Hiërarchie terug op het werk

De crisis heeft de positie van werknemers verslechterd – en niet alleen op de arbeidsmarkt. Voor de crisis moest de baas vriendelijk vragen, nu kan hij commanderen, constateert Peter van Lonkhuyzen.

Eén van de manieren om naar organisaties te kijken is als een machtsbalans van twee partijen: de werkgevers en werknemers. Als in een tenniswedstrijd staan zij tegenover elkaar, waarbij de grootte van het tennisracket kan verschillen. Niet zo heel lang geleden was er krapte op de arbeidsmarkt . De werknemers konden hun baas figuurlijk van de baan meppen. Maar de crisis heeft hun tennisracket flink doen krimpen.

Het beeld van de tenniswedstrijd is leerzaam omdat het verwijst naar de dagelijkse werkbeleving. Je machtspositie bepaalt hoe je in je schoenen staat en ook hoe je in je vel zit. Vóór de crisis kon je bij elke werkopdracht denken: „Als het me niet bevalt, stap ik op”. Je baas wist dat en moest heel vriendelijk vragen of je de klus wilde doen. Hoe lastiger het in jouw sector was om aan personeel te komen, hoe aardiger de baas moest zijn. Je hoorde zijn verzoek welwillend glimlachend aan, een enorme tennisracket op je rug.

Nu trekken de bazen aan de teugels. ‘Never waste a good crisis’, hoor je ze wel eens zeggen. Dus voeren ze reorganisaties door, en herstellen ze de hiërarchie. Begin deze eeuw hoorde je nog veel over dienend leiderschap en zelfsturende teams: organisatiemethodes gericht op het terugdringen van de rol van de baas en vergroten van de autonomie van de ondergeschikten. Die zeepbel is geknapt.

Veel onderzoek naar de psychologische gevolgen van de crisis voor werknemers is niet beschikbaar. Bekend is dat er meer stress is, terwijl het ziekteverzuim de afgelopen jaren omlaag ging. Minder verzuim lijkt positief, maar uit analyse van ArboNed bleek dat het aandeel psychische klachten flink toenam. Uit angst hun baan te verliezen, gaan mensen toch weer aan het werk. Tegelijk neemt het aantal burnout-gerelateerde klachten toe.

Als we organisaties beschouwen als een ingewikkeld systeem van machtsrelaties, kun je rustig stellen dat de gevolgen van die relaties voor de ondergeschikten worden onderschat, of genegeerd. Aan aandacht voor de (vaak funeste) gevolgen van macht voor de machthebbers is geen gebrek. Machthebbers worden door hun omgeving op een voetstuk geplaatst, ze nemen de positieve feedback van hun medewerkers vaak voor zoete koek aan, en voor je het weet voelen ze zich een soort halfgod. Het voorbeeld van willekeurig welke dictator volstaat om dat te illustreren, maar ook in bedrijven en overheidsdiensten zijn kleine dictators te vinden.

Ondergeschikten hebben ook te maken met gevolgen van macht – vooral die van het niet hebben ervan. Die gevolgen, minstens net zo schadelijk , kunnen uiteenlopen van het aanmaken van kleinere hoeveelheden van bepaalde hormonen (zoals testosteron en serotonine) tot het aanleren van hulpeloosheid. Bedrijfsartsen, personeelsfunctionarissen en managers zouden beter op de hoogte moeten zijn van wat het met je doet als je jarenlang de laatste viool speelt.

De verkopers van subprimehypoteken (of wie we uiteindelijk dan ook als hoofdschuldige voor de crisis zullen aanwijzen) hebben nooit kunnen denken dat de reikwijdte van hun gedrag zo groot zou zijn. Onbedoeld hebben ze de machtsbalans doen terugslaan naar de bazen – zowel de verlichte leiders als bedrijfsdicators. Nederland staat bekend als een land met weinig tolerantie voor machtsverschillen en de nieuwe generatie werknemers, die vaak anti-autoritair is opgevoed, zal vreemd staan te kijken naar de volgzaamheid die van ze wordt verwacht. Geen wonder dat het zzp-schap in ons land zo populair is – zzp moet eigenlijk wzb heten: werken zonder baas.