefst in Mar Mikhael, de laatste nieuwe hippe wijk.

Ronak (28) hoort helemaal niet in Beiroet te zijn. De Koerdisch-Syrische heeft een flat, een baan en een vriendje in Kairo. Maar op de vierde dag van een bezoek aan een vriendin in Beiroet werd in Egypte president Morsi afgezet. De volgende dag werd Morsi’s opendeurbeleid voor Syriërs teruggeschroefd. In de Egyptische media wordt fel campagne gevoerd tegen de Syriërs, die nu gezien worden als bondgenoten van de Moslimbroederschap, de beweging van de afgezette president Morsi. Sindsdien zit Ronak vast in Libanon. Tegen haar zin.

„Toen ik nog in Damascus woonde kwam ik hier graag. Een paar dagen Beiroet waren voor mij als een espresso-shot: een dosis vrijheid en optimisme. Nu vind ik Beiroet een droevige stad. De Libanezen drinken en dansen nog wel, maar ze lijken mij ongelukkig. Zeker hier in Hamra herinnert alles aan Syrië: de vrouwen die op straat bedelen, de schoenpoetsertjes. En wanneer ik met Syrische vrienden op stap ga, hebben we het over niets anders dan de situatie in Syrië. We maken elkaar alleen depressiever door erover te praten.”

Palestijnse kampen

Als Shadi en zijn vrienden geld opzij leggen voor de vluchtelingen, dan geven zij dat aan mensen als Amal Alraie. Alraie is een vrijgevochten jonge Palestijnse vrouw die aan buurtwerk doet in Shatila, een Palestijns vluchtelingenkamp in Zuid-Beiroet.

De Palestijnse kampen in Libanon zijn geen pretje. De Palestijnen wonen er al bijna zestig jaar opeengepakt in wat weinig meer dan krotwoningen zijn. Alraie heeft er het beste van gemaakt. In de piepkleine woning waar ze met haar twee zonen woont – ze is twee keer gescheiden – heeft ze alle moderne comfort.

De overheid in Libanon functioneert zo slecht dat zelfs de betere buurten elke dag drie uur zonder elektriciteit zitten. Alraie heeft altijd elektriciteit. In haar huisje komen illegale kabels binnen uit drie verschillende buurten. Telkens wanneer in één buurt de stroom uitvalt, haalt ze een schakelaar over en gaat het licht weer aan.

Maar de zelfredzaamheid van de Palestijnen staat onder druk nu de kampen overspoeld worden door vluchtelingen uit Syrië. Eerst waren het andere Palestijnen uit Syrië; nu zit Libanon zo vol dat ook gewone Syriërs hun toevlucht zoeken tot de overbevolkte kampen. „Toen de eerste vluchtelingen hier kwamen was er veel solidariteit”, zegt Alraie. „We dachten dat die mensen hier maar voor even waren. Nu moeten we ons aanpassen aan wat een quasi-permanente situatie lijkt te worden.”

Het voornaamste effect is de stijging van de huurprijzen. „Alle beschikbare ruimte wordt gebruikt om te verhuren. Als iemand een trap heeft wordt er een gordijn aan gehangen om een Syrische familie onder de trap te huisvesten.” Alraie neemt ons mee op bezoek. Nawla woont met haar man en vijf kinderen in een donkere en vochtige kelder. De kinderen liggen te slapen op de kale vloer. De familie betaalt 300 dollar per maand om hier te wonen. Die hebben ze deze maand nog niet bij elkaar gekregen, zegt Nawla. „We zijn voortdurend bang dat de huisbaas ons op straat zet als er iemand 400 dollar wil betalen.”

De huurprijzen in plaatsen als Shatila zijn absurd voor de leefomstandigheden. Voor evenveel geld kan je een kamer huren in een nette buurt van Beiroet. Maar huiseigenaars daar staan niet te dringen om aan Syriërs te verhuren.

Maher Esber (32), een Syriër die in de gevangenis zat wegens politieke activiteiten toen de Arabische lente begon, heeft nu een goeie baan als journalist bij een Libanese website. „Onlangs wilde ik een appartement huren. Ik heb geen zwaar accent dus de huisbaas had eerst niet door dat ik Syriër was. Alles was in orde tot ik mijn paspoort overhandigde. Toen ging het plots niet door.” Het racisme is alledaags, zegt Esber. „Het maakt daarbij niet uit of je met het laatste model BMW rondrijdt. Als we willen huren moeten we meer betalen dan de Libanezen; en als we willen werken worden we minder betaald.”

Slecht betaald waren de Syriërs altijd: op de bouwwerven in Beiroet gold een dagtarief van tien euro. Nu is de competitie moordend en is dat loon gehalveerd. Daardoor worden ook laaggeschoolde Libanezen in de armoede gedreven, zegt Ramzi Naaman. „Wij schatten dat volgend jaar 170.000 Libanezen in de armoede belanden, bovenop de bestaande miljoen.”

In een ander land zou Naaman de vluchtelingentsaar genoemd worden. Maar Libanon erkent geen vluchtelingen en daarom is Naamans titel directeur van het nationaal armoedeprogramma. „Libanese politici worden paranoïde als de woorden vluchtelingen en kampen vallen”, zegt Naaman in zijn kantoor in de Grand Serail, waar deregering van lopende zaken zetelt. „Dat heeft te maken met de aanwezigheid van de Palestijnen, maar ook met hoe gevoelig de Syrische kwestie ligt in Libanon.”

Naaman haalt een studie aan die voorspelt dat er tegen eind dit jaar twee miljoen Syrische vluchtelingen zullen zijn in Libanon. „Dat is de helft van de Libanese bevolking! Er zijn dorpen waar de Syriërs nu al in de meerderheid zijn. Onze scholen en hospitalen, de infrastructuur, kunnen dat niet aan. Die mensen brengen ziektes mee die we voordien niet hadden. En natuurlijk is het gevaar dat het Syrisch conflict overslaat naar Libanon groot.”

Naaman geeft toe dat Libanon veel aan zichzelf te danken heeft. Het beleid is er een van ‘disassociatie’ van de crisis in Syrië geweest. „Dat komt er op neer dat wij zo lang mogelijk de kop in het zand hebben gestoken.” Zo kwamen er geen kampen omdat Hezbollah, de grootste shi’itische partij, vond dat dat het Assad-regime zou ondermijnen. Maar onder sunnitische druk bleven de grenzen wel open en werden de vluchtelingen niet teruggestuurd.

Naamans grote vrees is dat de Syriërs niet meer naar huis willen. „De Syriërs voelen zich hier thuis. Zij beschouwen Libanon toch al als een deel van Syrië, en ze zien dat het hier beter is. Als we hen ook nog bijstand gaan geven, een huis, een opleiding, waarom zouden ze dan nog weggaan?”

In Tall El Ahdar, in de Bekaavallei, klinkt een ander geluid. Dit is een van de plekken waar Syriërs samenkomen omdat ze er het Syrische gsm-netwerk kunnen ontvangen, en dus goedkoop naar de familie kunnen bellen. „Racisme is er altijd geweest maar het wordt met de dag erger”, zegt de 24-jarige Mahmoud, die al tien jaar als seizoenarbeider naar Libanon komt maar nu niet meer naar huis kan. „Het is duidelijk dat wij hier niet gewenst zijn. Wij kunnen hier geen jaar meer blijven. Misschien is het wel beter om in Syrië te sterven.”