Even Berlijn bellen

Laatst belde een Spaanse regeringsfunctionaris zijn Duitse collega, omdat de Spaanse premier Mariano Rajoy tijdens de vorige Europese top in Brussel ongelukkig was over een of ander besluit. De Duitser was verbaasd en vroeg: „Waarom heeft Rajoy zijn mond dan niet opengedaan in Brussel?” De Spanjaard antwoordde: „Hij spreekt alleen Spaans. Daarom bel ik jou. Om het alsnog uit te leggen.”

Een kleine anekdote is soms veelzeggend. Deze laat zien hoe machtig Duitsland wordt in Europa, en in welke context dat gebeurt. Het verklaart ook waarom de Europese politiek al maanden stilstaat omdat Duitsland volgende week verkiezingen heeft.

Eerst naar die top. In een grote rechthoekige zaal vergaderen 28 EU-regeringsleiders zonder ministers, ambassadeurs of vertalers. Decor: houten lambrisering, lampen die als stalactieten uit het plafond komen. Alleen met verrekijkers zie je of iemand aan de overkant sip of vrolijk kijkt. Iedereen spreekt door microfoons, in porties van enkele minuten – allen moeten een kans krijgen. Om nog iets van ‘intimiteit’ over te houden, is in het Lissabon-verdrag gezet dat ministers en anderen er niet meer bij mogen. De Unie wordt daar te groot voor.

Iemand als Rajoy kan hier zijn ei moeilijk kwijt: hij spreekt nauwelijks Engels en Frans. Zijn medewerkers, die hun talen wel spreken, tikken vóór de top gelukkig veel agendapunten af met Europese collega’s. Maar tijdens de bespreking zelf komen altijd nieuwe dingen op. Rajoy zit daar dan praktisch zonder stem. Ook anderen hebben hier last van. De Franse president Hollande spreekt liever Frans dan Engels. Maar dat verstaan veel noorderlingen en Oost-Europeanen weer niet.

Dus wat doen de Spanjaarden? Die bellen achteraf Berlijn. Dat wordt steeds meer het centrum van Europa. Brussel heeft niet afgedaan. Maar als je medewerkers even Berlijn bellen – liefst met mensen rondom Merkel, die haar Europese beslissingen voorkoken – heb je direct toegang tot de macht en gaan dingen supersnel. Ambtenaren van lidstaten of IMF zeggen steeds vaker: „We checken dat eerst wel even met het Bundeskanzleramt.” Zij krijgen steeds minder gedaan via ‘normale’ Europese kanalen: Brusselse vergadercircuits, waar ambtenaren uit 28 landen onderhandelen over justitie of milieu. Duitse ministeries zijn groot en log. Ze vertragen veel: ook zij wachten op het verlossende oordeel van de kanselier. Eén direct telefoontje vanuit Parijs of Madrid met Merkels kantoor, en de onderhandelingen worden weer vlotgetrokken.

Dat Duitsland de lakens uitdeelt, was precies wat de EU moest voorkomen. In het naoorlogse Europa moest iedereen immers gelijk zijn. Zo zou Duitsland niet wéér te machtig worden. Maar feit is: Duitsland regeert het continent opnieuw. Niet omdat Duitsers het willen – integendeel, ze voelen zich hier ongemakkelijk onder. Maar omdat zij het grootst en het rijkst zijn, juist nu de EU zo groot wordt dat ze moeilijk te besturen is. Dat Fransen en Britten nauwelijks ideeën meer aandragen over Europa, versterkt deze ongezonde trend: alle input komt uit Berlijn. Het constante gekanker in Berlijn op Brussel, en de groeiende Duitse neiging om alles buiten Europese instellingen om te doen, maken het nog erger. Misschien wordt het tijd dat Rajoy eens opstaat tijdens een top, en gewoon in het Spaans zegt wat hij op zijn lever heeft.

Caroline de Gruyter was correspondent in Brussel en schrijft wekelijks op deze plek over Europa.