God is in Duitsland nooit ver weg

Volgens de Duitse grondwet zijn kerk en staat strikt gescheiden. In de praktijk nemen veel politici het niet zo nauw met die scheiding.

Bondskanselier Merkel met de nuntius in Berlijn. Foto Reuters

De Duitse president Joachim Gauck is een dominee. Bondskanselier Angela Merkel is de dochter van een dominee. En in de Rijksdag, het huis van het Duitse parlement, is naast de grote vergaderzaal een christelijke kapel. Daar organiseren parlementariërs donderdags en vrijdags tijdens zittingsweken een ‘ontbijtgebedskring’. God is in Duitsland nooit ver weg. In de Bondsdag dus ook niet, al is de scheiding tussen kerk en staat in Duitsland grondwettelijk vastgelegd.

Peter Jörgensen, pastor van een baptistengemeente in Berlijn, is regelmatig te gast bij dat gebed van de parlementariërs. Hij zegt tegen het tijdschrift van de Lutherse kerken: „Het is volgens de gemeenschappelijke overtuiging van degenen die daar regelmatig samenkomen een grote hulp in het politieke bedrijf om, over de grenzen van partijen en religieuze herkomst heen, samen te bidden en te vragen naar de wil van God.”

Zo vredig als Jörgensen de kerk in het parlement laat lijken, gaat het in werkelijkheid niet altijd toe. Zo voerde ‘kruisridder’ Peter Ramsauer, tegenwoordig minister van Verkeer namens de CSU, de Beierse (katholieke) zusterpartij van de CDU, een paar jaar geleden via Bild een campagne om het kruis een vaste plaats te geven op het altaar. Nu werd het voorwerp door ‘multiculti fundamentalisten’ steeds in een glazen vitrine opgeborgen.

Religiositeit is niet voorbehouden aan christelijke partijen. Groenen-lijsttrekker Katrin Göring-Eckardt, tevens een van de ondervoorzitters van de Bondsdag, combineert die wereldlijke taken met haar rol van praeses van de synode van Lutherse kerken. En toen een van de ondervoorzitters van de Bondsdag, sociaal-democraat Wolfgang Thierse (70), begin deze maand terugtrad en afscheid nam van zijn collega’s, zei hij tot slot: „Ik wens u het beste toe, en, als u het verdragen kunt, Gods zegen.”

De katholieke Thierse groeide op in de DDR, waar volgens statistieken de meeste atheïsten ter wereld geteld kunnen worden. Dat wordt verklaard uit het actieve ontmoedigen van religie door de Oost-Duitse staat, in ieder geval tot 1969. In de geest van de marxistisch-leninistische ideologie zou het geloof dan vanzelf afsterven. Uiteindelijk bleef inderdaad slechts een kwart van de mensen geloven. Vanaf 1969 werd de ‘kerk in het socialisme’ zelfs toegestaan. Sommigen menen ook dat de kerk van doorslaggevende betekenis was bij de vreedzaam verlopen ‘Wende’ in 1989.

Weimar

De grotendeels uit de communistische partij van de DDR voortgekomen partij Die Linke streeft ook nu nog naar een duidelijker scheiding tussen kerk en staat. Zo sprak de Bondsdag in februari over een initiatiefwet van Die Linke die er op gericht was uitkeringen van de staat aan kerken te staken. Het ging de partij niet eens om de regeling dat de Duitse staat voor de kerken belastingen int en afdraagt, maar om zogeheten compensatiebetalingen voor kerkelijke eigendommen die twee eeuwen geleden werden onteigend. Bijna negentig jaar nadat de Grondwet van de Republiek van Weimar uit 1919 de scheiding tussen kerk en staat vastlegde, werd het tijd om de neutraliteit van de Duitse staat in daden om te zetten: de compensatie zou het beste in één keer kunnen worden geregeld.

De liberale FDP betoogde echter dat de regeling niet „eenzijdig” kan worden opgezegd. En de sociaal-democratische SDP vond dat Duitsland wel een „seculiere maar niet een anti-kerkelijke staat” is. De christen-democratische CDU en CSU deden aan het debat niet mee, ze leverden hun bijdragen schriftelijk in, en gingen naar de dankmis voor de vertrekkende paus Benedictus XVI in de kathedraal van Berlijn.

Diezelfde paus sprak toen hij een jaar eerder in Duitsland was, de Bondsdag toe. Dat had nog geen kerkvorst voor hem mogen doen en dat ging toen, behalve Die Linke, ook de fracties van SPD en de Groenen te ver. Maar die bezwaren hadden niet zozeer principiële, grondwettelijke redenen: de oppositiepartijen maakten bezwaar tegen de opstelling van de paus inzake homoseksualiteit, voorbehoedsmiddelen en vrouwen in de kerk.

Oecumene

De Duitse politiek bemoeit zich als het er op aankomt af en toe nadrukkelijk met de kerken. Zo was daar vorig jaar september het initiatief ‘Oecumene nu!’ ter gelegenheid van het vijftigjarig jubileum van het tweede Vaticaanse concilie. Bondsdagvoorzitter Norbert Lammert (CDU) riep, samen met andere politici en bekende Duitsers, de katholieke kerk en de Lutherse kerk op weer één kerk te worden.

Het werd voor kennisgeving aangenomen. De Lutherse kerken maken zich gewoon op voor de viering van vijfhonderd jaar reformatie in het Lutherjaar 2017.

Volgens een onderzoek staan Duitsers voor een groot deel afwijzend staan tegenover de gegroeide ‘culturele veelzijdigheid’, een eufemisme voor de komst van moslims.

Met name in het voormalige Oost-Duitsland onderschrijft ruim vijftig procent van de ondervraagden de stelling: „Ik geloof dat ons land door vreemde culturen/volken wordt bedreigd.” In het westelijk deel van het land is dit veertig procent. De meeste mensen denken niet dat intensivering van het christelijk geloof de oplossing is. Driekwart van de Duitsers vindt dat een duidelijker scheiding tussen religie en politiek het beste middel is om de eigen cultuur te beschermen tegen ‘vreemde invloeden’.