...en ondertussen bij de oppositie

Dit lijken wel campagneweken, zo druk is het, verzuchtte een voorlichter van één van de grote oppositiepartijen afgelopen week. Interviews inplannen, tegenbegroting opstellen, strategieën verzinnen om het kabinet het leven de komende weken publiekelijk zo lastig mogelijk te maken. Bijzonder dit jaar is ook die vermaledijde minderheid van het kabinet in de Eerste Kamer. Nu moeten CDA, D66, ChristenUnie en GroenLinks, die in de wandelgangen toch de constructieve oppositiepartijen heten, bepalen hoe coöperatief ze werkelijk gaan zijn.

De oppositie zal met harde cijfers willen aantonen dat hun plannen op de lange termijn voor Nederland beter zijn dan die van de regering. Het Centraal Planbureau rekent daarom traditiegetrouw de kabinetsplannen door, maar ook de tegenbegrotingen van de meeste grotere oppositiepartijen. Het CPB komt niet met zulke dikke rapporten als in verkiezingstijd, maar berekent wel wat de wijzigingen die een partij op het beleid van het kabinet voorstelt, voor effecten heeft op bijvoorbeeld de lasten en koopkracht voor burgers en het begrotingstekort.

Wel is voor de oppositie een grote tijdsdruk. Omdat zij niet precies weet waar die 6 miljard extra bezuinigingen voor volgend jaar heen gaan, is het lastig om met een betere begroting te komen dan die van het kabinet. Als het kabinet de geplande miljoenenbezuinigingen op bijvoorbeeld de gezondheidszorg laat meevallen, komt het natuurlijk mooi uit als je als oppositiepartij nog steeds net even mínder bezuinigt. Of dat je nog nét een pa ar miljoen meer investeert in onderwijs dan het kabinet.

Vanaf de oppositionele flanken lijkt voorlopig roepen dat dit kabinet Nederland kapotbezuinigt, te voldoen. Zie SP-leider Emile Roemer in Het Financieele Dagblad, gisteren: „Je kunt je wel uit een crisis stimuleren, maar je kunt je er niet uit bezuinigen.”