Geef een aai

De voetbalcompetitie is weer in volle gang, ook voor de jonge voetballertjes. Hoe zorg je als scheidsrechter dat een pupillenwedstrijd goed verloopt?

Tekening Paul Steenhuis

1Neem het serieus. Bereid je goed voor, ook al ben je in het weekend blij dat je bij kan komen van een zware werkweek. Kom niet in een spijkerbroek en met laarzen aan, maar kies voor een sportieve outfit: korte broek of trainingspak. Een officieel scheidsrechterspak is overdreven. Zorg voor een tossmunt, pen of potlood, een papiertje waar je de score op kan bijhouden, horloge of stopwatch en wedstrijdformulieren. Vergeet je scheidsrechtersfluit niet en zorg voor een goed opgepompte bal.

2Heb zin! Plezier staat voorop. Dus sta goedlachs op het veld, ook al is het zaterdagochtend 8.00 uur. Het is niet zo moeilijk om de pupillen enthousiast te krijgen. De zaterdagochtend is hun hoogtepunt van de week, na vijf dagen binnen de schoolmuren. Stimuleer dat enthousiasme door ze te laten gaan. Ze moeten hun energie kwijt. Dat het kluitjesvoetbal is maakt niet uit, dat leren ze vanzelf wel af. Tactische aanwijzingen zijn uit den boze – het woord tactiek bestaat nog niet op die leeftijd. Het is een flipperkast, en dat is goed.

3Verplaats je in hun wereld. Beginnende voetballertjes willen alleen tegen een bal trappen en plezier hebben. Op die leeftijd maken ze bijna nooit opzettelijk een overtreding. Wees geen pietje-precies. Grijp alleen in als het echt nodig is, en fluit niet keer op keer voor iets onbenulligs. Ze leren het alleen door veel te spelen met de bal. Je bent eigenlijk geen scheidsrechter, je bent de begeleider van twee jonge groepen kinderen die een leuke ochtend willen hebben. Geef ze een aai over hun bol als ze huilen.

4Wees duidelijk. Mocht er dan toch een overtreding gemaakt worden, vertel dan kort wat de speler verkeerd heeft gedaan. Zo leert hij ervan. Maak er geen lange speech van, want daar hebben ze het geduld niet voor. En als een bal over de zij- of doellijn gaat, weten de pupillen niet altijd wat je bedoelt met het aangeven van de richting: vertel goed hoorbaar welk team recht heeft op de bal.

5Ben fit en scherp. Probeer het spel van dichtbij te volgen, zodat je geen belangrijke momenten mist. Loop goed mee en trek een sprint als het nodig is. Het midden van het veld is je ‘basis’, van daaruit wijk je uit naar waar de bal zich bevindt.

6Treed op tegen onsportief gedrag. Wijs het lastige voetballertje eerst op zijn gedrag. Als hij doorgaat geef je een tijdstraf van vijf minuten. Zo kan de lastpak langs de zijlijn even tot bezinning komen. Als de speler trapt, slaat of spuugt moet hij direct definitief van het veld worden gestuurd. Wees gerust. Gedoe over buitenspel is niet mogelijk, want de buitenspelregel geldt niet bij de pupillen.

7Hou fanatieke ouders en coaches in toom. Wijs ze op hun verantwoordelijkheid en zeg dat zij het goede voorbeeld moeten geven.

Steven Verseput