Heel erg modern zolang er maar niks verandert

In Duitsland, de economische motor van Europa, is de fax nog populair. In Beieren draagt men de Dirndl en Lederhose met eigenzinnige schwung. Kan een land tegelijk hip en behoudzuchtig zijn?

Iedereen die iets wil, die wat voorstelt, of die wat wil voorstellen, komt naar Berlijn, de coolste hoofdstad van Europa. En een van de plekken waar het hippe hart van Berlijn klopt, is herberg Sankt Oberholz. Hier aan de Rosenthaler Platz kan elke artistieke, digitale upstart of start-up terecht voor verse jus, volkorenbroodjes, frappuccino – en gratis wifi, wat hier Wlan heet. Sinds 2005 functioneert het vijf etages tellende etablissement als hangplek voor de digitale bohème van Europa. Boven zijn werkplekken waar men, volgens een plakkaat bij de bar, tegen betaling 24 uur per dag gebruik kan maken van postvakken, kopieermachines, scans en faxapparaten. „Faxen”, meldt het plakkaat ironisch, „ zijn die apparaten die op een of andere manier tegelijkertijd printer en telefoon zijn. We weten ook niet wat men daarmee doet, maar we hebben gehoord dat men die nodig heeft in kantoren”.

Is die ironie voornamelijk gericht tot de buitenlandse klanten? Want wie in Duitsland woont krijgt de indruk dat de fax, ofwel telefacsimile en in het Duits ook wel Fernkopie genoemd, buiten de hippe scene nog altijd in hoog aanzien staat. Duitsers houden van hun fax, die technologische revolutie van de jaren tachtig.

Wat zit daarachter? Is het zuinigheid? Dat men liever geen dingen weggooit die nog werken? Waarschijnlijk ook. Maar duidt het voortleven van een communicatiemiddel dat doorgaans voor achterhaald wordt versleten ook niet op behoudzucht en behoedzaamheid? En hoe zit het dan met dat hippe imago van Duitsland?

In Berlijn presenteerde de internationale elektronicawereld afgelopen week op de IFA-beurs de nieuwste trends op het terrein van mobiele communicatie, games, televisie en alle andere apparaten die het leven moeten veraangenamen. Tegelijkertijd wordt internet in Duitsland ook nog gezien als een vreemd en duister continent. Een Neuland, zoals de Duitse bondskanselier Angela Merkel zich onlangs liet ontvallen. En wat daar vandaan komt, kan nooit veel goeds zijn. Vandaar dat banken hun elektronisch bankierende klanten op gezette tijden ook papieren afschriften toesturen. En, op totaal ander terrein, vandaar de enorme argwaan die in Duitsland de kop opstak toen afgelopen zomer bekend werd dat de Amerikaanse inlichtingendienst NSA Duitsland bespioneert via internet.

Op de ‘clever’ pagina van Yahoo Deutschland vraagt iemand: „Hoezo hebben we nog steeds de fax of brieven nodig als e-mail zoveel eenvoudiger is?” Hij wordt door landgenoten die wel beter weten erop gewezen dat „als het echt belangrijk is, we een fax sturen”. Want mails raken kwijt, hebben soms bijlagen met dubieuze inhoud (virussen) of gaan niet open wegens incompatibiliteit. En bij een fax krijgt de afzender schriftelijk bewijs: „Dat geeft veel zekerheid”.

En zekerheid, daarvan houden Duitsers. Vandaar ook de structureel hoge populariteitscijfers van Angela Merkel, van wie veel gezegd kan worden, maar niet dat zij hip is of hip wil zijn. In de ogen van de meeste Duitsers belichaamt zij het feit dat Duitsland de onbetwiste economische zwaargewicht op het Europees continent is. Uit kiezersonderzoek blijkt dat Duitsers niet bezig zijn met criminaliteitscijfers, onderwijs, cultuur, immigratie of Europa. Het belangrijkste thema is: werkgelegenheid en het behoud daarvan.

Duitsland besloot na de kernramp bij Fukushima atoomenergie af te schaffen. Maar veel Duitsers zijn eigenlijk ook tegen alle alternatieve vormen van energie. Officieel is men voor schone stroom. Maar windmolens en elektriciteitsmasten die de stroom van de zee in het hoge noorden naar Beieren in het diepe zuiden moeten transporteren, stuiten de meeste Duitsers tegen de borst. Men is eigenlijk best tevreden met de goeie, ouwe, vuile, bruinkoolcentrales.

Bayer-topman Marijn Dekkers, die de energiekosten in zijn Duitse fabrieken ziet stijgen, waarschuwt dat Duitsers zichzelf nog zullen tegenkomen. Hij noemt de Duitsers waar het om nieuwe technologie gaat „zeer, zeer conservatief”. Een illustratie daarvan is misschien ook de afwezigheid van draadloos internet in Duitsland. Wifi is slechts sporadisch voorhanden, of alleen tegen (forse) betaling en als het gratis is (zoals soms in de horeca) op uiterst lage snelheden. In de Bondsdag werken journalisten bijvoorbeeld met netbooks voorzien van dongels, apparaatjes die inbellen op het netwerk van hun provider. ‘Welkom in Duitsland!’ krijgen buitenlandse collega’s te horen die verbaasd vaststellen dat hun iPad in het Duitse parlement geen wifi-netwerk kan vinden.

De vraag is nu: hoe kan een kennelijk zo ouderwets land, economisch zo succesvol zijn? En ook cultureel dat modernistische imago uitdragen?

Het lijkt er op dat Duitsers, beter dan enig ander land in Europa, er in slagen oud en nieuw naast elkaar te laten voortbestaan. Het land produceert auto’s en weet dat ook nog winstgevend te doen door export naar landen buiten de Europese Unie. Terwijl de auto het symbool is voor alles wat vervuilend, gevaarlijk, en verkeerd is, presenteert de industrie deze week op de ‘automobielste show ter wereld’ (IAA) in Frankfurt de nieuwste elektrische en hybride modellen.

Papier

Op het terrein van communicatie leven verleden, heden en toekomst ook harmonieus naast elkaar. Duitsland heeft ondanks de mobiele telefoon nog altijd tienduizenden telefooncellen, die sprookjesachtig worden aangeduid als Fernsprecherhäuschen. Vaak accepteren die behalve euro’s en betaalkaarten ook gewoon nog de D-Mark. Er zijn internetcafé’s, maar daar kan dus ook gefaxt worden, naar al die kantoren van bijvoorbeeld banken of de fiscus die hechten aan papier. De befaamde Fernsehturm, het beeldmerk van de hippe metropool Berlijn zendt nog steeds een televisiesignaal uit. Modern is dat dit inmiddels een digitaal signaal is dat met een antenne gratis uit de lucht kan worden opgevangen.

Maar wat wordt er uitgezonden? Dat is dan bijvoorbeeld weer de drie uur durende, volgens Duitsers dolkomische, spelshow Wetten das. Daarover zei Hollywoodster Denzel Washington tot huiver van alle Duitse media begin dit jaar dat het „ontroerend ouderwets” was. Zijn collega Tom Hanks, die enige maanden eerder te gast was, had toen al gezegd dat een Amerikaanse regisseur die een drie uur durende spelshow zou maken onmiddellijk zou worden ontslagen. In Duitsland, waar de nieuwsuitzendingen van Tagesthemen items bevatten die meestal meer dan vijf minuten duren, waar de mensen op Deutschlandfunk zo traag praten dat alle gevoel voor tijd en ruimte lijkt te vervagen, en waar de beste krant, de Frankfurter Allgemeine Zeitung, nog altijd op broadsheet-formaat verschijnt, in dat land hoeft de regisseur van Wetten das niet voor zijn positie te vrezen.

Het Duitse conservatisme is diep in de samenleving verankerd. Van vrijheid, gelijkheid en broederschap, de ruim twee eeuwen oude leus van de Franse Revolutie, moeten Duitsers bijvoorbeeld niets hebben. Men is standsbewust en spreekt elkaar daarom ook afstandelijk met ‘Sie’ aan. Aan mensen die ageren tegen het onterecht onderscheid maken op basis van klasse (‘klassisme’) leggen psychologen in de broadsheetkrant uit waarom Standesdünkel (standsbesef) positief is: het is belangrijk voor de vorming van identiteit.

Op gutefrage.net vraagt iemand: „Waarom is Duitsland zo conservatief?” Antwoord: „Ik geloof omdat in Duitsland zoveel oude mensen wonen.” Als alleen oude mensen conservatief zijn, dan zal dat antwoord wel kloppen, want Duitsland vergrijst mee met de rest van Europa. Maar dat verklaart niet hoe het komt dat uit recent onderzoek in opdracht van de aan de CDU gelieerde Konrad Adenauer Stiftung is gebleken dat juist de Duitse jeugd overwegend conservatief en prestatiegericht is. Orde, respect, stabiliteit en Heimat: negentig procent van de ondervraagden van onder de dertig vinden dat positieve waarden. En zij delen die ideeën met de oudere generaties: grote projecten als luchthavens, stations en snelwegen zijn zinvol omdat zij de toekomst van Duitsland mede garanderen. Zestig procent van de ondervraagde jongeren klaagt dat ‘tegenwoordig alles zo snel verandert dat je het nauwelijks kunt bijhouden’.

Die Welt analyseerde dat de houding van de Duitse jeugd voortvloeit uit: verlangen naar zekerheid. Angst voor de massawerkloosheid die elders in Europa te zien is, zou tot gevolg hebben dat de Duitse jeugd pragmatisch kiest te voldoen aan de eisen die de samenleving aan hen stelt: zo goed mogelijk presteren op school en in het werk.

In de succesvolle Vrijstaat Beieren, waar Duitsland het geld verdient, draait de jeugd volgens die Zeit de zaak gewoon om: traditioneel ís hip. Men schaamt zich niet voor het dialect, men draagt de Dirndl en Lederhose met eigenzinnige schwung en combineert volksmuziek met Beierse punk.

Berlijn is binnen Duitsland een vrijplaats waar jongeren uit heel Europa naar hartelust kunnen experimenteren. Maar het überhippe, moderne Duitsland van Sankt Oberholz bestaat niet.